Onder een gloeilamp ziet alles er beter uit

Een gloeilamp geeft licht door verhitting, net als de zon en net als een kaars.

In dat warme licht zien mensen er mooier uit en lijkt eten lekkerder.

Morgen is het zover. Dan verspreidt dat elegante glazen ballonnetje met die sierlijke gloeispiraal niet alleen licht, maar ook een sfeer van illegaliteit. Morgen heb je geluk als je nog een matte gloeilamp kunt kopen, want vanaf morgen is de gloeilamp een vorm van contrabande. Hij mag nog wel worden verkocht, maar niet meer gemaakt. De voorraden zullen opdrogen en over een tijdje kun je een gloeilamp alleen nog bij een Turkse of een Indiase internetwinkel kopen.

De Europese Unie heeft de gloeilamp in de ban gedaan, tot grote vreugde van VROM-minister Jacqueline Cramer. De gloeilamp verbruikt te veel energie, en geeft te weinig licht.

Zijn wij ook zo blij met het gloeilampverbod?

Wij houden wél van de gloeilamp, want we zijn met dat licht opgegroeid. De gloeilamp is zo simpel dat een kind kan zien hoe hij werkt: een dun draadje dat gaat gloeien als er stroom doorheen wordt geleid. Hij verlichtte de huiskamer, later onze eigen kamer en het bureautje waaraan we ons huiswerk maakten. Er kwamen ook tl-buizen en spaarlampen, maar de gloeilamp is vriendelijker. Hij gaat meteen aan en hij knippert niet.

Daar komt nog iets bij: de gloeilamp sluit aan bij een biologisch ritme dat de mensen zich in tienduizenden jaren van evolutie eigen hebben gemaakt. Hij geeft ’s avonds een warm licht, net als de ondergaande zon, net als vuur, net als kaarsen. In ons eigen leven zijn het gloeilamplicht en de avond tot een associatieve keten gesmeed die alleen maar sterker wordt. Wij eten onze worteltjes onder het licht van een lamp van 75 watt en we lezen een boek bij een peertje van 60. We beseffen het misschien niet, maar we voelen het wel: gloeilicht en tijdstip hebben alles met elkaar te maken.

Al die associaties worden nu doorgeknipt, want de gloeilamp wordt ons afgenomen en er komt synthetisch licht voor in de plaats.

Maar is het dan niet zo dat gloeilampen energie verspillen?

Ja, ze zijn niet erg efficiënt. Het grootste deel van de energie die ze verbruiken wordt niet in licht, maar in warmte omgezet. Zonde, maar die warmte kan ook zijn nut hebben, vooral in het koude seizoen, als de lampen toch al vaker branden. Verder is de totale energiebesparing die mogelijk is niet indrukwekkend. Alle gloeilampen in Nederland nemen 3 procent van het totale energieverbruik voor hun rekening. Als elke gloeilamp door een spaarlamp of een ledlamp zou worden vervangen, zou dat dus een besparing van ongeveer 1 à 2 procent van het Nederlandse energieverbruik opleveren. Interessant, maar marginaal.

Maar er zijn toch goede alternatieven? De halogeenlamp, de spaarlamp, de tl-buis, de ledlamp?

Ja, die zijn er. En sommige zijn veel zuiniger dan de gloeilamp. Geven ze ook dat mooie gloeilamplicht? De halogeenlamp wel, want dat is eigenlijk ook een gloeilamp. Maar hij is duurder, kwetsbaarder en niet zo simpel in het gebruik als het gewone peertje. Bovendien zullen ook verschillende halogeenlampen door een verbod worden getroffen.

De kleurweergave van spaarlampen en ledlampen wordt steeds beter, maar sla, worteltjes, schilderijen, gekleurde stoffen en de menselijke huid zien er onder een gloeilamp veel beter uit. Dat komt doordat een gloeilamp, precies zoals de zon, licht geeft door verhitting. In die gloed krijgen alle kleuren een kans, en dat is bij het synthetische licht van een spaarlamp, een tl-buis of een ledlamp veel minder het geval. Bij die lichtbronnen zitten er gaten in de kleurweergave.

Er zijn nog een paar bezwaren. Spaarlampen en tl-buizen bevatten kwik en moeten na gedane arbeid als chemisch afval worden behandeld. Ledlampen zijn veelbelovend, maar hun licht is sterk geconcentreerd en er moet een mat kapje overheen om ze geschikt te maken voor de huiskamer. En goedkoop zijn ze niet. Reken maar op een euro of 30 voor een simpel ledballonnetje. Dat zal allemaal wel beter worden, maar het is nog niet zover.

Maar we moeten toch íéts doen? We moeten de CO2-uitstoot toch naar beneden zien te krijgen? Is een verbod op gloeilampen dan toch niet verstandig?

Misschien, maar de paradox is dat je het alleen verstandig kunt vinden als je accepteert dat wij, de consumenten, heel onverstandig zijn. Wij zien blijkbaar niet in dat we het milieu schaden door onze worteltjes onder een gloeilamp op te eten.

Het gebeurt wel vaker dat wij niet goed in de gaten hebben wat nu precies goed voor ons is. Veel mensen houden vast aan riskante gewoonten als alcohol drinken, sigaretten roken en rondrijden in benzineslurpers. Maar worden drank, sigaretten en SUV’s verboden? Nee, in die gevallen ontmoedigt de overheid het gebruik. Met accijnzen, heffingen en slurptax. Door waarschuwingen, etiketten en reclamecampagnes.

Vaak ook wordt het niet schadelijke alternatief extra aantrekkelijk gemaakt. Voor zuinige auto’s hoef je minder belasting te betalen. Elektriciteitsopwekking met je eigen zonnepanelen wordt door de overheid beloond. En omdat de minister van Cultuur liever wil dat we naar het Concertgebouw, de schouwburg en het museum gaan dan dat we thuis op de bank naar SBS6 kijken, wordt het bezoek aan kunstinstellingen flink gesubsidieerd.

Bij de gloeilamp is dat anders. Er komt geen heffing op de gloeilamp. Er komt geen sticker op het doosje waarop in hoofdletters staat: DEZE LAMP SCHAADT HET MILIEU. Ook krijgen de alternatieven, de spaarlampen en ledlampen geen subsidie. De gloeilamp wordt veel radicaler aangepakt: hij wordt in de ban gedaan.

Veel Nederlanders waren al druk bezig om zelf een verstandige middenweg te bewandelen: spaarlampen in de gang, een tl-buis in de schuur, maar wel een gloeilamp boven de eettafel en bij de bank. Die gloeilampen kosten een paar eurocent per week extra, maar dat offer brengen die mensen graag.

Dat is nu afgelopen. De overheid vindt het welletjes. We zijn blijkbaar dom en hardleers, en een ingreep in onze persoonlijke levenssfeer was het enige wat erop zat. Het is voor jullie eigen bestwil, zeggen de hoge heren tegen ons. Nu komen jullie ook niet meer in de verleiding om je worteltjes onder een gloeilamp op te eten.

Misschien is het wel daarom dat we zo’n moeite hebben met het afscheid van het peertje. Niet alleen wordt ons dat mooie licht afgepakt. We worden ook nog eens door onze eigen volksvertegenwoordigers van irrationeel gedrag beschuldigd en we krijgen geen kans meer om het goed te maken.