Wat is er eigenlijk mis met het woord neger?

Bijna elke keer als blanke mensen het over ‘negers’ hebben, raakt me dat.

Het is de ontvanger die bepaalt of het gebruik van de term gepast is. Niet de zender.

(Illustratie Merlijn Draisma)
(Illustratie Merlijn Draisma) Draisma, Merlijn

„Wat is er nou mis met het woord neger? Ik vind het gewoon een neutraal woord”, zei een van mijn collega’s tijdens een proefopname van De Tafel van 5. We hadden net iemand geïnterviewd en het n-woord kwam ter sprake.

In mijn dagelijks leven komt het woord ook steeds vaker langs. De meeste blanke mensen die ik ken, gebruiken het zonder vooroordeel. Om iemand duidelijk te omschrijven bijvoorbeeld: „Die neger daar helemaal links…..”. Als compliment: „Negers kunnen goed dansen.” Of om contact te maken: „Mijn zwager is ook een neger.”

Dan de media. Barack Obama wordt door geen enkele journalist de ‘negerpresident’ genoemd, maar columnisten gebruiken het woord neger gretig. Youp van het Hek bijvoorbeeld schrijft over ‘Een lekkere verse neger als Obama’ (NRC Handelsblad, 31 januari 2009).

Niks mis mee, moet toch gewoon kunnen? Maar waarom raakt het me elke keer weer? Ben ik zo gevoelig? Het maakt ook uit wie het tegen me zegt, merk ik. Medenegers? Minder erg. Blanken? Erg. En op de een of andere manier voelt het helemaal aanmatigend uit de mond van zo’n oudere, gearriveerde blanke columnist.

Waarom wil ik, kortom, uit sommige monden en in sommige situaties geen ‘neger’ horen?

Nero betekent zwart in het Latijn. Necra is Grieks voor zwart. Niet alle zwarten zijn negers. In India zijn genoeg niet-negers die een stuk zwarter zijn dan de gemiddelde neger. In Afrika ben je alleen neger wanneer je ten zuiden van de Sahara bent geboren. Een zwarte Tunesiër is dus geen neger en zal het nooit worden.

Wel kan een Tunesiër, en als we daarover beginnen een Groninger ook, negroïde trekken hebben. Namelijk: donkere huid, kroeshaar, volle lippen, een geprononceerd achterwerk, een platte neus met grote neusgaten en zonder neusbrug. Dat zijn de uiterlijke kenmerken die een mens geboren ten zuiden van de Sahara, al dan niet gewild, tot het negroïde ras doen behoren. Het zogenaamde negroïde ras is echter veelvormig. Er zijn stammen met verschillende talen, gebruiken, tradities, huidskleuren, neuzen en lippen. Een Beninaanse ‘neger’ uit Afrika verschilt net zo veel van een Zanzibareese ‘neger’ uit Afrika als een Zweed uit Europa met een Spanjaard uit Europa.

Mijn negerneef heeft een smalle neus met neusbrug. Ik heb geen kroesend negerhaar. Mijn broer is weer een neger uit het boekje, compleet met brede neus en kroeshaar. Wil de echte neger nu opstaan?

Belangrijker is dat het woord neger een pijnlijke geschiedenis kent. Van Dale heeft dan ook in de nieuwere edities tussen haakjes de opmerking ‘door sommigen als scheldwoord ervaren’ in de omschrijving van het woord toegevoegd. Eén betekenis van het woord is volgens het woordenboek nog steeds: ‘hatelijk persoon’.

Volgens taalkundige Jan van Donselaar werd het woord ‘neger’ voor het eerst in het Nederlands gebruikt in 1644, om de lading van een slavenschip van de West-Indische Compagnie op weg naar een Zuid-Amerikaanse haven te beschrijven. De benaming ‘neger’ lijkt kortom te zijn bedacht om die koopwaar een makkelijkere merknaam te geven dan ‘zwarte Afrikanen die ten zuiden van de Sahara in de buurt van de Niger zijn geboren en een of meerdere uiterlijke kenmerken van hun voorouders vertonen.’

Verder is de term neger lang gebruikt om Afrikanen ten zuiden van de Sahara te ontmenselijken. Want hoe kon mensenhandel volgens de geldende christelijke normen en waarden uit de koloniale tijd worden goedgepraat? Door de verhandelde mensen als minderwaardig af te schilderen, zoals bijvoorbeeld in het proefschrift van Angelie Sens, Mensaap, heiden, slaaf (2001), staat beschreven.

Het beeld van de neger waarmee ik ben opgegroeid maakte het er ook niet leuker op om er een te zijn. De plaatjes in mijn volkenkundeboekje van de lagere school hielpen ook niet mee. Ietwat vale foto’s van een angstig kijkende man met grote oorringen in close-up politiefotostijl, om zijn opmerkelijke verschijning duidelijk te benadrukken. Hij leek helemaal niet op mijn vader, laat staan op mij. Ik vroeg aan mijn juf waarom er geen leuke hedendaagse foto’s van ons soort mensen in het boek stonden en zij antwoordde knorrig dat ik niet moest denken dat ik grappig was.

Dat neger na bijna vierhonderd jaar een soort geuzennaam is geworden, vind ik een mooie breuk met de pijnlijke historie van het woord. Maar het maakt wél uit wie het woord gebruikt tegen wie, en in welke context. Ieder woord kan een negatieve connotatie hebben. Het kan dus beledigend zijn als iemand in een bepaalde situatie neger tegen mij zegt of het over negers heeft, terwijl ik helemaal niet beledigd ben als een ander persoon in een andere situatie zwartjoekel tegen me zegt.

Maar net als bijvoorbeeld het ballerige woord pik, (‘Hey pik, hoe gaat ‘ie,’) ís en blijft neger in principe een scheldwoord. Uiteindelijk bepaalt de ontvanger of het gebruik ervan gepast is. Niet de zender.

Anousha Nzume is theater-en televisiemaker. Ze neemt regelmatig deel aan de talkshow De Tafel van Vijf.