ik@nrc.nl

Het is zaterdagochtend. Mijn zoon van zes speelt zijn eerste voetbalwedstrijd. Hij zit in de F13, ze moeten uit tegen de F12, vijf kilometer verderop. Zijn team verliest dik, met 10-1. Toch komt hij glunderend het veld af. Achter ons loopt de topscorer van de tegenpartij. De jongen: „Ik was de beste van mijn team hè, pap?”

De vader, bloedfanatiek en met lichte dreiging in zijn stem: „Maar het gaat erom dat je de beste wilt zijn van iederéén!”

Ik twijfel of ik het goed hoor.

„Ja maar, ik heb toch de meeste doelpunten gemaakt?”

„Ja, maar niet de eerste goal, en die is het belangrijkste, die maakt de wedstrijd.” Daar heeft de 7-jarige niet van terug.

Ik hap naar lucht.

Judith Pennarts