Paniek Mexicaanse griep kost zo'n half miljard

In mei was al duidelijk dat de Mexicaanse griep mild zou verlopen.

Maar experts, zoals viroloog Ab Osterhaus, hielden vast aan een rampscenario.

(Illustratie Bas van der Schot)
(Illustratie Bas van der Schot) Schot, Bas van der

Over een jaar of twee kan het een geweldige aflevering van Andere Tijden zijn: hoe een aantal „experts” een wereldwijde hysterie creëerden rond de mildste griepepidemie ooit.

Binnen mijn beroepsgroep, de medische microbiologie, was het eigenlijk voor iedereen meteen al duidelijk dat het zo’n vaart niet zou lopen met die Mexicaanse griep. Dat bleek alleen al uit het feit dat in Mexico zelf de hele epidemie voorbij was voordat iemand doorhad dat hij bestond. Gelukkig is er inmiddels iets meer rust: omdat we gewend zijn geraakt aan het idee dat er een nieuwe H1N1-variant circuleert, niet omdat de inzichten de afgelopen vier maanden nou wezenlijk zijn veranderd. Het mooie van infectieziekten is namelijk dat ze zich op populatieniveau vrij consequent gedragen. Hierdoor wisten onderzoekers van het Imperial College in Londen al op 11 mei in het tijdschrift Science de verspreiding van de sterfte aan de Mexicaanse griep uitermate nauwkeurig te voorspellen. Het hele H1N1-circus daarna was onnodig.

Al vonden de betrokkenen zelf dat ze met hun rampscenario’s afgewogen en objectief waarschuwden, het effect is wat telt: paniek. En het zaaien van paniek is niet vrijblijvend. Paniek kost geld, en erger nog, paniek kost levens. In het blad Medisch Contact beschreef vorige maand een Nederlandse arts hoe het zestienjarige Britse vriendinnetje van zijn dochter van haar huisarts per telefoon Tamiflu kreeg voorgeschreven voor koorts en keelpijn. Daarmee handelde hij ongeveer volgens de Britse griepprotocollen. Helaas hád het meisje helemaal geen griep en overleed ze drie dagen later aan een doorgebroken keelabces. Gevallen van patiënten wier adequate behandeling uit angst voor influenza vertraging oploopt komen ook in Nederland voor, maar worden niet systematisch bijgehouden. Hopelijk blijven paniekdoden hier uit. Een eenvoudig en mogelijk levensreddend handvat in tijden van griep: ziek genoeg voor Tamiflu is ziek genoeg om door een dokter te worden gezien.

Paniekzaaiers moeten dus systematisch worden genegeerd. Of het nou gaat om de Britse bond van vroedvrouwen die adviseerde dit jaar niet zwanger te worden, de Britse ambtenaren die opblaasbare mortuaria wilden ontwikkelen, of om onze eigen paniekvirologen. Onze nationale „expert”, prof. dr. Ab Osterhaus, dient dan ook permanent van televisie verbannen te worden. Een groot verlies zal dat niet zijn, want alles wat hij met zoveel aplomb heeft beweerd is inmiddels herroepen: we gaan niet allemaal dood alsof het 1918 is, we hoeven niet iedereen te vaccineren, we gaan niet iedereen Tamiflu geven en het virus is niet gemuteerd naar iets veel gevaarlijkers. Vanaf het begin hebben het RIVM en de minister getracht de paniek te beteugelen door hem aan zich te binden, te doen alsof ze blij waren met zijn inbreng via de media en zijn adviezen ter harte namen. Urenlang vergaderden ze over de te nemen maatregelen om dan ’s avonds bij Pauw en Witteman te kunnen horen wat onze nationale expert die dag, tussen twee interviews door, in zijn eentje had bedacht wat ze moesten doen. Intussen was er een wereld van verschil tussen de inschattingen van het RIVM (maximale rampscenario: 8.000 Nederlandse griepdoden) en dat van onze deskundige (als je het gaat narekenen: 16 miljoen Nederlanders maal 50 procent besmetting maal 1 procent sterfte door een mutatie of iets dergelijks = ongeveer 80.000 doden).

Na een week of twee, drie bleek dat de Mexicaanse griep qua ziekte en sterfte vergelijkbaar was met de seizoensgriep. Daarom kwam er een heel nieuwe theorie: H1N1 zou kunnen muteren naar een veel dodelijker virus. Dit was in 1918 ook gebeurd bedacht men opeens. Ik zou hier graag afgeven op het wetenschappelijke artikel dat uitlegt wat er precies zou moeten muteren, hoe groot die kans is en waarom dit virus wel kan muteren tot iets gevaarlijkers, maar al die andere virussen die al decennia circuleren niet. Helaas, zo’n artikel bestaat helemaal niet; de mutatietheorie is een verzinsel zonder enige wetenschappelijke basis, dat klakkeloos en gedachtenloos door jan en alleman wordt herhaald.

Een algemeen probleem in de wetenschap is dat laboratoriumonderzoekers soms verliefd worden op hun (dier-)modellen en weigeren de beperkingen ervan in te zien. Toen er een paar laboratoriumfretten overleden aan de Mexicaanse griep brachten de onderzoekers in kwestie een persbericht naar buiten: „Mexicaanse griep gevaarlijker dan seizoensgriep”. Intussen bleek uit de ruim honderdduizend bevestigde patiënten dat de Mexicaanse griep wellicht zelfs milder was dan de seizoensgriep. Nogal een tegenstrijdigheid. De juiste koppen voor het krantenbericht waren geweest: ‘Mexicaanse griep met name gevaarlijk voor fretten’ en ‘Diermodel voor influenza kan in de prullenbak’.

Daar waar onze huidige regering doorgaans grossiert in commissies, is er geen enkele wetenschappelijke discussie gevoerd voordat werd besloten 34 miljoen vaccins te kopen. De Gezondheidsraad heeft de minister tweemaal geadviseerd. In het eerste rapport, 8 mei, concludeerde zij dat er, twee weken na bekend worden van het bestaan van de Mexicaanse griep, „nog onvoldoende gegevens [waren] voor een goede beoordeling van de epidemiologische situatie”; in het tweede rapport, 17 augustus, werd geconcludeerd dat slechts het vaccineren van de bekende risicogroepen en medisch personeel zinvol is. Alle tussenliggende beslissingen zijn zuiver politiek gemotiveerd, gedreven door angst voor de publieke opinie (en voor de paniekvirologen) en door de wens daadkrachtig over te komen.

Exemplarisch was de sequentie van gebeurtenissen op 18 juni jongstleden. ’s Ochtends meldt het AD dat „de overheid overweegt alleen voor mensen in de risicogroepen vaccins tegen de Mexicaanse griep te kopen”. Meteen reageert onze nationale expert in alle media dat hij dit „moeilijk te verteren” vindt. Rond het middaguur verklaart minister Klink dat hij nog geen beslissing heeft genomen en het advies van de Gezondheidsraad wil afwachten, maar kennelijk wordt de druk hem toch te veel (het achtuurjournaal komt eraan) en om zes uur ’s avonds gaat er een persbericht van VWS uit: de 34 miljoen vaccins zijn definitief gekocht. En nu zitten we dus met 34 miljoen vaccins, waarvan we er mogelijk 10 miljoen, maar waarschijnlijk slechts 5 miljoen daadwerkelijk zullen gebruiken. De rest zou volgens de minister „verkocht kunnen worden”, maar je vraagt je af aan wie precies, want zo’n beetje elk westers land heeft er inmiddels meer dan genoeg. Tadzjikistan wellicht? Ivoorkust? Kirgizië?

Lukt dat niet en kan hij ook de order voor de onnodige vaccins niet stopzetten, dan is hij in zijn eentje verantwoordelijk voor een kwart tot een half miljard euro weggegooid belastinggeld.

Miquel Ekkelenkamp is als arts-microbioloog verbonden aan het UMC Utrecht en schrijft onder de naam Miquel Bulnes romans, essays en columns. Hij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.