'Ontwikkelingshulp is noodzakelijk'

Ontwikkelingssteun helpt arme landen om minder afhankelijk te worden, zegt John Kufuor. Een pleidooi vóór ontwikkelingshulp.

John Kufuor (70) (Foto Bloomberg) John Kufuor, Ghana's president, left, shakes hands with Yasuo Fukuda, Japan's prime minister, as he arrives at the Windsor Hotel Toya for the Group of Eight (G8) Summit in Toyako Town, Hokkaido, Japan, on Monday, July 7, 2008. Fukuda's welcome message to world leaders in Japan this week is that saving the planet is a huge challenge with no time to lose. The same may be true for his job. Photographer: Haruyoshi Yamaguchi/Bloomberg News BLOOMBERG NEWS

Hulp is noodzakelijk en hulp wérkt. Iemand als Dambisa Moyo, de Zambiaanse econome die in haar geruchtmakende boek Dead aid pleit voor afschaffing van ontwikkelingshulp, „weet niet hoe de realiteit in Afrika er uitziet”.

Dat zegt John Kufuor, tot afgelopen januari president van Ghana. Kufuor werd na acht jaar opgevolgd door John Atta Mills, de oppositieleider die in een spannende stembusstrijd Kufuors partijgenoot Nana Akufo-Addo versloeg.

Kufuor sprak zaterdag op een congres in Den Haag ter gelegenheid van ‘60 jaar ontwikkelingssamenwerking’. Minister Bert Koenders (PvdA) was ook aanwezig.

Koenders kan meer dan ooit mensen gebruiken die met gezag kunnen praten over de pluspunten van ontwikkelingssamenwerking. Onder druk van afkalvend politiek draagvlak zag Koenders zich dit jaar genoodzaakt om te „snijden in de hulpindustrie”. Minder geld en minder organisaties, zo luidt het credo. Koenders’ budget, dat gekoppeld is aan het bruto nationaal product, zal ook afnemen door de recessie.

John Kufuor heeft een reputatie opgebouwd als integer Afrikaans staatshoofd. Onder zijn regie groeide Ghana na 2001 uit tot een voorbeeld voor het continent. De economie groeide sterk, de politieke situatie stabiliseerde. Kufuor probeerde niet zijn presidentschap op te rekken, hij vertrok gewoon na de wettige termijn.

„Ik maak me zorgen dat de hulp afneemt”, zegt Kufuor in een gesprek. „Natuurlijk moeten donoren wel per geval bekijken of geld goed besteed wordt, zo rechtvaardig je de besteding. Donoren moeten waar voor hun geld krijgen.”

Een voorbeeld van een geslaagd project is volgens Kufuor het programma voor schoolmaaltijden in zijn eigen land. Sinds vier jaar streeft Ghana ernaar om iedere leerling tot vijftien jaar één warme maaltijd per dag te serveren.

Kufuor: „Zonder goede voeding slapen scholieren in de klas, dan heeft lesgeven ook geen zin. Met een gevulde maag blijven ze wakker. Ouders sturen nu meer kinderen naar school want dan hebben ze een mond minder te voeden. Het bevordert dus ook onderwijs.”

Ruim 600.000 kinderen ontvangen inmiddels schoolmaaltijden, aldus Kufuor. Het programma wordt ondersteund door Nederland, onder meer via de ontwikkelingsorganisatie SNV. Kufuor zit zelf in de adviesraad van SNV.

Critici verwijten Kufuor dat hij te volgzaam was tegenover instellingen als de Wereldbank en het IMF. In zijn eerste regeertermijn stapte Ghana in het HIPC-programma voor diepverschuldigde landen. Schulden worden (gedeeltelijk) kwijtgescholden indien landen inflatie beteugelen en hun staatsfinanciën op orde brengen. De bezuinigingen daartoe gaan ten koste van de armste inwoners, is een veelgehoorde kritiek.

„Ghana is nu juist minder afhankelijk dan toen ik aantrad”, zegt Kufuor. „Nadat schulden van ons waren kwijtgescholden, konden we de markteconomie neerzetten. Kredietbeoordelaars als Standard&Poors en Fitch verhoogden onze status. Ghana mocht op de internationale kapitaalmarkt voor 750 miljoen dollar aan staatsobligaties ophalen, zodat we kunnen investeren in gezondheidszorg en infrastructuur. Weet u hoeveel we aan toezeggingen binnenhaalden? Drie miljard.”

Kufuor moet erkennen dat de uitgifte van de obligaties averij opliep door de wereldwijde crisis. Ghana moest zelfs opnieuw aankloppen bij de Wereldbank voor hulp. „Vergelijk het met een baby die leert lopen. Het is vallen en opstaan. In 2001 was Ghana failliet, maar vorig jaar, toen zelfs de machtigste landen in crisis raakten, was ons groeipercentage 7,3 procent. Een record in Ghana.”

Kufuor weigert in te gaan op de vraag, waarom in andere Afrikaanse landen de hulp niet efficiënter wordt gebruikt. Later geeft hij indirect toch antwoord door te wijzen op het belang in Ghana van good governance. Hoewel Ghana bijvoorbeeld de nodige corruptie kent, steekt het land relatief gunstig af. In juli verkoos president Obama Ghana om zijn boodschap van het belang van goed bestuur in Afrika te verkondigen.

Kufuor is het eens met president Kagame van Rwanda, die vindt dat het einddoel van hulp moet zijn het overbodig maken van hulp. Hij is het absoluut níet eens met Dambisa Moyo, die vindt dat Afrika van de hulp afmoet omdat die leidt tot corruptie en inertie. Moyo – opgeleid in Harvard en Oxford, werkzaam geweest bij de Wereldbank en Goldman Sachs – krijgt veel bijval van critici van ontwikkelingssamenwerking. Kufuor: „Mevrouw Moyo is niet de stem van Afrika. Ze leeft in een ivoren toren, ver van de realiteit van Afrika. Misschien moet ze teruggaan naar Zambia om zelf te zien wat voor steun dat land nodig heeft. Dan zal ik beter naar haar luisteren.”