Het economische wonder aan de Surinamerivier

Het gaat goed met Suriname. Het geld dat Nederland meegaf bij de onafhankelijkheid in 1975 raakt op, maar het land heeft voldoende inkomsten uit goud, olie en bauxiet. „De bouw is booming.”

Drie etages spiegelende glazen wanden en overdekte passages: winkelcentrum Ma Retraite in Paramaribo-Noord heeft grootstedelijke allure. Op een vroege zaterdagavond is nauwelijks nog een plekje op de parkeerplaats te vinden. Het winkelcentrum opende in 2006 en de klanten blijven komen naar de winkels met een mondiaal assortiment van merkkleding, sieraden, elektronica en cosmetica. In Paramaribo-Zuid gebeurt iets vergelijkbaars. Een lokale verzekeraar steekt enkele miljoenen euro’s in uitbreiding van de Hermitage-shoppingmall. De nieuwe winkels zijn al verhuurd. Hoezo economische crisis?

Een jonge creoolse moeder die op haar brommer naar de stad rijdt vertelt dat ze gemakkelijk een baan vond in een café-restaurant. De klandizie bestaat er deels uit Braziliaanse migranten die hun geld in de goudwinning verdienen. Een Hindoestaanse ambtenaar van de reinigingsdienst klust bij voor een autoverhuurbedrijf dat door het groeiende toerisme prima zaken doet. „Iedereen in Suriname die wil werken kan ook werk vinden”, zegt hij. „Wie dat niet doet is lui.” Zulke geluiden zijn zelfs uit de mond van vakbondsleiders te horen. De voorzitter van vakcentrale C47 zei tegen het magazine Parbode: „Als ze niets willen doen moeten mensen niet klagen. Er is genoeg werk.”

Vanuit z’n kantoor wijst directeur Jim Healy jr. van VSH United op de brede Surinamerivier waar Ballast Nedam havenfaciliteiten bouwt. „De bouw is booming”, zegt hij. En Healy profiteert mee. VSH United staat voor Verenigde Surinaamse Holding United en is een halve eeuw geleden door Healy’s Amerikaanse vader opgericht. Het beursgenoteerde conglomeraat ontwikkelt onroerend goed en maakt stalen constructies voor de bouw, ook voor de export. Op de consumentenmarkt floreert VSH United met margarines en wasmiddelen. „Het is heel interessant wat er gebeurt”, zegt Healy, „want in de detailhandel blijft de verkoop op peil.”

De boom in de Surinaamse bouw is mede een gevolg van overheidsinvesteringen – deels gefinancierd uit Nederlands en Europees ontwikkelingsgeld – in dijken, wegen, bruggen en gebouwen. Ook de privésector doet mee. Een maand geleden ging het Courtyard Marriot-hotel open. Begin vorig jaar opende Best Western, ’s werelds grootste hotelketen, een vestiging in Paramaribo. Wie door het district Commewijne rijdt zal verbaasd staan van de woningbouwprojecten op verkavelde plantages. Het achtergebleven district ligt sinds de opening van de brug over de Surinamerivier in 2000 ineens vlakbij Paramaribo. Ook Frans Guyana ligt nu dichterbij. Vorig jaar kregen 30.000 Franse buren een toeristenvisum om hun euro’s te besteden in Paramaribo. Een steeds belangrijker rol speelt ook de goudwinning. De mondiale crisis stuwt de prijs op omdat beleggers het edelmetaal als veilige vluchthaven zien.

Hebben Surinaamse banken dan geen klappen gehad? „De financiële crisis heeft hier nauwelijks implicaties”, zegt directeur Jim Bousaid van Hakrinbank. „Wij hebben niet in die gestructureerde financiële producten geïnvesteerd.” Surinames grootste bank zag de winst in de eerste helft van 2009 met 7 procent stijgen. Vooral door meer kredietverlening. Bousaid benadrukt dat de kwaliteit van de kredietportefeuille onaangetast bleef.

De precieze omvang van de economie blijft moeilijk vast te stellen. Volgens sommige schattingen wordt zeker een kwart van het bruto binnenlands product in de informele sector verdiend: vooral de goudsector, maar ook straatverkoop en allerlei bijbaantjes. Bovendien krijgen veel Surinamers geld van familie in Nederland. In 2007 was dat volgens Bousaid ten minste 65 miljoen euro. Het aantal armen is daardoor moeilijk te schatten. Volgens VN-organisatie UNDP zou 15 procent van de Surinamers van minder dan 2 Amerikaanse dollar per dag leven. Het belang van drugsgelden uit cocaïnedoorvoer is volgens Bousaid sterk afgenomen door effectievere bestrijding. „Er is wel een criminele economie. Maar je ziet dat de bijzonder luxe winkels zijn gesloten en de markt voor erg dure huizen is ingestort.”

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) voorspelt voor 2009 een economische groei van 1,5 procent, waarmee Suriname het beter doet dan de regio. Het overheidsbudget liet vorig jaar een overschot zien van 2 procent van het bruto binnenlands product. Vooral door meer inkomsten uit bauxiet, goud en olie, samen goed voor 80 procent van de export en 25 procent van de overheidsinkomsten. Ook werd de belastinginning verbeterd. Volgens Hakrinbank-directeur Bousaid kan Suriname dit jaar „op milde wijze door de crisis rollen” dankzij de opgebouwde buffers. De overheidsfinanciën komen dit jaar licht in het rood.

„Als we nu alleen bauxiet hadden was Suriname in een diep gat gevallen”, zegt minister Rick van Ravenswaay van Planning en Ontwikkelingssamenwerking. Nog verdere diversificatie van de economie is volgens hem echter nodig. Ook omdat de Nederlandse ontwikkelingshulp ‘oude stijl’ afloopt: geen schenkingen meer aan de Surinaamse overheid, alleen nog (veel minder) geld voor particuliere projecten. Binnenkort is de bodem in zicht van de pot van 1,6 miljard euro (destijds 3,5 miljard gulden) die Suriname in 1975 bij de onafhankelijkheid meekreeg.

De waarde van de Surinaamse goudexport is de laatste jaren explosief gestegen. Van 90 miljoen Amerikaanse dollar (62 miljoen euro) in 2003 tot 716 miljoen in 2008. (Omdat de Surinaamse dollar is gekoppeld aan de Amerikaanse zijn veel economische cijfers uitgedrukt in Amerikaanse dollars). Het Canadese bedrijf IAMGOLD produceerde vorig jaar 10.000 kilo goud. Nog eens een zelfde hoeveelheid kwam voor rekening van de onafhankelijke gouddelvers die voor eigen rekening het oerwoud intrekken, zoals de 30.000 à 40.000 Braziliaanse garimpeiros. In Paramaribo zijn de uithangborden (compra ouro) te zien van de erkende opkopers. De kleinschalige gouddelvers betalen via deze weg slechts 1 procent belasting waardoor er geen illegale export is. Bousaid van de Hakrinbank: „Die kleinschalige goudsector levert bij de huidige goudprijs 300 miljoen dollar aan productie op. Dat geld vloeit voor een belangrijk deel als consumptieve koopkracht in de Surinaamse economie. Het bestedingseffect van de informele goudsector overtreft dat van de bauxietsector.”

Voor de staatskas is olie verreweg het belangrijkst, want exploitant Staatsolie is geheel in overheidshanden. Tien jaar geleden nog wilde toenmalig president Jules Wijdenbosch – bondgenoot van ex-dictator Desi Bouterse – Staatsolie voor minder dan 100 miljoen dollar aan een buitenlandse partij verkopen om gaten in de desastreuze overheidsfinanciën te dichten. Dat leidde tot massaal protest. Bij een omzet van 576 miljoen dollar (jaarproductie: 5,9 miljoen vaten) ging vorig jaar 248 miljoen dollar als dividend en belasting naar de Staat. Belastingopbrengsten uit goud bedragen slechts ruim 50 miljoen dollar en de staatsinkomsten uit de bauxiet liggen op hetzelfde niveau.

De Surinaamse overheid maakt zich nu dan ook sterk voor staatsdeelnemingen. Ze onderhandelt met Surgold (alliantie van de Amerikaanse multinationals Newmont en Alcoa) over goudwinning in Oost-Suriname. Met Alcoa-dochter Suralco wordt gesproken over deelname in de aluinaarderaffinaderij. De overheid zou de plaats innemen van BHP Billiton, dat zich uit Suriname terugtrekt. Exploitatie van bauxietvoorraden in West-Suriname, waarover dertig jaar geleden al werd gepraat, komt ook weer in beeld. De regering schermt met Chinese interesse, wat de druk op Alcoa vergroot.

Minister Van Ravenswaay – afstammeling van Nederlandse boeren die in de negentiende eeuw naar Suriname emigreerden – is opmerkelijk positief over het einde van de Nederlandse verdragshulp. „Het is goed”, zegt de minister die behoort tot de D66-achtige hervormingspartij DA91. Zijn standpunt weerspiegelt het toegenomen Surinaamse vertrouwen in de eigen economie. Van Ravenswaay: „Nu moeten we zelf onze weg bepalen. Als je weet dat je moet gaan terugbetalen, moet je goed kiezen.” Uit een Nederlands-Surinaamse evaluatie bleek eerder dat de hulp nauwelijks bijdroeg aan economische weerbaarheid.

Toegang tot de internationale kapitaalmarkt is volgens Van Ravenswaay nu essentieel. Daarom heeft Suriname de bilaterale buitenlandse schulden versneld afgelost – deels met Nederlands ontwikkelingsgeld. Kredietbeoordelaar S&P liet de verhoogde rating voor Suriname ondanks de mondiale crisis dan ook ongemoeid.

Onlangs sloot Paramaribo wel een lening van ruim 200 miljoen dollar met China ter financiering van door de Chinezen zelf aan te leggen asfaltwegen in het binnenland. China investeert ook elders in de regio in goede relaties, waarbij behoefte aan grondstoffen een rol speelt. Van Ravenswaay erkent dat China, ook gezien de soepele condities, dit „niet zonder agenda” doet. „Je moet je ogen wijd open houden”, zegt hij.

De bewindsman rolt z’n bureaustoel naar een landkaart aan de muur. Hij wijst eerst op het enorme tropisch oerwoud. Dat kan Suriname niet alleen geld opleveren door duurzame houtkap en ecotoerisme, maar ook door de CO2-emissiehandel voor het klimaat. „We zijn bezig die groene visie uit te werken.”

Dan wijst Van Ravenswaay op het grote Brokopondostuwmeer en het rivierenstelsel. De regering heeft een plan uit de ijskast gehaald voor de bouw van kleine dammen in rivieren die in het stuwmeer uitkomen. Zo kan het land voor nog geen 400 miljoen dollar de stroomcapaciteit verdubbelen. Luchtfietserij? „Frans Guyana vraagt ons al stroom”, zegt Van Ravenswaay. Frankrijk toonde zich bereid 25 miljoen euro in koppeling van beide netwerken te steken.

Van Ravenswaay voorziet dat Suriname van energie-importeur tot energie-exporteur wordt. Staatsolie breidt de raffinagecapaciteit uit, zodat geen benzine en diesel meer hoeft te worden ingevoerd. Buitenlandse oliebedrijven doen proefboringen voor de kust, vooralsnog zonder resultaat.

Maar goedkope hydro-elektriciteit is voor de minister een topprioriteit. Dan komen er meer bedrijfsinvesteringen en betere banen, waardoor eindelijk ook het door etnisch-politieke patronage uitgedijde ambtenarenapparaat kan worden gesaneerd. Van Ravenswaay: „De afgelopen jaren hebben we de elektriciteitsprijs niet hoeven te verhogen, omdat na de sluiting van de aluminiumsmelter door Suralco meer hydro-elektriciteit beschikbaar kwam voor Paramaribo. We konden daarom de oliegestookte energiecentrale stilleggen. Dat was een geluk.”

Het grootste economische risico voor Suriname lijkt te liggen in de verkiezingen van 2010. In bedrijfsleven en bankwezen bestaat vrees dat terugkeer van het duo Bouterse/Wijdenbosch weer economische chaos brengt. Hakrinbank-directeur Bousaid verheelt niet dat zijn bank bezig is meer lange deposito’s aan te trekken om te voorkomen dat spaarders straks hun geld weghalen.

Ook de veelgeprezen president van de Centrale Bank, André Telting, die om zijn leeftijd van 73 jaar volgend jaar opstapt, is bezorgd. Hij schreef in 2005 zelf de nieuwe Bankwet, die het onmogelijk moet maken dat zijn opvolger weer ongelimiteerd de geldpers laat draaien. „Anders gaat hij de bak in”, zegt Telting. Aan een gelambriseerde muur in het bankgebouw aan de Surinamerivier hangen de door Erwin de Vries geschilderde portretten van Teltings voorgangers. Onder hen de veel bekritiseerde Henk Goedschalk uit de periode Wijdenbosch/Bouterse. Telting glimlacht: „Die is niet meer benoembaar. Volgens de nieuwe bankwet is bij benoemingen van bestuurders een integriteitsonderzoek verplicht.”