Zeventig jaar later zit Polen weer tussen twee vuren

Morgen herdenkt Polen het begin van de Tweede Wereldoorlog. Dat zorgt opnieuw voor spanningen met Rusland, en met de Verenigde Staten. De Polen voelen zich gegriefd.

De Poolse premier Donald Tusk loopt morgen op eieren. Niet alleen brengt Vladimir Poetin een historisch bezoek aan Polen, voor het eerst in zeven jaar, de Russische ambtgenoot komt voor een historisch beladen herdenking – die van het begin van de Tweede Wereldoorlog.

In Gdansk, waar op 1 september 1939 het eerste oorlogsschot klonk, houdt Poetin een toespraak waarvan de Polen elk woord zullen wegen. Want hoewel de Duitsers de oorlog begonnen, bleven de Russen, die in een half geheim pact zaten met Hitler, niet lang achter. Op 17 september vielen ook zij Polen binnen.

Wat gaat Poetin zeggen? De Polen houden hun hart vast, vooral na recente Russische publicaties en tv-programma’s waarin de Russische medeverantwoordelijkheid voor de oorlog wordt afgezwakt en de Poolse opgeblazen. Rusland suggereert dat Polen in een anti-Russische alliantie zat met nazi-Duitsland.

Het bezoek van Poetin wordt gezien als een doorbraak in de kille relatie tussen Warschau en Moskou. Maar Tusk staat onder grote druk om de Poolse eer te beschermen. De premier zei vorige week niet te willen reageren op wat „de Russische tv” te melden heeft, maar noemde zijn positie wel „een duivels dilemma”.

Dat is het zeker, temeer omdat de VS met een ‘lage’ delegatie naar de herdenking komen. Anderen sturen premiers (Balkenende, Merkel) of zittende ministers, de Amerikanen sturen oud-minister van Defensie William Perry. De Polen, loyale bondgenoten in de strijd tegen het terrorisme in Afghanistan, voelen zich gegriefd.

In dit historische herdenkingsjaar – precies twintig jaar geleden viel het communisme – gaat Midden-Europa gebukt onder een gevoel dat het sinds 1989 bijna vergeten was: verlatingsangst. Aanleiding zijn geruchten dat Washington niet langer geïnteresseerd is in de bouw van een ‘raketschild’ in Polen en Tsjechië. In maart kondigden de VS „een nieuw begin” aan in de relaties met Rusland, dat grote bezwaren heeft tegen de militaire installatie.

De Russen zien het voormalige Oostblok nog wel als hun invloedssfeer. En dat morgen naast Poetin William Perry staat, zegt volgens de Polen veel. „Onze relatie met Amerika is sinds 1989 niet zo slecht geweest”, aldus dagblad Gazeta Wyborcza.

Ook voor de oorlog zat Warschau tussen twee vuren. In 1934 sloot het land een non-agressiepact met Hitler. Die zet, zeggen Poolse historici, was vooral bedoeld om passieve beleidsmakers in Londen en Parijs te mobiliseren. Maar in Rusland wordt dit nu aangedragen als bewijs dat Warschau dik was met Berlijn. Wat onvermeld blijft is dat Polen twee jaar eerder ook een niet-aanvalsverdrag met de Sovjet-Unie sloot. En dat tot het einde toe respecteerde.

Volgens historicus Stanislaw Zerko leverde de Poolse diplomatie in de jaren dertig onder de omstandigheden een knap staaltje „acrobatiek”. De enige misstap, zegt hij, is de Poolse rol in het Verdrag van München (1938), toen westerse mogendheden instemden met Hitlers wens om de Tsjechoslowakije te ontmantelen. In de nasleep daarvan eisten ook de Polen een betwist stukje Tsjechoslowakije op. Voor de Russen is dit opnieuw een bewijs van de kwade intenties van de Polen. Maar historici zien het vooral als een – kwalijke – voetnoot van de geschiedenis.

Pas in maart 1939 kwamen Groot-Brittannië en Frankrijk over de brug met garanties aan Polen. Aanleiding was het streven van Hitler om Oost-Pruisen, sinds de Eerste Wereldoorlog afgesneden van Duitsland, weer te verbinden met de Heimat, middels een extraterritoriale snelweg door Pools grondgebied. In april zei Hitler zijn non-agressiepact met Polen op, in augustus sloot hij er een met Stalin.

In dit beruchte Molotov-Ribbentrop-pact zat een geheime clausule waarin Midden-Europa in invloedssferen werd opgedeeld. Op 1 september 1939 nam de oorlogskruiser Schleswig-Holstein een Pools garnizoen op het nabij Gdansk gelegen schiereiland Westerplatte onder vuur.

Poetin is morgen in Westerplatte, hij betreedt gewijde grond, de slechtst denkbare plek voor een rel. Niemand verwacht dan ook dat de Russische premier een ruzie zal riskeren. Hij heeft waarschijnlijk zelfs een vriendelijk woord over voor de Polen. Maar meent hij het ook? „Helaas”, schrijft een Poolse commentator, „zegt Poetin wel vaker wat mensen willen horen om vervolgens, met een ander publiek, het tegenovergestelde te zeggen.”

Stalin maakte in 1941, toen Hitler alsnog de Sovjet-Unie aanviel, een grote ommezwaai. De Russen zien de Sovjetleider daarom graag als bevrijder, niet als agressor of massamoordenaar. In Midden-Europa zien ze dat heel anders, want op de ‘bevrijding’ volgde vijftig jaar communistische overheersing. Stalin, zeggen ze hier, was uit hetzelfde hout gesneden als Hitler.

De Russische president Medvedev zei gisteren dat Stalin „Europa uiteindelijk heeft gered”. In een interview op de Russische tv zei hij zich te ergeren aan landen die de Sovjetleider op één lijn met Hitler zetten. Maar hij richtte zijn pijlen vooral op de kleine Baltische staten. Polen bleef, aan de vooravond van de herdenking, wijselijk buiten schot. Bovendien gaat Poetin naar Westerplatte, niet Medvedev.

In een vandaag in Polen gepubliceerde open brief geeft Poetin een voorproefje van zijn toespraak. Hij stipt daarin de Poolse rol in het ‘Verdrag van München’ aan en begint zelfs over de behandeling van Russische krijgsgevangenen na de vergeten Pools-Russische oorlog (1919-1921). Maar hij spreekt ook de hoop uit op Russisch-Poolse verzoening. En dat, zeggen de Polen, is al iets.