Willem-Alexander gaat zijn plichten niet uit de weg

De rechtszaak tegen AP is een nieuwe fase in een permanente worsteling van de Oranjes om een klein beetje privacy, menen Liesbeth Spies en Jan Schinkelshoek

‘Heren, heren, denkt u om de twee meter?” Generaties Oranjefotografen zijn opgegroeid met die legendarische vermaning van Willem van den Berge, ten tijde van koningin Juliana en prins Bernhard, de pasgetrouwde prinses Beatrix en prins Claus en de kleine Willem-Alexander de verpersoonlijking van de dagelijkse voorlichting over het Koninklijk Huis. „Denkt ook ú om de twee meter?” Als een basso continuo klonk het jarenlang onveranderlijk bij het vaste foto-uurtje op Soestdijk, in Porto Ercole en in Lech. „Heren, zo is het wel weer genoeg.”

Die standaardzinnen van Van den Berge groeiden uit tot het devies van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD).

Ingeklemd tussen Oranje en de pers, tussen een Koninklijk Huis dat zo veel mogelijk afgeschermd wil worden en een buitenwacht die hunkert naar koninklijke plaatjes en praatjes, heeft de RVD zich van meet af aan ingespannen om het wankele evenwicht te bewaren – het evenwicht tussen het recht op privacy voor de Oranjes en de vrijheid van nieuwsgaring.

In een opgewonden uitval naar de ‘mediacode’ over de omgang tussen de pers en het Koninklijk Huis maakt Daniela Hooghiemstra een karikatuur van de geschiedenis tussen de Oranjes en de pers. Met name door te suggereren dat uitgerekend prins Willem- Alexander wel heel erg veel ruimte opeist voor de persoonlijke levenssfeer van zijn gezin, een aanstaand koning onwaardig.

Nee, de rechtszaak van de kroonprins tegen het persbureau AP over de skifoto’s uit Argentinië is geen uitschieter. Het is hooguit een nieuwe fase in een permanente worsteling van de Oranjes om een klein beetje privacy, over het hoofd van de Amerikanen.

Ook wie niet terug wil gaan tot koning Willem I die ongeveer eigenhandig de Nederlandsche Staatscourant in het leven riep om niet helemaal overgeleverd te zijn aan wat jan en alleman over de Oranjes schreef, vindt voorbeelden te over. In 1954, nog ver voor het tijdperk van de paparazzi, drong koningin Juliana er bij de kranten op aan dat „de berichtgeving over Haar vakanties zich strikt zou beperken tot enkele beknopte mededelingen die vanwege Haar secretariaat in voorkomende gevallen zullen worden verspreid”.

Als na ‘Greet Hofmans’ (1956) en na ‘Irene’ (1963) de RVD formeel wordt aangewezen als woordvoerder van het Koninklijk Huis, krijgt de directeur per instructie van 21 december 1965, getekend door premier Cals, uitdrukkelijk tot taak de balans te bewaken. „Zonder de eisen van een goede berichtgeving uit het oog te verliezen”, dient de RVD-chef (zo heet het) „bedacht te zijn op het zo veel mogelijk beschermen van de privésfeer van het Hoofd en de leden van het Koninklijk Huis”.

Die uitgebalanceerde verhouding – enerzijds de vrijheid van drukpers, inclusief de vrije nieuwsgaring, anderzijds de al evenzeer grondwettelijk verankerde bescherming van de persoonlijke levenssfeer – ligt ook ten grondslag aan de (omstreden) mediacode uit 2005 over de omgang tussen de Oranjes en de pers.

In weerwil van alle verdichtingen, staat in die spelregels niets meer en niets minder dan dat, in ruil voor enkele ‘fotomomenten’, de kroonprins en zijn gezin tijdens vakanties met rust worden gelaten. Een fotograaf behoeft de uitnodiging voor de sessie op het strand bij Wassenaar niet te aanvaarden. Maar wie wel komt, heeft zich aan de voorwaarden te houden. Afspraak is afspraak.

Dat klinkt zo normaal, zo vanzelfsprekend dat alle opwinding eigenlijk alleen maar verbaast. Ook prins Willem-Alexander en prinses Máxima hebben buiten hun officiële optredens recht op privacy. Er moeten wel bijzondere redenen zijn – de rechter duidde vrijdag in zijn uitspraak op nieuwsfeiten, zaken van publiek en maatschappelijk belang – om een inbreuk te rechtvaardigen. Of, zoals Gijs van der Wiel, de legendarische baas van de RVD, het ooit samenvatte: „Dat de koningin een hapje eet is geen nieuws, als ze Idi Amin uitnodigt wél.”

Kennelijk al vanaf het moment dat hij meevoer met zijn grootvader, is de kroonprins gespitst op zijn privacy. De druk vanuit de media is sinds jaar en dag, vanaf het moment dat zijn grootmoeder in 1954 om rust in de vakantie vroeg, schrikbarend toegenomen. En dan gaat het niet alleen om oprukkende paparazzi. Over de hele linie – kranten, radio, televisie, tijdschriften, internet – is er grote vraag naar ‘royalty’.

Dat heeft een tegenbeweging opgeroepen. Met succes: prinses Caroline van Monaco heeft via het Europese Hof voor de Rechten van de Mens weten te bewerkstellingen dat royals inbreuken op hun privacy niet zonder meer behoeven te laten welgevallen.

Dat de Nederlandse kroonprins achter die beschermingsconstructie wegduikt, valt niet in redelijkheid vol te houden. Niemand heeft moeilijk gedaan over foto’s van het gezin bij de intocht van Sinterklaas in Wassenaar.

Onze toekomstige koning gedraagt zich bepaald niet als een schim, meer bedacht op de lusten dan op de lasten van het koningschap. Als ‘watermanager’ heeft hij zich naam en faam verworven. Afgaande op zijn lange lijst van verplichtingen is Willem-Alexander zich van zijn publieke plichten – een voorbeeld te zijn, een samenbindende factor, een symbool – terdege bewust.

Zeker sinds de entree van prinses Máxima binnen de Oranjefamilie, dreigt eerder het risico van overkill.

Het gaat om de juiste maat.

Waar koningshuizen in een moderne, democratische samenleving fotosessies nodig hebben om zich zichtbaar te maken, bladdert het goud onder de scherpe, nietsontziende schijnwerpers van de televisielampen en andere flitslichten ook weer snel af.

Dat vergt misschien wel meer dan ooit prudentie, dat vergt ingetogenheid, enige afstand. Die twee meter was zo gek nog niet.

Liesbeth Spies en Jan Schinkelshoek zijn lid van de Tweede Kamer voor het CDA.

Lees het artikel van Daniela Hooghiemstra op nrc.nl//opinie