TROS Radar voert nepcampagne voor 'symptoomziekte'

Rusteloze benen, een overactieve blaas, schimmelnagels, erectiestoornissen – allemaal kwalen die regelmatig opduiken in reclamespotjes op televisie. ‘Symptoomziekten’ noemt de redactie van het TROS-programma Radar ze: klachten die de consument op slinkse wijze worden aangepraat door de farmaceutische industrie. In de uitzending van vandaag laten ze zien hoe ze zelf een onschuldige kwaal, winderigheid, opklopten tot een serieuze, te behandelen klacht, en hoe de media hen hierin klakkeloos volgden.

In Nederland is het verboden om bij consumenten reclame te maken voor medicijnen. In plaats daarvan maken farmaceuten burgers attent op mogelijke kwalen, en promoten tegelijkertijd hun product onder artsen.

De Radar-medewerkers deden hetzelfde: ze lanceerden een website inclusief zelftest over winderigheid (www.hetluchtop.nl) en lieten onderzoeksbureau TNS NIPO een enquête uitvoeren onder de doelgroep. Ze stelden hierover een persbericht op, verspreidden informatiefolders onder apotheken en huisartsenpraktijken en benaderden verschillende media om aandacht te schenken aan het maatschappelijke probleem winderigheid. En met succes: het persbericht werd door persbureau ANP en vele media overgenomen. Twee tijdschriften zegden een groot artikel toe (waarvan één in combinatie met een advertentie voor de campagne) en apotheken maakten geen bezwaar tegen de reclamefolders. Een slechte zaak, zeggen de programmamakers, en daarin krijgen ze bijval van de Consumentenbond. Symptoomreclame leidt volgens hen tot overmedicatie.

Branchevereniging Nefarma beschuldigt Radar van misleiding. De actie toont volgens de vertegenwoordiger van de farmaceutische industrie juist het nut van ziektebeeldinformatie aan: de website over winderigheid was een groot succes. Nefarma benadrukt dat symptoomreclame niet verboden is en dat veel patiënten baat hebben bij de informatie. Dat ze in de reclamespotjes geen afzender vermelden, is precies volgens de regels die de overheid heeft opgesteld. De consument zou zelf de informatie op waarde kunnen schatten.

Radar geeft aan de consument daarbij te willen helpen: die moet beter kunnen onderscheiden wanneer hij wordt geïnformeerd en wanneer hij kijkt naar reclame.