Politiek wil grip op kunst

In een kunstdebat in Paradiso toonden politici zich verheugd en huiverig over de plannen van de Amsterdamse wethouder C. Gehrels om de macht over de kunst te vergroten.

Een stevig debat over de verdeling van gemeentelijke kunstsubsidies leidt meestal tot het uittrekken van extra geld om onder de kunstinstellingen te verdelen. In Amsterdam: 10 miljoen euro extra. Rotterdam: 13,5 miljoen. Den Haag: 5,5 miljoen euro.

Bij het jaarlijkse kunstdebat van de Uitmarkt, gisteren in Paradiso, werd wat lacherig gereageerd op deze conclusie van Berenschot uit een onderzoek onder tien gemeenten. „Als die conclusie klopt, dan is dit debat vandaag tenminste niet voor niks”, zei gespreksleider Lennart Booij droogjes.

Het Paradiso-debat had dit jaar als thema ‘de kloof tussen kunst en politiek’. Aanleiding zijn de stevige uitspraken die de Amsterdamse wethouder Carolien Gehrels (Cultuur, PvdA) eerder dit jaar deed over dit onderwerp. In de Boekmanlezing die ze in juni hield, zei ze dat de politiek zich heeft laten ketenen door het adagium van de liberale voorman Thorbecke, die in 1862 stelde dat de overheid „geen oordelaar van kunst” is. „Ik vind dat de invloed die de politiek kan uitoefenen veel te klein is”, zei Gehrels in juni. „Als cultuur een sector is waar je als bestuurder niet op mag sturen, dan keert de politiek zich af van de kunsten.”

De wethouder wil, om de rol van de politiek te verstevigen, ‘kunstschouwen’ aanstellen, die haar adviseren over de verdeling van de kunstsubsidies en die zich daar publiekelijk voor verantwoorden. Zij wil ook steviger toetsen of de kunstinstellingen bijdragen aan de doelstellingen van het gemeentelijke kunstbeleid.

George Lawson, directeur van het podiumfonds NFPK, lichtte toe hoe de subsidieverdeling van het rijk in 2007 meer op afstand werd geplaatst, waardoor het debat in de Kamer nu alleen nog over hoofdlijnen gaat. Hij juicht het toe dat Gehrels daar ook naar streeft.

Vervolgens was het woord aan vijf politici die in de Tweede Kamer het woord voeren over cultuur. Kamerlid Han ten Broeke (VVD) zei tevreden te zijn met de Haagse stelselwijziging. Hij sprak zijn opluchting uit dat er in de Kamer niet langer over „stapels brandbrieven” van kunstinstellingen hoeft te worden gedebatteerd.

Nicolien van Vroonhoven (CDA) vindt echter dat de politiek bij de fondsen nog wel „wensen kenbaar moet kunnen maken” ten aanzien van de verdeling van de subsidies. Kunst moet gebruikt kunnen worden om het kabinetsbeleid uit te dragen, betoogde zij.

De andere partijen zijn daar huiverig voor. John Leerdam (PvdA) vindt dat de Raad voor Cultuur en het NFPK het geld moeten verdelen zonder politieke bemoeienis. Volgens Hans van Leeuwen (SP) zijn kunstinstellingen van zichzelf al maatschappelijk betrokken genoeg en is het niet nodig dat de politiek dit oplegt.

Bezoekers van het debat mochten ook hun mening te geven over de plannen van Gehrels. Medewerkers van de Rietveld Academie grepen die gelegenheid aan om nog eens aandacht te vragen voor de voorgenomen verhuizing van hun school naar de ‘prachtwijk’ Bos en Lommer. Dit is, zo zei een docent, een voorbode van wat er gebeurt als de politiek zich meer gaat bemoeien met de kunst.