Stieren en Sinterklaas in Turba Blanca

Tienduizenden op het TT-circuit voor de proloog, tweehonderdduizend langs de route van de tweede rit van Assen naar Emmen. Drenthe was een weekeinde in de ban van de Vuelta. Van kerkdienst tot carnaval.

Zondagochtend tegen tienen klinken in het Drentse plaatsje Vries fluitende vogels en wat vroege bedrijvigheid. Langs de straten overal rood met gele vlaggen, kartonnen stieren en fietsers, en een bord met de tekst Vries – Madrid 3130 kilometer. Af en toe een groepje mensen, wandelend richting centrum naar de duizend jaar oude Dorpskerk. Een huisdeur gaat open. „Jean”, gonst het. Op het terras voor Hotel Wapen van Leiden zit als enige een broze man, sigaartje in de linkerhand, twee borreltjes voor zich op tafel. Jean Nelissen, de bekende Limburgse wielercommentator, 72 jaar, 37 keer Tour de France.

„Jean zal tijdens de kerkdienst spreken over de relatie tussen wielrennen en katholicisme”, zegt Dick Heuvelman, de Groningse journalist die op het idee kwam om de start van de Ronde van Spanje naar Drenthe te halen. Zaterdag de proloog op het TT-circuit van Assen, gisteren een rit van 203 kilometer van Assen naar Emmen. De hele provincie is al weken in de ban van de Vuelta. De kathedraal La Sagrada Familia van zand in Gieten, een reuzenpan paella en Vuelta-wijn in Westerbork, in Exloo tomatengevechten als La Tomatina in het Spaanse dorpje Buñol. En in Vries – een dorpje van ruim vierduizend inwoners – een optreden van Nelissen.

Op de Brink staan honderden stoelen en een heuse tribune, die onder geroezemoes langzaam volstromen. „Tussen kerk en cafés, dus middenin het leven”, zal de dominee later grappen. Onder wat oude beuken een muziekkoepel met de harmonie, ernaast een koor. Rond de kansel een race-, kinder- en bakfiets. Nederland als in een film van Bert Haanstra. „Biebels, bomen en blaozen op fietse”, luidt het Drentse motto van de hagenpreek in de openlucht. Aan het boekje voor de dienst zit een bon voor een ‘Tapaspreuiverij’ na afloop.

Dominee Jan Hermes prijst de vrijwilligers, preekt en bidt. „Fiets nu heen in vrede, fiets je levensreis. Maak de goede keuzes en ga voor de grote prijs”, zingt het koor. Alleen de kauwen trekken zich niets aan van de gewijde stiltes. Intussen spreekt Nelissen, vanuit een stoel in de bakfiets op de kansel. Fraaie flarden over Gino ‘de monnik’ Bartali, Féderico ‘adelaar van Toledo’ Bahamontes, Fausto Coppi en zijn mysterieuze ‘Dama Bianca’, de witte dame voor wie de Italiaanse campionissimo zijn vrouw verliet. „Weet u hoeveel mensen er vreemdgaan”, vraagt De Neel aan de dominee. „Ik niet”, zegt deze. „Daar ziet u ook niet naar uit”, maakt Nelissen af. De lachers alweer op zijn hand. „Maar nu moet ik ophouden, anders komt de Vuelta-karavaan zo meteen door de kerkdienst rijden.”

Een dag eerder heeft burgemeester Sicko Heldoorn van Assen op het TT-circuit het officiële startsein gegeven. Duizenden toerfietsers, tienduizenden toeschouwers, klaar voor de proloog van de 64ste editie van de Spaanse wielerronde, voor het eerst buiten het Iberisch schiereiland. „Wat een fantastisch feest”, roept Heldoorn. „Iedereen in Drenthe is bezig met La Vuelta en met de wielersport!” Ondanks een felle regenbui juicht het publiek hard voor zichzelf. „Dit is de beste organisatie van de Vuelta-start tot nu toe”, looft koersdirecteur Javier Guillén. Tijd voor de volksliederen.

Raar, de Ronde van Spanje die start in Nederland? Daar komt op de parkeerplaats een auto aanrijden met achter het stuur Jan Janssen en naast zich Joop Zoetemelk. De twee Nederlandse oud-winnaars (1967 en 1979) zijn net op tijd om over te stappen in een open auto, en zo naast alweer zo’n kartonnen stier het circuit langs te gaan. Nog meer Nederlandse Vuelta-historie als Mathieu Hermans (tien ritzeges) en Erwin Nijboer (tien deelnames, één keer ritwinst) elkaar spreken. „Mooi om zoveel kennissen uit Spanje weer eens tegen te komen”, zegt de Twent Nijboer, die in 1996 stopte als knecht van Miguel Indurain. „Ze vinden het allemaal geweldig hier.”

Om half zes finisht onder gejuich van het publiek de enige Drent in het peloton, Karsten Kroon. „Supergaaf dat publiek”, zegt de renner van Saxo Bank na afloop in de paddock. „Ik kreeg al kippenvel toen ik wegreed voor de start. Iedereen klapte, zoals in een atletiekstadion. Alle jongens zijn onder de indruk, als wielrenner maak je niet vaak mee dat er zoveel toeschouwers op een klein oppervlak zijn. Overal tribunes, overal feest. In Amsterdam of Rotterdam zou er nooit zoveel volk op afkomen. Hier is niet zoveel te doen en als er dan iets is, komt heel Drenthe naar het circuit.”

Waar ter wereld ook, als de Zwitser Fabian Cancellara meedoet aan een tijdrit staat de winnaar vooraf vast. „Dit was een speciale opening”, zegt de eerste drager van de goudkleurige leiderstrui na afloop. „In zo’n grootse arena vond ik de motivatie om alles te geven. Ik ging hard, maar niet zo hard als Valentino Rossi bij de Moto GP.” Bang voor morgen, de rit over Drentse kasseitjes? „Hé, ik heb bij Mapei jaren de Ronde van Drenthe gereden. Ik ken Nederland. En twee dagen geleden heeft mijn ploeggenoot Karsten Kroon me meegenomen voor een kop koffie bij zijn ouders en de wegen in deze regio nog eens uitgelegd.”

Zouden de twee Saxo-renners gesproken hebben over de stijgingspercentages van de Cota de Witteveen, waar zondag in de rit van Assen naar Emmen de eerste punten te verdienen zijn voor het bergklassement? De streep is getrokken bij de begraafplaats met het graf van Relus ter Beek, de vorig jaar overleden commissaris van de koningin die de Vuelta naar Drenthe haalde. „Monte Relus”, doopt vrijwilligster Sandra Korthuis de eerste ‘klim’.

Op dertig kilometer van de kerkdienst in Vries is het carnaval in Witteveen, of Turba Blanca zoals het dorpje dezer dagen heet. Alles is rood-geel, stieren alom, een spandoek van Bartje: „Niet alleen op bruune boon’n”, een verwijzing naar vermeend dopegebruik. „Oh was ik maar bij moeder thuisgebleven”, schalt door de speakers. Patatlucht mengt zich met klanken van Spaanse gitaarmuziek bij restaurant Onder de hoge Dennen. Grote zandsculptuur van Ter Beek op een racefiets voor het terras. Speciale gasten René Pijnen (vier ritzeges in de Vuelta) en Sinterklaas. Korthuis benoemt het motto van de festiviteiten. „Het dorp Witteveen voor de Vuelta en tegen kanker, de ziekte waaraan Relus ter Beek is gestorven.”

Staatssecretaris Bussemaker, in T-shirt met Cota de Witteveen, is bij de begraafplaats afgestapt van een volgmotor. Een portretfoto van Ter Beek staat langs het parcours als vijf koplopers om kwart over twee voorbij denderen. Tom Leezer pakt op de volkomen vlakke weg de bergpunten. Kroon leidt even later het peloton. „Ik ben gebeld door Abe Jan, de zoon van Relus ter Beek, een jeugdvriend van me. Of ik een poging wilde wagen om de bergprijs te winnen.”

In een paar minuten jaagt de karavaan voorbij, op naar het volgende feestende dorp, naar de finish in Emmen, waar de Duitser Gerald Ciolek de massasprint wint. Vandaag Venlo, morgen Luik, dan het vliegtuig in naar Spanje.

Bussemaker legt in stilte een boeket witte rozen op het graf van Ter Beek. La Vuelta bedankt, staat op het lint. In de verte geurt een barbecue. „Nooit kunnen denken dat het zo’n succes zou worden”, zegt vrijwilligster Korthuis.