Liever voorkomen van boskap dan CO2-opslag in de grond

De uitstoot van CO2 wordt beperkt door bossen niet te kappen. Maar dan moeten de (tropische) landen wel worden gecompenseerd, stellen Roger van Boxtel en Willem Ferwerda.

Elke toerist die ooit een tropisch land heeft bezocht kent het schrijnende beeld van ontbossing. Wereldwijd zijn we getuige van de grootschalige vernietiging van oerbossen en andere ecosystemen, met als gevolg het verdwijnen van vele plant- en diersoorten en toename van armoede van mensen die van deze systemen afhankelijk zijn.

Ondertussen is klimaatverandering de issue geworden in het internationale debat. Zo pleitte op 25 augustus de Deense politicoloog Björn Lomborg in deze krant om CO2-uitstoot door gebruik van fossiele brandstoffen niet overhaast te reduceren en reageerde milieuplanoloog Arjen Otten op 27 augustus met een pleidooi voor juist een snelle vermindering van emissies.

Beide partijen noemen bosbescherming als middel voor emissiereductie. Gezien de urgentie rond mondiale ecosysteemvernietiging en klimaatverandering vinden wij dat bosbescherming als klimaatinstrument een essentiële brug is tussen zij die hameren op de noodzaak van een radicale aanpak en zij die twijfels plaatsen bij het investeren van grote bedragen in klimaatmaatregelen. Waarom? Bosbescherming en het herstellen van andere ecosystemen die CO2 vastleggen is slim, snel, goedkoop en draagt bovendien bij aan het tegengaan van armoede en behoud van biodiversiteit.

Mensen dragen door de uitstoot van het broeikasgas CO2 bij aan opwarming van de aarde. Als we op de oude voet doorgaan zal de wereld eind deze eeuw gemiddeld ongeveer drie graden warmer zijn. En dat terwijl de temperatuurstijging volgens het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) minimaal onder de twee graden moet blijven om dramatische gevolgen te voorkomen.

Om verdere temperatuurstijgingen te beperken zijn flinke investeringen in uitstoot beperkende technologieën nodig. Zo werd op 3 september bijvoorbeeld de afvang, transport en opslag van CO2 (CCS, Carbon Capture and Storage) in de Tweede Kamer besproken, naar aanleiding van de brief van ministers Van der Hoeven (Economische Zaken) en Cramer (Milieu).

Opslag van CO2 kan nuttig zijn, maar is nog duur en kan pas na 2020 grootschalig ingezet worden, omdat de technologie eerst nog getest moet worden om de veiligheid te waarborgen, zoals een coalitie van 33 wetenschappers en ceo’s 2 september in een advertentie in NRC Handelsblad schreef.

Sneller uitvoerbaar, goedkoper en minstens zo effectief is datgene wat de natuur al miljoenen jaren doet: CO2 afvangen en opslaan in bossen. Bosbescherming kan direct grootschalig ingezet worden, mits de voorwaarden daarvoor gecreëerd worden binnen het nieuwe VN-klimaatverdrag waarover in december in Kopenhagen wordt beslist.

Hoe werkt bosbescherming als klimaatinstrument? Bossen leggen CO2 vast in de vorm van hout, bladeren en organische stof in de bodem. Bij het kappen van het bos komt CO2 vrij. Het terugdringen van ontbossing voorkomt dus CO2-uitstoot. In politiek jargon heet dit REDD: Reducing Emissions from Deforestation and forest Degradation. Het algemene principe van REDD is dat bosrijke landen de wereld een dienst bewijzen als ze hun bossen laten staan.

Doordat deze landen hun bos laten staan lopen ze inkomsten uit hout, landbouw en mijnbouw mis. Daarvoor moeten ze gecompenseerd worden.

Ongeveer 17 procent van de mondiale CO2-uitstoot wordt veroorzaakt door ontbossing. Dat is meer dan de uitstoot van de transportsector en vergelijkbaar met de CO2-uitstoot door de industrie.

Het verminderen van ontbossing levert dus een enorme reductie in CO2-uitstoot op. De milieueconomen Lord Stern en Eliasch schatten de kosten voor het halveren van ontbossing op 17 tot 33 miljard dollar per jaar. Dat is zeer kostenefficiënt in vergelijking met andere maatregelen.

Bossen bieden bovendien meer waar voor hun geld dan alleen klimaatvoordelen. Bossen leveren aan het ecosysteem diensten zoals een goede drinkwatervoorziening, lokale stabilisatie van klimaat. Bovendien herbergen ze biodiversiteit, waaronder talloze bedreigde plant- en diersoorten. En ten slotte zijn honderden miljoenen mensen voor hun levensonderhoud afhankelijk van tropische bossen.

Een goed financieel mechanisme om de emissies door ontbossing te verminderen draagt bij aan armoedebestrijding door kansen te bieden aan de lokale bevolking. Door bos te beschermen leveren ontwikkelingslanden ook een bijdrage aan de oplossing voor het klimaatprobleem, wat het politieke draagvlak voor een nieuw VN-klimaatverdrag vergroot.

Daarom is nu de kans om in Kopenhagen internationale afspraken te maken om de uitstoot van broeikasgassen op korte termijn en in de hele samenleving drastisch te verminderen.

Elke dag dat gewacht wordt met actie lopen de kosten van het tegengaan van klimaatverandering op. En dat terwijl op dit moment drastische gevolgen van klimaatverandering voorkomen kunnen worden door investering van slechts enkele procenten van het bnp.

Omdat het voorkomen van boskap relatief goedkoop is, is een veel scherpere emissiereductiedoelstelling in het VN klimaatverdrag mogelijk bij gelijkblijvende kosten. Hoe scherper de doelstelling, hoe meer kans dat we de negatieve gevolgen van klimaatverandering ook inderdaad kunnen beperken.

In eerdere klimaatverdragen werd de brug voor bosbescherming opgehaald. In Kopenhagen moet deze brug juist weer neergelaten worden. Kortom, REDD de bossen!

Roger van Boxtel en Willem Ferwerda zijn respectievelijk bestuursvoorzitter en algemeen directeur van IUCN NL, het kantoor van de 35 Nederlandse organisaties van IUCN (International Union for Conservation of Nature)

Meer over het klimaat op nrc.nl/klimaat. Redacteur Paul Luttikhuis blogt dagelijks over de weg naar de klimaatconferentie van eind dit jaar in Kopenhagen.