Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Beeldende kunst

Naakt in de badkoets naar zee

Op bezoek bij kleine musea in Nederland. Dit keer Museum Noordwijk bij het Noordzeestrand. Slot van een serie.

Museum Noordwijk ligt op een steenworp afstand van het Noordzeestrand. Het witte gebouwtje oogt nogal klein, maar de binnenduinse hoeve waarin het museum zich bevindt, blijkt toch te bestaan uit een aantal ruime zalen.

Directeur Aleid Matser, geboren en opgegroeid in de streek, vertelt over het ontstaan van het museum en de ontwikkeling van Noordwijk van vissersplaats tot badplaats. Noordwijk was, net als Katwijk, een vissersplaats zonder haven, met bomschuiten die op het strand werden getrokken door paarden. Kunstenaars vereeuwigden het leven van de vissers, maar anders dan in Katwijk ontstond er geen kunstenaarskolonie.

De bekendste schilders zijn Lu-dolf Berkemeier (1864-1934),Willem Frederik Haas 1878-1960) , L.J. Senf (1860-1940) en L. Klein Diepold (1865-1945). Van de laatste hangt een aandoenlijk werk in het museum waarop een stoer uitgedoste vissersjongen de bezoeker aanstaart. Pijp in de mond, de voeten in grote klompen gestoken.

De geschiedenis van de streek is het belangrijkste speerpunt van het museum. Zo zijn er stijlkamers nagebouwd waarin te zien is hoe klein behuisd de vissersgezinnen waren. Een eenvoudig ingerichte woonkamer met een tafel, een paar stoelen en een houtkacheltje en een benauwend kleine bedstee.

Naast schilderkunst is keramiek een belangrijk verzamelgebied van het museum. Er zijn objecten te zien van de plaatselijke aardewerkfabriek Northgo, De Zwing en porseleinfabriek De Kroon, die in werking was van 1906 tot 1910. Aleid Matser aarzelt geen moment over het mooiste stuk uit de museumcollectie: „Dat zijn twee art nouveau vazen met vogels; een beeld van de nacht en de dag, 50 centimeter hoog, ontworpen door Henri Breetvelt, naar prenten van de Japanse kunstenaar Kono Bairei.”

Er is ook een zaal ingericht met ‘Strandmode onder de vuurtoren 1900-1970’. De eerste badgasten die vanaf 1860 in Noordwijk kwamen om een heilzaam zeebad te nemen, deden dat overigens naakt, gezeten in een badkoets, met hulp van een badman of -vrouw. Een zeebad nemen was een hele onderneming, want eerst moest een tocht per trekschuit of postkoets worden afgelegd, daarna werden de gasten met een koets naar Noordwijk aan Zee vervoerd. Pas na 1890 kwam badkleding in zwang en raakten de badkoetsen overbodig.

Matser krijgt vaak schenkingen van (oud-)inwoners van Noordwijk. „Laatst kregen we een stoffige beugeltas die nogal vervallen leek. Maar de dames van de klederdrachtgroep reageerden meteen enthousiast en wezen op de gedecoreerde zilveren beugel en de prachtige zwarte stof.”

De streekgeschiedenis mag dan van belang zijn, de hoofdtentoonstelling (april tot september) over landelijk bekende Noordwijkse kunstenaars en de drie wisseltentoonstellingen moeten nieuwe bezoekers trekken. Verder blijft de collectie zich uitbreiden door schenkingen, legaten en aankopen. Daarmee komt ook directeur Matser voor het dilemma te staan wat wel en niet kan worden getoond. „Onze collectie is de afgelopen jaren enorm uitgebreid en om die optimaal te kunnen tonen, is er echt meer ruimte nodig.”