Maatwerk voor de massa

plasterk_VM_231287d.jpgMinister Plasterk heeft in Twente een pleidooi gehouden voor het laten versmelten van universiteiten en hbo-opleidingen. Het onderscheid is achterhaald. Te veel studenten aan universiteiten willen een beroep-zonder-onderzoek gaan uitoefenen. Een deel van de hbo-studies zit dicht tegen de universiteit aan:

Is er echt zo’n fundamenteel verschil tussen fysiotherapie en bedrijfskunde? Er ontwikkelt zich verder een reële behoefte aan toegepast onderzoek in het HBO.

Daar staat tegenover dat veel hbo-studenten met een mbo-achtergrond niet ver komen. De studentenbevolking is zo divers dat de huidige tweedeling niet meer voldoet. Bovendien:

Veel jongeren zien zich gedwongen te jong een studie te kiezen en kiezen daardoor verkeerd; het zou beter voor ze zijn om een bredere studie te beginnen, en later te specialiseren.

Kortom, het systeem moet op de schop. Een stelselwijziging. De commissie-Dijsselbloem waarschuwde daartegen. Het zou verkeerd zijn de lessen van die commissie zo uit te leggen dat je helemaal niet meer mag hervormen, zegt de minister in De Volkskrant. Alleen niet meer ondoordacht en zonder draagvlak.

Blijft dat er niet veel extra geld voor al die extra studenten is. De ervaring leert dat stelselwijzigingen in dit land vaak uitlopen op bezuinigingen.

De bond van hogescholen juicht. Die willen al zo lang mee opstromen in de vaart der volkeren. Met hun lectoraten hebben zij al onderzoeksafdelingen trachten op te richten. De Hogeschool InHolland en de UvA zijn al samengegaan.

Juist uit die eerste praktijkvoorbeelden blijkt dat het makkelijker gezegd dan gedaan is. Plasterk roept op tot maatwerk. De HBO Raad zegt het hem na. Maar de massaliteit van de Amsterdamse samenwerking in het hoger onderwijs maakt het tot een vrij theoretisch excercitie. Maatwerk is niet direct de ervaring die studenten als eerste noemen.

De Verenigde Staten wordt ook nu weer als voorbeeld genoemd waarom dit een goed idee is. Eén hoger onderwijs lukt alleen als je ook kwaliteitsverschillen bij de naam mag noemen. Van studenten, docenten en opleidingen. En niet de schijn hoeft op te houden dat alles en iedereen even goed is. Dat leert het Amerikaanse voorbeeld wel.

Aan de Universiteit van Californië, die de minister als voorbeeld noemt, is Berkeley de beroemdste instelling, met de meeste beroemde opleidingen. San Diego en UCLA zijn op weer andere vakken uitstekend, Davis is een stapje minder, Riverside en Merced weer wat minder befaamd, enzovoort. Als we naar dat soort flexibiliteit toegaan, met community colleges die het beste uit kansarmen halen, met gevarieerde eindbestemmingen naar talent, belangstelling en wilskracht, dan heeft Plasterk iets te pakken.

En het is allemaal door de staat én de studenten gefinancieerd. Het bijna-faillissement van de staat Californië kwam hard aan bij de UC. En het collegegeld mag er wezen. ‘Een universitaire studie is een investering voor het leven’, staat op de admissions-pagina. In Berkeley kost een jaar studeren tussen de $5000 en $18.000, plus campuskosten, wonen en eten. Collegegelden voor studenten van buiten Californië en bij private universiteiten gaan meer richting $30 à 40.000.