Laat Frankrijk maar komen in de kwartfinale

De Nederlandse voetbalsters wonnen zaterdag op het EK met 2-1 van Denemarken.

Daardoor staat de debutant donderdag in de kwartfinale.

Vera Pauw zei het op zachte toon, maar met de haar kenmerkende bravoure. „Bring them on”, antwoordde de bondscoach van de Nederlandse voetbalsters toen een Britse journalist wilde weten tegen welk land zij liever speelde, Noorwegen of Frankrijk. Nederland had zich – als debutant – zojuist voor de kwartfinale van het EK geplaatst. Maar Pauw keek alweer verder. „Vanaf vandaag is elke wedstrijd de belangrijkste wedstrijd in de historie van het Nederlandse vrouwenvoetbal.” Gisteren werd bekend dat Frankrijk donderdag de tegenstander is in de kwartfinale.

Het duel met Denemarken in het Finse Lahti verdiende niet de schoonheidsprijs, gaven Pauw en haar speelsters toe. Maar efficiënt was het spel van Nederland wel. Slechts een paar kansen kregen zij tegen de nummer zes van de wereld, maar die werden wel met beide handen aangegrepen. „We hebben tegen de verhoudingen in gescoord”, gaf middenvelder Anouk Hoogendijk toe. „Maar ach, wat zou het. Alleen de uitslag haalt de geschiedenisboeken.”

Vooral in de eerste helft had Nederland het moeilijk tegen het land dat twee keer de laatste vier op een EK haalde en twee keer de laatste acht op een WK. Keeper Loes Geurts moest in de derde minuut al ingrijpen toen spits Nadia Nadim alleen voor haar opdook. Na ruim een half uur ontstond de tweede grote kans voor Denemarken na een fout van verdediger Dyanne Bito. Johanna Rasmussen kon vrij schieten, maar de keeper van AZ stak in een reflex haar been uit en hield haar doel schoon.

In de tweede helft werd Chantal de Ridder gewisseld voor Karin Stevens, die in de wedstrijd tegen Oekraïne voor de 2-0 had gezorgd. Nederland kreeg wat meer grip op de partij en in de 58ste minuut zorgde Sylvia Smit met een mooi boogballetje voor de eerste treffer. Het zelfvertrouwen groeide: zeven minuten later tekende Manon Melis voor het tweede doelpunt. „Op dat moment wisten we dat de overwinning binnen handbereik was”, zou aanvoerder Daphne Koster later zeggen. Ook het tegendoelpunt van Rasmussen – twintig minuten voor het laatste fluitsignaal – kon daar niets meer aan veranderen.

Door de overwinning eindigde Nederland als tweede in poule A, achter Finland, dat zaterdagavond verloor van Oekraïne. Een knappe prestatie voor een debutant, maar de speelsters zelf zinspelen al langer op meer. Pauw memoreerde aan het feit dat de vrouwen ruim tweeënhalf jaar geleden, aan de vooravond van de EK-kwalificatieduels, met elkaar hadden afgesproken dat zij ten minste de halve finales wilden bereiken. Ze namen niet langer genoegen met ‘net niet’. Een belangrijke verklaring voor hun opmars, volgens Pauw.

Toch beseft ook zij dat de ‘oranje leeuwinnen’ nog een lange weg te gaan hebben. „De meiden hebben nog niet het gogme voor de top”, gaf de Nederlandse coach zaterdag toe. „En dus moet ik voor een strategie kiezen die past bij de individuele kwaliteiten van mijn speelsters.” Voorlopig dus geen Hollandse school, waarschuwde Pauw, maar een defensieve variant die moet voorkomen dat er grote gaten vallen op het veld, zoals woensdag in de tweede groepswedstrijd tegen Finland gebeurde.

Hoewel die partij in een 2-1 nederlaag eindigde, had er evengoed 4-1 op het scorebord kunnen staan. Dat Pauw haar speelsters twintig minuten voor het einde ‘verbood’ nog langer aan te vallen om vroegtijdige uitschakeling te voorkomen, kwam haar op veel kritiek te staan. Maar achteraf gezien lijkt haar onorthodoxe strategie goed uit te pakken. „De Nederlandse voetbalsters zijn geen profs”, legde zij nog maar eens uit. „En ze spelen voor het eerst op een groot toernooi. Dan heiligt het doel wat mij betreft alle middelen.”

De Deense coach Kenneth Heiner-Møller ervoer de nederlaag als „een stomp in de maag”. In de rust had hij zijn speelsters nog gefeliciteerd met een sterk optreden, maar gaandeweg de tweede helft sloeg zijn tevredenheid om in verbazing: hoeveel kansen hadden zij nodig om er een in te schieten? De Nederlandse aanvoerster Daphne Koster interpreteerde de Deense tegenspoed op geheel eigen wijze. „De eerste helft hebben wij gezwijnd. Als je zó veel geluk hebt, dan kan je avond bijna niet meer stuk.”