Te laat? Dan dans je niet mee

De hiphopscène groeit, merken dansscholen aan hun aanmeldingen.

Naast dansen wordt er gewerkt aan een professionele houding en zelfstandigheid.

‘Vijf, zes, zeven, acht.’ Het groepje dansers, gekleed in wijde, grijze joggingbroeken, baggy spijkerbroeken en Nike-gympen, stapt stoer naar de linkerkant van het podium. Stop, opnieuw, roept dansdocent Sayonara de Prika. „Jullie moeten linksom draaien, niet rechtsom.” Ze doet het voor.

Dan weer: vijf, zes, zeven, acht en gaan. Nee, de dansers langs de kant roepen al: weer fout, stop, nog een keer. Eén meisje heeft het door en helpt de anderen: kijk, dit been zet je eerst voor. Oké, vijf, zes, zeven, acht – ja, nu gaat het wel goed. Doorgaan, roept Sayonara.

Sayonara de Prika (dunne dreadlocks en grote, zilveren oorringen) is dansdocent bij Solid Ground Movement, de eerste hiphopschool in Amsterdam. Als je haar vraagt of dans en hiphop populairder zijn geworden door programma’s als So You Think You Can Dance, het talentenjachtprogramma dat gisteren met zijn tweede seizoen begon, weet ze dat nog niet zeker. „Vorig jaar hadden we inderdaad heel veel aanmeldingen, maar dit jaar is het afwachten.” De audities voor de dansgroep van Solid Ground Movement zijn komend weekeinde, als het dansseizoen in Nederland weer op gang komt.

Wel weet Sayonara zeker dat het gevoel dat hiphopper Timor Steffens van dans krijgt, ook bij Solid Ground Movement leeft. Timor werd vorig jaar tweede bij So You Think You Can Dance en vertelde in dat programma hoe belangrijk dans voor hem is. Nooit was hij ergens goed in, tot hij intensief ging dansen. „Ineens kreeg ik complimentjes enzo. Mensen zeiden: Timor, wat jij kunt, dat is vet.” Daar krijg je zelfvertrouwen van, zei hij.

Dat is voor Solid-dansers niet anders. „We hadden vorig jaar een jongen in onze groep, die kon maar moeilijk praten”, vertelt Sayonara: hij zat tegen het autistische aan. Hoe langer hij danste, hoe meer hij ging vertellen. „Dat is zo tof, je ziet iemand groeien.”

Dan gaat de repetitie door, nu met de muziek van de show die de groep voorbereidt. Iedereen klaar? Harde beats vullen de grote studioruimte. Everybody scream! De dertien dansers springen over elkaar heen, doen een handstandoverslag, draaien op hun hoofd en dan paf. Tegelijk vallen ze neer op de grond, alsof ze zijn neergeschoten. Stop.

Solid-oprichter Bryan Druiventak staat naast Sayonara en roept dat hij meer energie wil zien. „Jullie leven toch? Kom op, laat zien dan.” Hij doet een paar passen voor: bam bam, paf. Tegen één meisje in het bijzonder: kijk, zo wil ik het hebben. Niet te ingetogen. „Laat die keiharde meid zien, ik weet dat die in je zit.” Ze lacht verlegen en de jongen naast haar geeft haar een duw: ja man, je kúnt het wel. Oké, nog een keer. Iedereen klaar?

Dansen betekent hier vaak: even je problemen vergeten. Want natuurlijk zijn die er, vertelt Bryan Druiventak. Thuis of op school gaat het niet altijd iedereen gemakkelijk af. Bryan is dan grote broer en vader tegelijk, zegt hij lachend. „Ze weten dat ze mij altijd kunnen bellen. Dan help ik waar ik kan.” Maar ook onderling is de sociale controle groot. Als iemand niet komt opdagen bij een training, is er altijd wel een ander die weet hoe dat kan en wat het probleem is.

Dansen geeft de jongeren ritme en discipline. „Ze worden ergens verwacht.” Sayonara heeft bijvoorbeeld haar hbo-diploma aan Solid te danken. „Als ik hier niet was gaan dansen, denk ik niet dat ik die opleiding tot dramadocente was gaan doen.” Ze lacht trots. Ja, ze is pas 23. En ze weet dat het ook weleens misgaat. Een vriendin van haar danste ook bij Solid, maar kreeg op een gegeven moment verkeerde vrienden. Zij stopte met hiphop. „Die heeft nu nog een lange weg te gaan.”

Dansen betekent voor deze jongeren dus ook: leren. Dat vertelt Raoul Richardson – grijs petje en wijde spijkerbroek. Hij is pas 24 en begon in 2003 zijn eigen hiphopschool in Utrecht, Influence Zone. Wat als Raoul dans niet had gehad? Geen idee wat dan, zegt hij lachend. „Dit is het gewoon.” Hij volgde geen opleiding, zijn technieken heeft hij puur op gevoel ontwikkeld. Wel volgde Raoul methodiekcursussen, zodat hij zijn bewegingen nu ook kan overbrengen.

De jongeren van zijn dansgroep, hun leeftijd varieert van een jaar of zestien tot halverwege de twintig, ontwikkelen zich door elkaar feedback te geven. Dat moet van Raoul, daar leer je van. Hij zet soms juist degenen die elkaar niet mogen, samen. „Dat moeten ze echt kunnen, die professionele houding hebben we nodig.”

Raoul wil zijn dansers zelfstandig maken, vertelt hij. Gisteren had Influence Zone in Amsterdam een training, voor een grote Michael Jackson Tribute op de Uitmarkt. „Maar ze moeten zelf uitzoeken hoe ze hier moeten komen. Ben je niet op tijd, dan dans je dus niet mee. Moeilijk voor sommigen, ja.” Ruim voordat de deur van de repetitiezaal open gaat, staan de dansers al buiten te wachten. Het werkt kennelijk, zegt Raoul lachend. „Anders zouden ze wel afhaken.” Het aantal aanmeldingen voor zijn dansschool stijgt alleen maar.

Dansen is ook elkaar helpen. Bij zowel Solid Ground Movement als Influence Zone varieert de ervaring binnen de groepen sterk. Ze leggen elkaar de moves uit, die vaak gewoon van de straat komen. Danservaring bij een school hoeft dus niet altijd, deze jongeren pikken hun techniek op straat op.

Bryan wijst naar een jongen die pas een paar maanden bij Solid danst, maar wel een solo heeft en zonder moeite een halve minuut stilstaat – op zijn handen en met zijn benen gekruist in de lucht. Hij is goed. „Dat weet hij al, dus laat het hem niet horen”, zegt Bryan lachend. Hij legt uit dat zijn school daarom Solid Ground Movement heet: „We willen iedereen verder helpen en beter maken. Maar onze mensen moeten wel met beide benen op de grond blijven staan.”