Zijn onbezonnenheid komt Grol duur te staan

Marhinde Verkerk werd bij de WK judo in Rotterdam kampioen. Henk Grol net niet. Zijn onbezonnenheid kwam hem duur te staan. Hij was kritisch op zichzelf. „Ik ben weer dom geweest.”

Opnieuw had judoka Henk Grol een uitgelezen kans op een titel en weer profiteerde een Kazachse tegenstander van zijn onbezonnenheid. „Ongelofelijk”, brieste bondscoach Maarten Arens nadat Grol gisteren de WK-finale in Rotterdam had verloren. „Wat een kneus. Hij kan de partij gewoon uitjudoën. Maar nee, hij moet die jongen op zijn rug gooien. Hoe krijg je het in je hoofd?”

Arens omschrijft Grol (24) als „een onwaarschijnlijk geval apart”. Nog geen twee jaar geleden stapte hij over naar de klasse tot 100 kilogram, omdat hij de strijd tegen zijn lichaamsgewicht niet kon winnen. Als bevrijd werd hij vorig jaar Europees kampioen, in de brute stijl die nu zijn handelsmerk is. Grol gaat voor niets liever dan de ippon – de score waarbij de partij meteen is beëindigd.

Maar aan het aantrekkelijke, weinig tactische judo van Grol kleven risico’s, ervoer hij vorig jaar bij de Olympische Spelen in Peking. Bij een voorsprong in de halve finales kon hij de drang niet weerstaan om zijn tegenstander op de rug te smijten, waarna hij bij een onbedachtzame aanval zelf werd gevloerd. „Ik ben een onbenul”, zei Grol nadat hij nog wel olympisch brons had gewonnen.

Grols ongecompliceerde presentatie maakt de Japanse vechtsport ook voor niet-kenners inzichtelijk. Om die reden gold hij als uithangbord van de WK. Zijn optreden werd echter onzeker toen hij in een training een scheurtje in een van zijn binnenste kniebanden opliep. Na intensieve revalidatie besloot hij toch deel te nemen. Voor Grol kan het immers niet gek genoeg, zegt hij zelf.

In Ahoy rees de vraag of die keuze medisch wel verantwoord was. Grol strompelde over de tatami, had moeite met opstaan en kreeg enkele keren kramp. Hij judode vol pijnstillers en met een tapewikkel om zijn knie. Tussen de partijen was de pijn zo hevig dat hij aan opgeven dacht. Deze week ondergaat Grol dan ook een MRI-scan om de schade op te nemen. Voor een WK in het buitenland zou hij zijn knie zeker niet hebben gewaagd, bekende hij na afloop.

Grol verbaasde de bijna 7.000 toeschouwers, onder wie voormalig olympisch- en wereldkampioen Wim Ruska, door trekkebenend vijf tegenstanders te verslaan. In tegenstelling tot de ‘judobelg’ Elco van der Geest, die na twee partijen werd uitgeschakeld. Voor Grol ging het alleen in de finale tegen de Kazach Maxim Rakov mis. Net als in Peking was hij ondanks een overwicht te onstuimig. „Ik ben weer dom geweest”, zei hij. „Ik baal als een stekker. Die wereldtitel komt er. Ik wil nog alles winnen wat er te winnen valt.”

Zo bleef een zesde wereldtitel voor het Nederlandse mannenjudo uit, waar Marhinde Verkerk (tot 78 kg) zaterdag wel de zesde vrouwelijke Nederlandse wereldkampioen werd. De 23-jarige judoka verbaasde zichzelf. „Ik kan het nog steeds niet geloven”, lachte ze. „Ik wist dat ik in vorm was en vond het prachtig dat ik voor duizenden toeschouwers op de mat stond. Maar dit had ik niet verwacht.”

Verkerk versloeg onder anderen de Koreaanse Gyeong-Mi Jeong (olympisch brons) en de Spaanse Esther San Miguel (Europees kampioene). In de finale wist ook de Oekraïense Marina Prisjepa zich geen raad met de aanvalskracht van de fysiek en conditioneel sterke judoka.

Verkerk kwam drie jaar geleden terecht bij Budokan, de judoschool van Chris de Korte. De succesvolle coach moest haar eerst als „recreatiejudoka afbreken” om haar daarna weer op te bouwen als wedstrijdjudoka. Verkerk: „Ik kreeg het gevoel dat ik weer de witte band had.” Ook kreeg ze door de zware nationale concurrentiestrijd met Claudia Zwiers, die ze in eerste instantie verloor, een vechtersmentaliteit.

Met de gedaanteverwisseling kwamen de successen, waaronder de wereldtitel voor judoka’s tot 23 jaar. Ze zag in 2007 haar WK-debuut mislukken in Rio de Janeiro en was in Peking sparringpartner voor de andere Nederlandse dames. Hoe talentvol ook, de wereldtitel had niemand haar nog toegedicht. „Dit is wel een heel bijzondere prestatie”, glunderde vrouwenbondscoach Marjolein van Unen.

Met het goud voor een onbevangen trainingsbeest en het zilver voor een gemankeerde krachtpatser kwam het aantal medailles van Nederland op drie. Elisabeth Willeboordse (tot 63 kg) behaalde vrijdag zilver, maar verder moest de in Peking succesvolle ploeg (één keer zilver, vier keer brons) vlotte uitschakelingen incasseren. Oorzaken waren te afwachtend judo (Guillaume Elmont), de ballast van een optreden voor eigen publiek (Edith Bosch) en onervarenheid (Marvin de la Croes).

Van Unen mocht niet ontevreden zijn over de vrouwen, Arens had wel reden tot klagen over de prestaties van de mannen. „We hebben nogal wat teleurstellingen gehad. We hadden een medaille meer en een wereldtitel moeten hebben”, mopperde hij. Grol was het met zijn coach eens. „De mannen hebben het gewoon slecht gedaan”, zei hij. „We hadden na vier dagen nog maar twee partijen gewonnen, geloof ik. Dat verdient het enthousiaste publiek niet.”