Op zaal met de Zoeloe, de Kreeft en de Souteneur

e.e. cummings: De enorme zaal. Vertaald door Harry Oltheten. Dulce et Decorum, 350 blz. € 22,50
e.e. cummings: De enorme zaal. Vertaald door Harry Oltheten. Dulce et Decorum, 350 blz. € 22,50

e.e. cummings: De enorme zaal. Vertaald door Harry Oltheten. Dulce et Decorum, 350 blz. € 22,50

Er zijn de frontverhalen van de bekende chroniqueurs, maar minstens zoveel meesterwerken over de Eerste Wereldoorlog spelen zich af in de periferie van het oorlogsgeweld: in een ziekenhuis bijvoorbeeld (Paul Alverdes, Dalton Trumbo, Marc Dugain) of een psychiatrische inrichting (Siegfried Sassoon, Pat Barker). Soms toont dit andere decor simpelweg de gekte van de oorlog in een andere vorm, soms geeft de afstand tot het front meer ruimte voor psychologie. Dan leren we er de mensen kennen die in de frontliteratuur zonder omhaal aan flarden worden geschoten. Zo’n boek is ook de autobiografische roman The Enormous Room (1922) van de Amerikaanse dichter/schrijver e.e. cummings (1894- 1962), onlangs voor het eerst in het Nederlands vertaald als De enorme zaal.

Cummings was in 1917 kort werkzaam bij een Amerikaanse ambulance- eenheid in Frankrijk. Hij werd gearresteerd op verdenking van spionage voor Duitsland – hij en zijn vriend William Slater Brown schreven kritische brieven over de oorlog naar huis en uitten zich bij ondervragingen onvoldoende anti- Duits. De twee werden opgesloten in een gevangenis voor verdachte en ongewenste buitenlanders. In een voormalige seminarie deelden ze een enorme zaal met zo’n veertig andere gevangenen: Belgen, Hollanders, Spanjaarden, Polen, Engelsen, Russen, Noren en Turken.

Het indrukwekkende tweede deel van The Enormous Room handelt over deze detentie, en over de mannen (én vrouwen) waarmee Cummings die doormaakte. Veel gebeurt er niet in die periode van gevangenschap, maar Cummings laat uit de pagina’s een bonte portrettengalerij oprijzen van kleurrijke, levensechte figuren, met bijnamen als De Knokkende Jood, de Zoeloe, de Zwerver, de Kreeft en de Spaanse Souteneur. Hij zet ze met enkele vluchtige pennestreken geloofwaardig neer en neemt de lezer voor zich in door het goed gedoseerde gevoel waarmee hij dat doet: liefdevol looft hij de sympathiekere medegevangenen, de slechteriken sabelt hij vol sarcasme neer.

Scherp beschouwt Cummings de misstanden in de gevangenis, veelal veroorzaakt door de bewaking, de ‘plantons’ die hij zeer minacht. Dankzij zijn ironische beschrijvingen veranderen zij in geestige karikaturen. Met korte, ontroerende anekdotes – over de vrouw van de Zigeuner, het zoontje van de Zwerver – roept hij levens en liefdes op van de ‘zeldzaam grote geesten’ die hem omringen. Een enkel incident is indrukwekkend: een verblijf in de isoleercel, de ‘cabinot’, een bijna fatale brand op de vrouwenafdeling. De vrouwen, meestal opgepakt wegens prostitutie, beschrijft Cummings vol bewondering. Zijn detentie leerde hem de aperte onwaarheid van de typering ‘het zwakke geslacht’, schrijft hij.

Soms is The Enormous Room een wat al te wijdlopige, epische roman – Cummings had John Bunyans The Pilgrim’s Progress als voorbeeld. Het eerste deel is traag en stroef, ook omdat de vertaler veel Franse uitdrukkingen handhaaft. Maar de volhardende lezer wordt beloond met Cummings’ scherpe oog, stilistische brille en een reeks ontwapenende en onvergetelijke personages.