Studiefinanciering was vroeger zo gek nog niet

In de jaren vijftig kenden we een systeem van studiefinanciering dat eigenlijk maar weer eens uit de kast zou moeten worden gehaald. Het was eenvoudig en voldeed aan de eis van de zwaarste lasten voor de sterkste schouders. Het werkte als volgt. Iedere student van wie de ouders de studie van hun kind niet of maar met moeite kon betalen, kon van de overheid een zogenaamd renteloos voorschot krijgen. Het geleende bedrag moest na het voltooien van de studie in jaarlijkse termijnen worden terugbetaald. Er hoefde over de schuld geen rente te worden betaald. Diegenen die een baan in het onderwijs namen, kregen jaarlijks een bepaald percentage van hun studieschuld kwijtgescholden. Haalde men tijdens zijn studie hoge cijfers, dan kreeg men het volgend jaar een beurs in plaats van een lening. Wilde daarentegen de studie niet voldoende vlotten, dan kreeg men het volgende jaar geen lening meer. Het verbaast mij dat over dit systeem uit het verleden nooit meer wordt gesproken en dat men nu probeert het wiel opnieuw uit te vinden.