Rotte knie

Henk Grol hield bij de K van Kazachstan het judojasje van zijn tegenstander beet. Hij keek met een serieus gezicht naar de mat. Om hem heen gilden zevenduizend mensen op de tribune. ‘Henkie!’ Henk zat met zijn kapotte knie in het hoofd. De knie van Grol weigerde dienst, al weken en nu tijdens de WK in eigen land ook.

Op een trainingskamp in Duitsland scheurde hij zijn binnenband. Het leven van Grol werd teruggebracht tot het functioneren van een gammele scharnier in zijn been. Als je goed keek, zag je de rotte knie van Grol het hele toernooi op zijn gezicht staan. Hij was het verschrikkelijk zat.

Als je de judoka de afgelopen week een cirkelzaag had gegeven had hij de knie er met een paar flinke halen afgeramd. Als koningin Beatrix een nieuwe knie kon krijgen, waarom potentieel wereldkampioen Henk Grol dan ook niet voorzien van een deugdelijk exemplaar? Nu moest hij als een manke Henkie het belangrijkste toernooi van het seizoen betreden.

Iedere ronde op de mat deed pijn. Het publiek leed mee. Bij een val bleef Henk Grol seconden lang op zijn buik liggen. Kwam de reus nog overeind? Dan, net op tijd, bewoog er een voet. Langzaam richtte de judoka zich weer op, zijn knie ontziend. Het ging wonderbaarlijk goed. In trance van de pijn vocht Grol zich naar de finale.

Vanaf een ereplek in Ahoy keek tweevoudig wereld- en olympisch kampioen Willem Ruska toe. Ruska (69) kreeg in 2001 een herseninfarct. Sindsdien zit hij in een rolstoel. Hij kan nauwelijks praten.

Ruska kreeg eerder op de dag een prijs van de internationale judobond, als erkenning voor bewezen diensten.

Dat werd tijd.

Ik kijk graag naar oud beeldmateriaal van Ruska. Er bestaat een foto waarop hij naakt op een sokkel zit, ingesmeerd met olie. Tsjonge. Laat ik het zo zeggen, beeldhouwer en billenfanaat Jan Wolkers had Ruska in die tijd graag als model over de vloer gehad.

Het ging Ruska niet voor de wind. Hij leidde jarenlang een anoniem bestaan als portier op de Amsterdamse wallen. Hoerenlopers lieten het wel uit hun hoofd om de rekening niet te betalen.

In de finale donderde Grol na een schouderworp achterover. Ippon. Zilver. Hij ging naast de mat op zijn rug liggen, ogen dicht, en speelde de partij nog eens af als een korte film.

Zelden iemand zo onomwonden zien verliezen. Grol vond zichzelf achteraf ‘dom’, ‘heel dom’, ‘niet heel slim’. Hij spaarde zichzelf niet. Sterker nog, hij vond zichzelf de hoofdschuldige van het missen van de prijs. Hij bleef aardig voor zijn knie, die kon het ook niet helpen.

Op het podium luisterde Grol naar het gezongen volkslied van Kazachstan. Hij zei het niet, maar op het gezicht van Grol zag je: ‘Dom lied, domme bariton.’ Hij had op de hoogste plek kunnen staan.

Grol beweerde dat er voor hem maar één medaille echt telt in de sport: olympisch goud. Met dat eremetaal om je hals ben je pas echt onaantastbaar.

Verderop zat de ooit zo sterke Ruska; zelfs twee keer goud is geen waarborg voor een zorgeloos bestaan. Ruska hoor je daar niet over klagen. Vanuit zijn rolstoel, met twee bewegingloze knieën in een knik, lachte hij van oor tot oor. Het zag eruit als meesterlijk verlies van een groot winnaar.

Wilfried de Jong