Om het half uur gaat RX-78 los

‘De Witte Duivel’, wordt hij door zijn vijanden genoemd. En terecht: RX-78, de eerste en bekendste robot uit de populaire Japanse animatieserie Mobile Suit Gundam, ontwikkelde zich onder leiding van de vijftienjarige Amuro Ray, zoon van een wapendesigner, tot een van de hoeders van de aarde in de oorlog tegen het Vorstendom van Zeon.

Nu, dertig jaar later, viert RX-78 zijn dertigste verjaardag. Dat doet hij aan de baai in Tokio, waar de robot twee maanden terug is nagebouwd op ware grootte: achttien meter hoog. Het skelet is van staal, de buitenkant van fiberglas. En hij is realistischer dan in de serie, zeggen bezoekers.

Wie met de monorail het terrein oprijdt, kan hem in de verte al zien staan. Dranghekken moeten de fans op afstand houden, aanraken mag: aan de onderkant vanaf een podium. En om het half uur gaat RX-78 los. Dan komt er rook uit de luchtroosters op zijn borst, geeft hij licht, laat hij via een geluidsinstallatie de soundtrack van de nieuwste robotserie horen en draait hij zijn hoofd richting het wolkendek.

De Gundam-serie, die in 1979 begon, is volgens kenners beeldbepalend gebleken voor de nieuwe generatie Japanse animatierobots (anime). Voor het eerst hadden ze wapens en waren de robots hoekiger, ‘minder Disney’.

Vandaag is de reuzenrobot voor het laatst te zien. Wat er met hem gaat gebeuren is onbekend. Vermoed wordt dat RX-78 zijn strijd tegen het Vorstendom van Zeon verkiest boven het maandenlange staan langs de oever. Hij kan het fysiek niet aan.