In Japan wint de oppositie

Na decennia op het pluche is de partij van premier Aso (LDP) gisteren hard afgestraft.

De vraag is of oppositie-partij DPJ het beter zal doen.

De algemene verkiezingen in Japan hebben gisteren tot een politieke aardverschuiving geleid. De kiezers hebben massaal hun vertrouwen gegeven aan de grootste oppositiepartij, de sociaal-liberale Democratische Partij van Japan (DPJ). Deze krijgt ongeveer tweederde van de 480 zetels in het Lagerhuis.

De conservatieve en nationalistische Liberale Democratische Partij (LDP), sinds 1955 vrijwel onafgebroken aan de macht, is hard afgestraft en komt volgens de peilingen op nog slechts honderd zetels uit. De definitieve uitslag wordt vandaag verwacht.

Met de uitslag rekenen de Japanse kiezers af met een partij die decennia lang het land heeft geregeerd, in een hecht bondgenootschap met bureaucratie en bedrijfsleven. Japan, dat berooid uit de Tweede Wereldoorlog was gekomen, bracht het tot tweede economie van de wereld, na de Verenigde Staten.

Onvrede over de economie, zwak leiderschap en corruptie heeft de 103 miljoen Japanse kiesgerechtigden ertoe bewogen voor drastische verandering te kiezen. Japan kampt niet alleen met een ernstige economische crisis, maar ziet zijn positie als tweede economie van de wereld wankelen. China zal deze plaats waarschijnlijk volgend jaar al overnemen. Bovendien vergrijst Japan in rap tempo.

De impopulaire premier Taro Aso zei gisteravond dat hij zijn consequenties uit de nederlaag trekt en het leiderschap van de LDP opgeeft. „Deze resultaten zijn zeer ernstig”, zei Aso na de nederlaag. „Er is grote ontevredenheid over onze partij.”

DPJ-leider Yukio Hatoyama (62) wordt de nieuwe premier van het land. In zijn campagne heeft Hatoyama beloofd dat de burger weer centraal komt te staan in Japan. Gezinnen krijgen een substantiële uitkering voor hun kinderen, de pensioenen gaan omhoog en de boeren krijgen meer steun. Ook willen de democraten de tol op snelwegen afschaffen. Door gezinnen meer geld in handen te geven, hoopt de DPJ de binnenlandse bestedingen een impuls te geven. Japanse consumenten houden nu uit onzekerheid de vinger op de knip.

De DPJ denkt dit te kunnen financieren door een einde te maken aan nutteloze investeringen waarmee de LDP jarenlang het bedrijfsleven paaide. De partij wil vooral de politieke cultuur in het land veranderen en de machtige bureaucratie aanpakken die na de oorlog de spil van het Japanse systeem vormde. Ook wil Hatoyama een onafhankelijker koers volgen ten opzichte van de VS en zich meer oriënteren op China en Zuid-Korea.

Hatoyama heeft in zijn campagne de afgelopen weken gehamerd op change, in navolging van de Amerikaanse president Obama. De grote vraag is of de partij dit waar kan maken. De DPJ, opgericht in 1998, mist bestuurlijke ervaring en ziet zich gesteld voor grote economische problemen. Vrijdag werd bekend dat de werkloosheid is opgelopen tot 5,7 procent, het hoogste percentage van na de Tweede Wereldoorlog. Het land heeft een torenhoge staatsschuld. Die zou tenderen naar 200 procent van het bruto nationaal product.

De nieuwe regering moet een antwoord vinden op de de bevolkingskrimp. Als resultaat van vergrijzing en een extreem laag geboortecijfer zal de bevolking (nu 127 miljoen) in 2050 met bijna eenderde zijn afgenomen. In 2015 is een kwart van de bevolking ouder dan 65. De regering zal extra moeten investeren in pensioenen, gezondheidszorg en sociale zekerheid.

Volgens deskundigen ontkomt Japan niet aan grootschalige immigratie van werknemers om aan de groeiende vraag naar personeel, in ziekenhuizen en bejaardenzorg, te voldoen.