Japan kiest na 54 jaar tegen het systeem

De Democratische Partij van Japan heeft gisteren de liberalen verslagen. De nieuwe premier Hatoyama moet de burgers weer centraal zien te stellen.

Een roos per gewonnen zetel; Yukio Hatoyama, Japans nieuwe leider, voor het scorebord met namen van kandidaten van zijn DPJ-partij, die gisteren de parlementsverkiezingen met overmacht won. Foto AP Yukio Hatoyama, leader of the main opposition Democratic Party of Japan, smiles in front of a white board covered with full of red rosettes pinned on names of winner candidates as he observes the ballot counting of parliamentary elections at the party's election center in Tokyo, Japan, Sunday, Aug. 30, 2009. The left-of-center Democratic Party was set to win 300 or more of the 480 seats in the lower house of parliament, ousting the Liberal Democrats, who have governed Japan for all but 11 months since 1955, according to exit polls by all major Japanese TV networks. (AP Photo/Koji Sasahara) AP

Japan heeft gisteren gekozen voor ‘verandering’, de leus waarmee oppositieleider Yukio Hatoyama de verkiezingen was ingegaan. De 103 miljoen Japanse kiezers hebben afgerekend met de conservatieve Liberale Democratische Partij (LDP), die het land sinds 1955 vrijwel onafgebroken heeft geregeerd. Volgens de voorlopige uitslag van de lagerhuisverkiezingen gaan 308 van de 480 zetels naar Hatoyama’s Democratische Partij van Japan (DPJ).

De stembussen zijn om acht uur gisteravond nog maar net dicht als de Japanse televisiezenders de eerste exitpolls tonen. Grote opwinding in het Laforet-gebouw in Tokio, waar de top van Hatoyama’s partij bijeen is. Honderden journalisten slaken kreten van opwinding als de dramatiek van de uitslag duidelijk wordt. De kaart van Japan kleurt blauw: de sociaal-liberale DPJ heeft een historische overwinning behaald, de voorspellingen van de afgelopen maanden zijn uitgekomen.

Onvrede over de economie, over zwak leiderschap en corruptie heeft de Japanners ertoe bewogen voor verandering te kiezen. „Er is grote ontevredenheid over onze partij”, gaf premier Taro Aso toe. Hij kondigde na de uitslag zijn vertrek als LDP-leider aan.

Heel wat reputaties zijn gisteren gesneuveld. Symbool voor de teloorgang van de LDP, en voor failliet leiderschap, is misschien wel Shoichi Nakagawa, de ex-minister van Financiën die begin dit jaar moest aftreden nadat hij in Rome dronken op een persconferentie was verschenen. Hij had hard campagne gevoerd in zijn district in Hokkaido, zijn achterban excuses aangeboden en demonstratief melk gedronken. Hij verloor gisteren kansloos.

Of neem Fumio Kyuma, oud-minister van Defensie, die het op zijn 68ste moest meemaken dat hij het in Nagasaki aflegde tegen een 28-jarige vrouw van de DPJ. In het verleden hoefde hij zelden moeite te doen voor zijn positie. De vrouw, Eriko Fukuda, is een voorbeeld van de nieuwe generatie DPJ-politici: vrouw, jong, activistisch en niet bang om het gevecht tegen de bureaucratie aan te gaan. Zij streed jarenlang tegen de staat toen zij hepatitis-C opliep door een transfusie met besmet bloed, een schandaal waarvoor de overheid nooit de verantwoordelijkheid heeft willen nemen.

De kiezers hebben vooral tegen de LDP gekozen. De liberalen vormden met bureaucratie en zakenwereld een systeem dat na de Tweede Wereldoorlog van Japan de tweede economie van de wereld wist te maken. Nu is het de vraag of de DPJ, een mengeling van sociaal-democraten en vroegere LDP-leden, Japan echt kan veranderen.

[Vervolg Japan: pagina 5]

Japanners zoeken nieuw zelfvertrouwen

[Vervolg Japan van pagina 1]

De Democraten willen vooral een andere politieke cultuur: de macht aan de politici en niet aan de bureaucraten. Een einde aan de praktijk dat politici hun kiesdistrict van hun vader erven. Ook wil de partij de burger centraal stellen en niet het grote bedrijfsleven zoals de LDP deed.

De machine van politiek, bureaucratie en zakenwereld draaide tot de jaren tachtig op volle toeren. Als brandstof dienden vaak miljarden yens aan overbodige investeringen in wegen, bruggen en spoorverbindingen waarmee bedrijven werden gepaaid en kiezers werden gelokt. In de jaren negentig raakte Japan in de versukkeling: de groei vertraagde, de inkomensongelijkheid nam toe en het publiek kreeg weerzin tegen politieke corruptie. In het hogerhuis werd de DPJ in 2007 de grootste, wat tot politieke stagnatie leidde.

De DPJ denkt de economie te kunnen aanzwengelen met stimulering van de binnenlandse bestedingen. De partij wil burgers meer geld in handen geven, onder anderen door een kinderbijslag van maandelijk 26.000 yen (circa 250 euro). De opvoeding van kinderen is nu erg duur, voor een deel bepaalt dat het lage kindertal. Japanse ouders geven veel geld uit om hun kinderen op prestigieuze opleidingen te laten studeren. Dat betekent extra bijspijkerlessen na schooltijd op de juku, de school naast de school.

De DPJ denkt degelijke uitgaven te kunnen betalen met het beperken van de overtollige uitgaven, bijvoorbeeld die voor onnodige infrastuctuur. Ook heeft de partij een nieuw pensioenstelsel aangekondigd. Verder blijven de plannen over de financiering vaag. De werkloosheid staat op een na-oorlogs record. Er is altijd met nonchalance over de enorme staatsschuld gesproken, de politici verwezen naar de enorme bedragen die Japanse ouderen hebben gespaard. De DPJ heeft gezegd niet van plan te zijn om Aso’s voorstel voor BTW-verhoging (nu 5 procent) over te nemen. Aso wilde met de opbrengsten de sociale zekerheid verbeteren.

De partij heeft weinig bestuurlijke ervaring in huis. Eigenlijk zijn er maar vier toppers die ooit een zware functie hebben gehad. Een probleem is dat de DPJ volgend jaar al beloften waargemaakt moet hebben, als er verkiezingen zijn voor het hogerhuis. Anders kan de hoop van nu omslaan in teleurstelling.

Wat kan Hatoyama? Hij is een beschaafde man met een academische achtergrond. Een idealist, maar niet bij uitstek een charismatisch leider. Hij ontmoette hoongelach toe hij bij de oprichting van de DPJ in 1998 aankondigde dat de partij zou zijn gebaseerd op broederschap, liefde en vertrouwen. Dat was ,,softijs dat smelt in de zon”, in de woorden van oud-premier Nakasone.

Politiek analisten betwijfelen of Yukio Hatoyama wel bestand is tegen het machiavellisme in Tokio. De verwachting is dat de LDP zich zal hergroeperen en zal proberen terug te komen met steun van de machtige, conservatieve industrielobby.

Binnen zijn eigen partij heeft hij te maken met de ambities van de geslepen vos Ichiro Ozawa, de oud-partijleider die in mei moest aftreden door een fraudeschandaal rondom zijn secretaris. Ozawa kan het Hatoyama nog heel moeilijk maken. ,,Ik betwijfel of hij het lef heeft om de zaken aan te pakken”, zei de Australische Japan-kenner Gavan McCormack, emeritus hoogleraar gisteren over Hatoyama in het Laforet-gebouw.

Niet dat Japan een arm land is. De drukke winkelboulevards, de luxe Ginza voorop, werden ook gisteren weer bevolkt door een onophoudelijke stroom consumenten. Zelfs de slagregens van de naderende tyfoon Krovanh kregen geen vat op de kooplust. Bij Louis Vuitton aan de Omotesando in de hippe jongerenwijk Harajuku stond er een rij wachtenden bij de kassa. Japan is en blijft een land van goedgeklede middenklasse. Maar in de parken neemt het aantal daklozen toe.

Japan, dat volgend jaar waarschijnlijk door China wordt voorbijgestreefd als tweede economie, heeft op het wereldtoneel vooral weer zelfvertrouwen nodig. Hatoyama wil dichter aankruipen tegen China en Zuid-Korea en een onafhankelijker opstelling tegenover de Verenigde Staten. Aan het bijtanken van de Amerikaanse militaire missies door de Japanse marine in de Indische Oceaan komt waarschijnlijk in januari een einde.

Japan moet zijn positie in de wereld opnieuw definiëren en zal hard moeten vechten om deel uit te blijven maken van de kopgroep van rijke landen. Afstappen van uitspraken als die van premier Yoshiro Mori, die het in 2000 nog had over „een goddellijke natie met de keizer in het centrum”. Dat was de oude politiek. Nu is er meer assertiviteit en vitaliteit nodig. De samenleving vergrijst in hoog tempo, het aantal geboorten is om financiële en sociaal-culturele redenen zorgwekkend laag.

De conservatieven van de LDP zochten de oplossing daarvoor altijd graag in denigrerende retoriek. De vrouwen in het land waren „haperende broedmachines”. Premier Aso liet zich deze week in een discussie met studenten in Tokio weer eens onhandig uit toen hij zei: ,,Als je geen geld hebt, ga je maar niet trouwen”.

De bevolking, nu 127 miljoen, zal in 2050 met bijna eenderde zijn afgenomen. Extra investeringen in pensioenen, gezondheidszorg en sociale zekerheid zijn nodig. Hatoyama zal veel moed moeten opbrengen om de Japanse samenleving rijp te maken voor een debat over grootschalige immigratie van arbeidskrachten. Daar voelt het gesloten eiland nog weinig voor, in de verkiezingstijd is het woord immigratie niet één keer gevallen.

Gitarist Keiji Kamihama (38) die met zijn vriendin Mariko gisteren bij het hippe Yoyogi-park met rockmuziek wat yens probeerde te verdienen, verwoordde het zo: ,,Natuurlijk is het land toe aan verandering. De LDP zit er veel te lang, we leven van geleend geld. We zullen aansluiting bij de internationale gemeenschap moeten krijgen. Maar de veranderingen zullen niet snel gaan. We blijven een eilandstaat.”