Judoka Henk Grol is weer eens dom geweest

Judoka Henk Grol verslikte zich niet voor het eerst in zijn aanvalslust en won WK-zilver.

Marhinde Verkerk werd in Ahoy wel wereldkampioen.

Weer had Henk Grol een uitgelezen kans op een titel, weer profiteerde een Kazachse tegenstander van zijn onvoorzichtigheid. „Ongelofelijk”, brieste bondscoach Maarten Arens nadat zijn judoka gisteren de finale van de wereldkampioenschappen in Rotterdam had verloren. „Wat een kneus. Hij staat op winst en kan de partij gewoon uitjudoën. Maar nee, hij moet en zal die jongen nog even op zijn rug gooien. Hoe krijg je het in je hoofd.”

Arens omschrijft Grol (24) als een onwaarschijnlijk geval apart. Nog geen twee jaar geleden stapte de judoka over naar de gewichtsklasse tot 100 kilogram, omdat hij de strijd tegen zijn lichaamsgewicht niet meer kon winnen. Als bevrijd werd hij vorig jaar Europees kampioen, in de brute stijl die nu zijn handelsmerk is. Grol gaat voor niets liever dan de ippon – de maximale score waarbij de partij meteen is beëindigd.

Maar aan het aantrekkelijke, weinig tactische judo van Grol kleven ook risico’s, ervaarde hij bij de Olympische Spelen in augustus. Bij een voorsprong in de halve finales kon hij de drang niet weerstaan om toch zijn tegenstander op de rug te smijten, waarna hij in een onbedachtzame aanval zelf werd gevloerd. „Ik ben een onbenul”, treurde Grol in Peking, nadat hij met ippon wel olympisch brons had gewonnen.

Juist omdat Grol zich buiten de tatami zo ongecompliceerd presenteert en de Japanse vechtsport ook voor niet-kenners inzichtelijk maakt, gold hij als uithangbord van de WK. Bijna een maand geleden kwam zijn optreden echter op de tocht te staan, toen hij in een training een van zijn binnenste kniebanden inscheurde. Na intensieve revalidatie nam hij de weinig verrassende beslissing om toch deel te nemen. Voor Grol kan het immers niet gek genoeg, zegt hij zelf.

In Ahoy kwam de vraag op of die keuze wel medisch verantwoord was. Grol strompelde over de tatami, had moeite met opstaan en kreeg enkele keren kramp. Hij judode dan ook vol pijnstillers en met een tapewikkel om zijn knie die na elke partij werd verstevigd. Tussendoor had hij zo veel pijn dat hij aan opgeven dacht. Deze week ondergaat Grol dan ook een MRI-scan om de schade op te nemen. Voor een WK in een ander land zou hij zijn knie zeker niet hebben gewaagd, bekende hij na afloop. „Belachelijk, dit kon gewoon niet. Maar opgeven doe ik ook niet.”

Grol verbaasde de bijna 7.000 toeschouwers, onder wie voormalig olympisch- en wereldkampioen Wim Ruska, door trekkebenend vijf tegenstanders te verslaan. De kersverse ‘judobelg’ Elco van der Geest werd al na twee partijen uitgeschakeld. Voor Grol ging het alleen in de finale tegen de Kazach Maxim Rakov mis. Net als in Peking was hij ondanks een overwicht te onstuimig. „Ik ben weer dom geweest”, zei hij. „Nu baal ik als een stekker. Die wereldtitel gaat er komen. Ik wil nog steeds alles winnen wat er te winnen valt.”

Zo bleef een zesde wereldtitel voor het Nederlandse mannenjudo uit, waar Marhinde Verkerk (-78 kg) zaterdag wel de zesde vrouwelijke Nederlandse wereldkampioen werd. De 23-jarige judoka verbaasde daarmee vooral zichzelf in haar geboortestad. „Ik kan het eigenlijk nog steeds niet geloven”, giechelde ze. „Ik wist dat ik de laatste weken in vorm was en vond het ook prachtig dat ik voor duizenden toeschouwers op de mat zou staan. Maar dit had ik niet verwacht.”

Verkerk versloeg onder anderen de Koreaanse Gyeong-Mi Jeong (olympisch brons) en de Spaanse Esther San Miguel (Europees kampioen). In de finale wist ook de Oekraïense Marina Prisjepa zich geen raad met de aanvalslust van de fysiek en conditioneel opvallend sterke judoka.

Verkerk kwam drie jaar geleden terecht bij Budokan, de judoschool van Chris de Korte. De succesvolle coach moest haar eerst als „recreatiejudoka” afbreken om haar daarna weer op te bouwen als wedstrijdjudoka. Verkerk: „Ik kreeg echt het gevoel dat ik weer de witte band had.” Ook kreeg ze door de zware nationale concurrentiestrijd met Claudia Zwiers, die ze in eerste instantie verloor, een „knokkersmentaliteit”.

Met de gedaanteverwisseling kwamen de successen, waaronder de wereldtitel voor judoka’s tot 23 jaar. Ze zag in 2007 haar WK-debuut mislukken in Rio de Janeiro en was in Peking sparringpartner voor de andere Nederlandsen. Hoe talentvol ook, de wereldtitel had niemand haar nog toegedicht. „Dit is wel een heel bijzondere prestatie”, glunderde vrouwenbondscoach Marjolein van Unen.

Met het goud voor een onbevangen trainingsbeest en het zilver voor een gemankeerde krachtpatser kwam het aantal medailles van Nederland op drie. Elisabeth Willeboordse (-63 kg) behaalde vrijdag zilver, maar verder moest de in Peking succesvolle ploeg (één keer zilver, vier keer brons) vlotte uitschakelingen incasseren. Oorzaken voor het falen waren te afwachtend judo (Guillaume Elmont), de ballast van een optreden voor eigen publiek (Edith Bosch) en onervarenheid (Marvin de la Croes).

Van Unen mocht niet ontevreden zijn over de vrouwen, Arens had wel reden tot klagen over de prestaties van de mannen. „We hebben nogal wat teleurstellingen gehad. We hadden een medaille meer en een wereldtitel moeten hebben.” Grol was het met zijn coach eens. „De mannen hebben het gewoon slecht gedaan”, zei hij. „We hadden na vier dagen nog maar twee partijen gewonnen, geloof ik. Dat verdienen de mensen niet.”