Onze quarterlifecrisis is luxe

Twintigers in Nederland leiden aan een quarterlife crisis.

Maar hoe zit dat in de rest van Europa? Een tour langs een generatie.

(Foto Jasper Tempel)
(Foto Jasper Tempel)

Tempel, Jasper

‘Generatie Y’: dat is de term voor de huidige generatie twintigers. En die twintiger van nu is snel teleurgesteld en verveeld, veeleisend, egoïstisch en hebberig. Maar ook idealistisch en ambitieus.

Bovenstaande kenmerken zouden voortkomen uit een overvloed aan keuzes in levensopvattingen, een gebrek aan te nemen ‘hobbels’, een vrije opvoeding en een behoefte aan orde en richting in de maatschappij.

Rond de 25 jaar komt er voor de twintiger van Generatie Y een moment waarop de overvloed aan keuzes en de verantwoordelijkheid die dat met zich meebrengt leidt tot een staat van totale verlamming: de quarterlife crisis.

Herstellende van onze eigen ‘quarterlife’ vroegen wij ons af of jongeren in andere delen van Europa tegen dezelfde problemen aanlopen. Doen verschillen in economische omstandigheden, politieke vertegenwoordiging, cultuur of klimaat ertoe? Zijn jongeren in de nieuwe lidstaten van de Europese Unie nog onbevangen en daardoor actiever en vrijer? Hebben zij het ‘vuur’ en kennen zij de ‘noodzaak’ waar Nederlandse twintigers zo naar snakken?

Afgelopen zomer trokken wij door Europa om andere twintigers te ondervragen over hun problemen, hun ervaringen en hun wensen voor de toekomst. Het verbaasde ons niet dat de twintigerscrisis in ieder land anders werd gedefinieerd en eigenlijk al in Frankrijk weinig overeenkomsten meer vertoonde met die van ons. In ieder land waren er echter wel degelijk crises, en een vergelijkend onderzoek daarvan leverde zeven audioreportages op. Daaruit bleek het volgende:

Een essentieel verschil tussen Oost en West blijkt dat twintigers in het Westen vol illusies zitten over hoe ze een bijdrage kunnen leveren aan ‘een betere wereld’, of in ieder geval over hoe zij een bijzonder mens van zichzelf gaan maken. Tijdens vooronderzoek in Amsterdam noemde de zanger van Lucky Goat, een elektropunkbandje, het principe van DIY ‘Do It Yourself’. Er miste nog een underground elektropunklabel, dus deed men het maar gewoon zelf.

Dat is hoe twintigers in Nederland tegen zichzelf en hun toekomst aankijken. DIY staat voor dat ‘vuur’ en die ‘noodzakelijkheid’ waar wij naar op zoek gingen. Maar in de Balkan blijkt dat geen voedingsbodem te hebben. Daar bepalen hogere machten het leven van alledag.

Dat blijkt bijvoorbeeld uit ervaringen in Sofia, de hoofdstad van Bulgarije. „Mensen die echt iets willen, mensen die geld willen verdienen of ‘beroemd’ willen worden, vertrekken naar het Westen”, zegt Bobby, een jazzdrummer die inmiddels in Amsterdam is gaan wonen. In de Balkan gelden andere regels en zijn er andere verwachtingen: geld, ouders en connecties wegen zwaarder dan creativiteit of ambities.

In Sarajevo, de hoofdstad van Bosnië en Herzegovina, spreken we met Latifa. Zij werkt bij Kriterion Sarajevo, een studentenbioscoop naar Amsterdams voorbeeld. Latifa ergert zich aan haar leeftijdgenoten. „Ze willen rijk worden. Niet door hard te werken, maar in één dag.” We horen twintigers in verschillende steden vaker op deze manier afgeven op hun omgeving. En of onze relatief initiatiefrijke twintigers zelf dan iets doen? „Dat is niet mijn missie.”

Maar die passieve houding is ook anders te verklaren. Het zijn de ‘grote krachten’ die de mogelijkheden om iets creatiefs of iets buitengewoons te doen blokkeren. Maffia, bureaucratie en corruptie zijn sleutelwoorden. We horen van een initiatief voor een nieuw soort fusionkeuken naar westers voorbeeld, dat door de maffia de das om is gedaan. Hoe gaan jonge mensen iets te lijf dat overkoepelend maar tegelijk zo ongrijpbaar is? Tegen wie gaan ze een revolutie beginnen?

Een quarterlifecrisis op zichzelf dus, maar met heel andere achtergronden. De wil om iets te veranderen bestaat wel, maar de daadkracht ontbreekt. Dat is voelbaar door het gebrek aan leven op straat. Onverwacht missen we toch de kleur en de energie die een stad als Amsterdam kenmerkt: excentrieke feestjes, straatkunst, het rauwe van een stad met jonge mensen die iets proberen.

Een gemis aan DIY om het zo te zeggen. Als we Latifa vragen naar dit gebrek aan kunst of andere levendigheid op straat, moet ze lachen. „Als ik op straat iets ga doen, dan zouden ze denken dat ik arm ben en dat ik moet bedelen voor geld. En dat ben ik niet. Dit is een traditionele maatschappij: mensen willen niet te veel opvallen.”

Ook het Guça-festival in Servië bleek exemplarisch voor dit gebrek aan nieuwe excentriciteit. Het festival werd ons aangeraden als een soort hoogstandje van Balkancultuur: iedereen die iets met muziek te maken heeft zou hier zijn, zei men. Wat we aantroffen was een zuipende menigte, slechte muziek en een gebrek aan welke filosofie dan ook. Onze quarterlife is in tegenstelling tot die van de Balkantwintiger een luxeprobleem waar wij ineens heel blij mee zijn.

Drie liftende pubers die we tussen Sofia en Transsylvanië meenemen, leren ons echter nog een andere kant kennen. Theodora, Falco en Mirrela pikken we op langs de weg, hun wapperende rokjes in stijl ergens tussen hippie en hip. Ze vertellen hoe prettig het leven was toen het communisme, of de overblijfselen daarvan, het ‘moderne leven’ praktisch onmogelijk maakte. Precies zoals je het je voorstelt: iedereen verbouwde zijn eigen groente, het leven was rustig en het landschap prachtig. Wat heb je verder nodig, vinden zij.

Onze lifters blijken ondanks deze kijk op de voordelen van het ‘kleine leven’ wel degelijk wereldburgers te zijn: ze liften overal heen, zonder plan, zonder al te veel eisen. Ze gaan naar Roemenië om zich onder te dompelen in de sfeer van een festival waar alles bij elkaar komt: natuur, jonge mensen, trance. De manier waarop zij onbezonnen op avontuur zijn is dezelfde als die van ons. Onze luxe is dat we dit door onze subsidiepotjes en gunstige culturele klimaat ons hele leven kunnen blijven volhouden, als we willen. Maar als puntje bij paaltje komt, zijn deze twintigers op reis en wij aan het werk om radioreportages te maken. Wie is er vrijer?

    • Emma Meelker
    • Marjolein van der Meer