Niemand regeert

De Nederlandse overheid geeft al jaren niet meer om regeren. Toch blijven veel mensen rekenen op de verzorgende en beschermende staat. Maar de staat kan zo veel niet meer. Het resultaat is een vrij grimmige verwarring, schrijft columnist Marc Chavannes.

Niemand regeert Op naar de volgende spannende bijna-beslissing. Wen er maar aan. De Nederlandse overheid geeft al jaren niet meer om regeren. Toch blijven veel mensen rekenen op de verzorgende en beschermende staat. Maar de staat kan zo veel niet meer. Het resultaat is een vrij grimmige verwarring, schrijft columnist Marc Chavannes Den Haag:27.9.6 Algemene Politieke Beschouwingen. © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Redacteur NRC Handelsblad. Blogger en schrijver van de rubriek ‘Opklaringen’ in Opinie & Debat. Woensdag verschijnt zijn boek ‘Niemand Regeert. De Privatisering van de Nederlandse Politiek’. (Uitgegeven door NRC Boeken.)

Doen ze het of doen ze het niet? De techniek van tv-soapschrijvers om iedere aflevering vlak voor een hoogtepunt af te kappen wint terrein in de Nederlandse politiek. Het zoveelste Kamerdebat over de vaargeul in de Westerschelde eindigde donderdagavond met zo’n cliffhanger. Net toen minister Verburg (Landbouw, CDA) dreigde vast te lopen werd zij onwel. De beste wensen voor een spoedig en volledig herstel.

Op naar de volgende spannende bijna-beslissing. Ontpolderen of niet-ontpolderen? Wacht op ons definitieve plan om de natuurschade goed te maken. Het zal u verrassen. We hebben een ervaren consortium dat ons een alternatief zal aandragen. Nee, ze zijn nog niet begonnen. Je gaat niet over één nacht ijs met de belangen van onze zuiderburen, het milieu en de betrokken landbouwbedrijven.

We moeten er maar aan wennen. Het zal spannend blijven. Maar niemand regeert echt. En het is de vraag of een meerderheid in dit land wel geregeerd wil worden. De kwaliteit van de Nederlandse democratie is er naar.

Ja, er worden wel knopen doorgehakt. Met enige regelmaat. Kijk naar de oogst van deze week.

De A4 tussen Delft en Schiedam wordt aangelegd. Minister Eurlings (Verkeer en Waterstaat, CDA) is hoopvol dat de eerste auto’s er in 2015 rijden. Dat zal de files tussen Den Haag en Rotterdam ontlasten. Ministerieel optimisme doet goed. Deze knoop wordt al 46 jaar doorgehakt.

Minister Plasterk zet de fusietoets voor scholen door. In een nurks advies kraakte de Raad van State het wetsontwerp dat scholen dwingt uit te leggen waarom zij willen samengaan: slecht beargumenteerd, wetstechnisch krakkemikkig. De VO-raad, de bond van professionele schoolbestuurders, klampte zich er direct aan vast. De minister houdt nog even vol, met het gezond verstand aan zijn zijde, maar het bestuurlijk moeras lonkt. De politiek heeft jarenlang grootgroei uitgelokt.

Dezelfde minister zei verder dat universiteiten en hbo-opleidingen moeten samengaan. Zij moeten hoger onderwijs op maat gaan leveren. Fijn nieuws voor eerstejaarsstudenten die bij werkgroepen aan de Universiteit van Amsterdam werden geweigerd omdat er zelfs geen staanplaats meer vrij was. De massaliteit voor de laagste prijs laat hbo en universiteit inderdaad naar elkaar toe groeien. Maar niet als gevolg van bewust beleid.

Een stelselwijziging is wel vaker het model waarmee de Nederlandse beleidsmakers reageren op uitdagingen. In het basis- en voortgezet onderwijs is alles wat iedereen ooit aan bezwaren en ideeën had geopperd onder de noemer stelselwijziging bij elkaar geveegd. Het mondde vooral uit in bezuinigingen. De kern werd wegvergaderd. Het lot van de meeste Nederlandse stelselwijzigingen.

Het kabinet knipte nog een knoop door. Prinsjesdag. Na maanden overleg en staatkundige weging is besloten dat het parlement de Miljoenennota vrijdag al krijgt – in enkele exemplaren, Kamerleden worden ook niet vertrouwd. De pers krijgt de stukken niet onder embargo. Het Geheim moet bewaard blijven. Grote winst: de majesteit hoeft geen visionaire Troonrede te houden, zoals even was overwogen als alles een paar dagen eerder was vrijgegeven.

Wie zich even indacht hoe een visionaire troonrede moest klinken zag in dat dit een onbegaanbare weg was. Dat ligt niet aan de visionaire kwaliteiten van de koningin. Zij heeft daar haar kersttoespraak voor. Het politieke bestel in Nederland kan geen aangrijpender vergezichten schetsen dan de licht belerende accijnsmix die we uit de Ridderzaal gewend zijn.

Hoewel, minister-president Balkenende deed deze week een gooi naar Sterk Leiderschap. In een van daadkracht verend betoog riep hij ons op de dynamiek van nieuwe ideeën te omhelzen. Kijk wat Apple Computer deed tijdens de vorige crisis: geluidsdragertjes ontwerpen die nu de hele muziekindustrie creatief ontwrichten. Hij liet er geen misverstand over bestaan dat er ook pijnlijke keuzes gemaakt moeten worden. De AOW naar 67 is nog maar het begin.

Dat was geen achteloze verwijzing naar wat wordt gezien als een van de meest ontvlambare onderwerpen van dit najaar. De Miljoenennota zal de bressen in kaart brengen die zijn geslagen in de overheidsfinanciën. De Troonrede zal ons gevoel van saamhorigheid aanspreken, de crisis als kans onderstrepen. Iedereen moet inleveren. De jonge partner van de AOW-trekker, de bijstandstrekker die best koffie kan schenken, de Wajongere helpt schoonmaken, iedereen aan de bak. Het kan persoonlijk hard aankomen, maar het zijn maatregeltjes.

Knopen doorhakken is weer een ander verhaal. De AOW- en dus de pensioenleeftijd. Dat raakt iedereen. Hypotheekrenteaftrek. Het raakt bijna iedereen. Rekeningrijden. Alleen de structurele ov-gebruiker blijft er buiten. Politie op straat, veiligheid of het gebrek er aan, dat laat niemand onverschillig. Het zijn even zo veel onderwerpen waar het kabinet strakke standpunten op inneemt. Als u op het lijntje even wilt tekenen.

Wijlen de grote filosoof van het Nederlandse openbaar bestuur Leendert Geelhoed zei altijd: als in dit land een beslissing is genomen, begint de discussie weer van voren af aan. Niet alleen omdat Schiphol er altijd nog een startbaan bij wil hebben, ook al hebben ze er twee keer zoveel als grotere concurrenten. Er zijn bijna altijd genoeg belanghebbenden die een genomen beslissing niet aanvaarden. Voor een verse discussie zijn niet eens nieuwe argumenten nodig.

Zie de Westerschelde. Over de verstoring van de woningmarkt is alles al gezegd. De langere levensverwachting en de onmogelijkheid om steeds meer gezonde ouderen door een krimpend legioen jongeren te laten onderhouden is ook evident. Maar we geven de SER een half jaar om een buitendijkse oplossing te vinden.

Over al die verdelings- en welvaartskwesties is debat over effectiviteit mogelijk. Economen spreken elkaar van ganser harte tegen. Infrastructuur is ook heel technisch, maar het aantal varianten is eindig. Je zou denken dat er op een gegeven moment helderheid komt en onderwerpen besluitrijp zijn. Zoals bij het geavanceerde communicatiesysteem C2000 dat de politie en hulpdiensten slagvaardiger zou maken bij acute noodsituaties. Maar het werkte niet in Hoek van Holland en na de ramp van Turkish Airlines bij Schiphol. En eigenlijk ook niet toen het werd ingevoerd.

Zelfs als het niet gaat over Wie krijgt Wat of over vragen rond Leven en Dood – waar we heel goed in zijn – dan blijkt dat de overheid het ook bij gewoon bestuur en beheer moeilijk heeft. Besluiten worden uitgesteld of pakken anders uit dan bedoeld. De Kamer vroeg donderdagavond vertwijfeld aan minister Verburg wat er op haar ministerie in hemelsnaam was gebeurd tussen het kabinetsbesluit van april (we gaan toch niet ontpolderen hoewel afgesproken met de Belgen) en begin september.

Het antwoord kwam na enig pellen neer op: gezocht naar een aantal externe deskundigen die kunnen nagaan of alternatieven uitvoerbaar zijn. Hoewel een deskundige commissie onder leiding van Ed Nijpels dat net helemaal had doorgerekend en tot de conclusie kwam dat buitendijkse nieuwnatuur niet genoeg zou opleveren. De Hedwigepolder teruggeven aan het water was het beste. Een half jaar om te zeggen dat je iets wilt laten bedenken waarvan deskundigen net hebben gezegd dat het niet kan. Om een beetje onwel van te worden.

Dit soort tekenen van bestuurlijk en politiek onvermogen zijn geen incidenten. Ze zijn ook niet onschuldig. Wat is er toch dat een land dat bekendstond als redelijk nuchter en praktisch, ook in het vinden van compromissen, op zo veel terreinen de draad kwijt is? Het kan moeilijk liggen aan al die moslims die hier een (beter) leven kwamen zoeken. Zij hebben die vormen van zelfbegoocheling niet verzonnen waarmee hier de illusie van bestuur wordt aangekleed.

De economische crisis heeft het erger en acuter gemaakt. Zoals premier Balkenende donderdag in Tilburg zei, de storm waait niet zomaar over. „Als we nu de moed hebben om de feiten onder ogen te zien, de dingen anders te doen, plukken we daar straks de vruchten van.’’ Het is natuurlijk waar, maar hij weet ook dat ondanks alle afgesproken saamhorigheid zijn vierde kabinet niet zo veel kans maakt met grote successen de geschiedenis in te gaan. Daarvoor heeft dit land zich de macht over zichzelf te ver laten ontglippen. Bewust.

Na het verkruimelen van de zuilen en het vergruizen van gedeelde opvattingen over goed en kwaad, mooi en lelijk – daar heeft de massa-immigratie wel iets mee te maken – ontstond ongeduld over het gebrek aan bestuurlijke slagvaardigheid. De technologische revolutie wekte de illusie dat je alles via automatisering kon oplossen. De verkopers van de moderne wereld veegden de bureaucratie opzij. McKinsey op het ministerie was het einde van een overheid die trots was op zichzelf. Hoog tijd en rampzalig tegelijk.

Nederland gelooft al een jaar of tien, vijftien niet meer in regeren. De markt was veel slimmer. Reagan en Thatcher hielden het verhaal al in de jaren tachtig. Maar toen de markt en het bedrijfsleven hier waren ontdekt als model was er geen houden meer aan. Het openbaar vervoer, de energievoorziening, de cultuur, ja de overheid zelf – alles moest er aan geloven. Zelfs de gezondheidszorg kon beter aan de markt worden toevertrouwd.

Iedere expertmeeting zei dat het beter zou worden. Bij de taxi. In de trein. De Keuringsdienst van Waren. De Belastingdienst. De kabel. De afvalverwerking. De kenniseconomie werd iets voor het Innovatieplatform, niet voor scholen en universiteiten. Nederland werd een marktstaat. Iedereen voor zich en een verwarde staat voor ons allen. Alles moest anders, mentaal en qua ‘aansturing’. Geen openbare dienst bleef onaangetast. Ministeries werden door elkaar geschud, ambtenaren konden overal terecht, deskundigheid werd een handicap. Nederland werd één groot bestuurslaboratorium. En wij maar klant-zijn.

Al die op afstand geplaatste diensten kregen toezichthouders, dat werd weer een hele bedrijfstak. De politiek ging er niet meer over. Dat creëerde onverschilligheid, soms verbijstering, politici met de handen ten hemel die ‘er ook niets aan konden doen’. De vermarkting van het openbaar bestuur heeft geleid tot privatisering van de politiek. Het onderscheid tussen publieke en private taken is verneveld.

Door zich te onttrekken aan de definiëring en verdediging van het publieke belang, heeft de politieke elite een democratisch tekort laten ontstaan. Waar niet systematisch verantwoording wordt afgelegd ontstaan illusies over persoonlijke onmisbaarheid en commerciële honoreringsnormen voor publieke bezigheden. Dat alles is een voedingsbodem waarop het cynisme en de boosheid van Fortuyn, Verdonk en Wilders kon bloeien.

En nu? De oude politieke partijen kijken naar de film die zij zelf hebben opgezet. Tovenaarsleerlingen zonder spreuk. Desondanks blijven veel mensen rekenen op de verzorgende en beschermende staat. In de hoop dat we worden opgevangen in geval van werkloosheid of ziekte. Dat we droge voeten houden. Dat wetsovertreders tot de orde worden geroepen. Maar de staat kan zo veel niet meer. Zelfs de pensioenfondsen kraken. Voelden zich ook gedwongen hip te beleggen in hocuspocusfondsen.

Het resultaat is een vrij grimmige verwarring. Grote projecten – van zorgtoeslagen tot snelle spoorlijnen – leiden tot enorme kostenoverschrijdingen en vertragingen. Niemand kijkt er nog van op. Het vertrouwen in de bekwaamheid en betrouwbaarheid van overheid en democratische politiek is gekelderd.

Bestuurders storen zich aan de minachting die zij oogsten. Zij reageren met steeds opdringeriger zedenmeesterschap op het gedrag dat voortvloeit uit de explosie van individuele aanspraken en vrijheidsclaims. Met behulp van een keur aan elektronische dossiers probeert de staat zijn burgers in de touwen te houden. De minister schrijft de opstandige patiënt zelf de goedkoopste pillen voor. En de huisarts wordt financieel geprikkeld om dat voor z’n rekening te nemen.

De overheid kan niet leveren, maar wel controleren. Een vicieuze cirkel van lage verwachtingen dreigt. Wethouders worden met tientallen naar huis gestuurd. Ministers voelen zich weinig begrepen. Kamerleden spoelen door naar rustiger functies zodra zij kunnen. Waardoor het parlement nog korter van memorie wordt. Wat blijft zijn de symbolische thema’s. De PvdA stelt draconische normen voor leden die fikse salarissen opstrijken in de semi-publieke sector. Die zijn een direct gevolg van de privatisering van het publieke denken. En daardoor niet meer goed aan te pakken. De bestuurderspartij met een links hart bloedt leeg door de privatisering van de moraal.

Even vrij van consequenties maar moreel gewichtig is de kortstondige Nederlandse betrokkenheid bij de Irak-oorlog van George W. Bush. De commissie-Davids stelt haar rapport uit, mogelijk voorbij de datum waarop een Europese schietstoel voor premier Balkenende wordt geactiveerd. Het echte dilemma, blijven we Amerika helpen in Afghanistan, een schemeroorlog met beperkte steun binnen de VS, wordt er deels door aan het zicht onttrokken.

En dan de klimaatcrisis. En de economische crisis. Onderwerpen genoeg waar Den Haag echt weinig aan kan doen behalve meedoen. Het enige waar wij en alleen wij over gaan is de binnenlandse democratie. Afspreken wie waar over gaat en aan wie daarover verantwoording wordt afgelegd. Lastig. Even geen tijd voor. Zolang we geen kans zien daarover afspraken te maken, en te houden, zijn we gedwongen te blijven experimenteren met spoorboekloos rijden.

Verder is het natuurlijk een prachtig land. Met steeds meer fietssnelwegen. Zo nu en dan een bui die gepaard kan gaan met windstoten. Daarna opklaringen.

    • Marc Chavannes