Antoniak: Geef mij de kans, over twee jaar sta ik in Cannes

Urszula Antoniak studeerde in Polen en in Nederland.

Wat vindt zij van het ambitieniveau van de Nederlandse film?

Het idee voor Nothing Personal ontstond toen de Pools-Nederlandse Urszula Antoniak alles van haar overleden man weggooide. „Dingen zijn een verlengstuk van ons, wij ook van dingen. Je schat mensen in door boeken, kleding: daaraan lees je hun smaak, achtergrond en verleden af. Hoe kunnen mensen jou lezen zonder die materiële kant? Ben je dan geen tabula rasa?”

Urszula Antoniak maakte dit jaar een prachtig debuut met Nothing Personal. Vier festivals wilden de film: Karlovy Vary, Rome, Venetië, Locarno. Antoniak koos Locarno en won zes prijzen, waaronder die voor beste debuut en beste actrice. Op het Nederlands Film Festival in Utrecht is de film een van de publieksfavorieten.

In Nothing Personal gooit een jonge vrouw die we alleen als ‘jij’ leren kennen (Lotte Verbeek) haar bezittingen weg om verwilderd door het barre West-Ierse landschap te trekken. Daar treft ze een oudere Ier (veteraan Stephen Rea) die zijn eigen, berustende eenzaamheid koestert. ‘Jij’ besluit voor hem te werken zolang hij geen toenadering zoekt. Maar samen eenzaam zijn blijkt moeilijk.

U studeerde in 1993 af aan de Filmacademie, waarom duurde uw speelfilmdebuut zo lang?

„Om eerlijk te zijn: ik genoot van het leven met mijn man. Als ik gelukkig ben, heb ik minder neiging te creëren. We werkten aan documentaires. In 2003, in dezelfde week dat bij hem terminale kanker werd geconstateerd, hoorde ik dat ik een ‘One Night Stand’ mocht filmen. Hij overleed in juli 2004, vanaf dat moment was ik alleen bezig met fictie. Mijn verdriet vertaalde ik in verhalen. Dat was mijn rouwverwerking, maar noem deze film liever niet therapeutisch. Autobiografisch eindigt als pornografisch. Een verhaal moet wel reflectie bevatten, emoties moet je vertalen in drama. Voor mij gaat Nothing Personal over de terugkeer naar het leven uit een zelfgekozen isolement. De vrouw kiest de eenzaamheid, maar eindigt onvrijwillig alleen.”

Waarom koos u voor Lotte Verbeek?

„Lotte heeft het in zich een nieuwe Isabelle Huppert te worden. Ze is heel aanwezig en durft echt alles. Voor de opnames vroeg ik haar om twee weken niet te wassen, niet in spiegels te kijken, geen mensen te zien of te spreken, geen muziek te luisteren. Ze kwam met zo’n ragebol, vreselijk stil. Stephen Rea ontmoette ze pas op de set.”

Nothing Personal is je eerste speelfilm, wat stak je ervan op?

„Dat je in de montagekamer pas ontdekt wat er in je materiaal zit. Daar gooide ik de mooiste scène van de film weg. Een begrafenis, ’s nachts, in het turf. Schitterend, dacht iedereen. Maar in de montage bleek het hysterie die de hele stemming brak.

Film is een productieproces dat alleen naar voren kijkt. Maar het is niet alleen logistiek, het is ook creatie. Je zou steeds achteruit moeten kijken. De film even twee weken laten liggen en dan nog eens kijken. Maar dat is duur, dan maak je iedereen gek.

Mijn volgende film gaat over migratie, over iemand die volledig is geïntegreerd, tot haar vader op bezoek komt. Ik heb een scenario van zo’n vijftig pagina’s met karakters en structuur: de rest wil ik al improviserend ontdekken met drie acteurs. Film maken is risico. Plan niet alles, verklaar niet alles.”

Utrecht presenteert een groep arthousefilmers onder de noemer ‘Dutch Angle’. Bestaat dat?

„In Polen groeide ik op met de Poolse school: Kieslowski, Wajda, Agnieszka Holland. Zij reageerden op een werkelijkheid, het einde van het communisme, hadden een thema en zelfs een esthetiek. Dutch Angle is meer een verzameling individuen die films maakt op hetzelfde moment.”

Niets dat de makers verbindt?

„Veel films gaan over verwerking van trauma’s. Het draait om emotie. Emoties tonen of verdringen, emotie als probleem. In Polen, waar ik vandaan kom, is emotie de gemakkelijkste zaak ter wereld, een beetje discussie eindigt meteen in oorlog. Hier in de polder komt iedereen elkaar redelijk en aardig tegemoet. Dan moet je veel inhouden. Daarom is emotie hier bij voorbaat iets goeds.”

Wat vindt u van de Nederlandse film?

„Nederland is een land van geweldige documentairemakers, Bert Haanstra, Joris Ivens. Toen ik op de Poolse filmacademie zat, zag ik Turks Fruit. Een typisch Nederlandse film, dacht ik: wat prachtig barok, over the top! Maar in Nederland vond ik ze niet. Al die terughoudende films stelden mij wel teleur. Ik kom zelf uit de Midden-Europese traditie, een mengelmoes van Slavisch, Duits, joods, Russisch. Met eigen ironie, Nederlandse ironie heeft een andere kleur. Niet absurd of surrealistisch, meer als Alex van Warmerdam. Een beetje pesterig, met een element van ‘ik heb je wel door’, van leedvermaak.”

Nederland mist een dramatische traditie, waaraan ligt dat?

„Michael Haneke zegt dat drama herkenbaar moet zijn, maar nooit begrijpelijk. Wat is bij biljarten een dramatische bal? Die recht op zijn doel afgaat of die over zoveel mogelijk banden stuit? Soms is drama te manipulatief. Laat de man niet meteen de hond aaien zodat je weet dat hij een lieve man is. Het publiek moet zelf verbanden leggen, medeplichtig worden.

„Soms vergeten we een thema van een film te definiëren. Denken we: klopt het verhaal, wekken de karakters empathie, staat de dramatische structuur? Heel technisch, maar zonder fundament blaas je dat zo weg. Nothing Personal gaat over zelfgekozen isolement, net als Taxi Driver. Paul Schrader begon met dat thema en koos een taxichauffeur als perfecte metafoor: hij ziet de wereld door de voorruit en achteruitkijkspiegel.

„Het mankeert ook aan grote aspiraties, het lef om op je bek te vallen. Zeggen: ik ben net zo goed als Michael Haneke. Niet: dit is mijn kleine filmpje voor dit kleine hoekje. Maar: geef mij de kans en over twee jaar sta ik in Cannes.”

Nou, zeg het maar dan.

„Geef mij de kans en over twee jaar sta ik in Cannes.”