Het rijke rode leven

De PvdA gaat inkomenspolitiek in eigen gelederen bedrijven. Een „erecode” moet volgens partijvoorzitter Ploumen een einde maken aan wat als ‘graaicultuur’ wordt beschouwd. De voorzitter gaat daarmee consequent voort op een weg die ze al een tijd bewandelt, wat nog niet wil zeggen dat ze zich in de goede richting begeeft.

Op de partijraad in juni dit jaar kondigde ze de erecode al aan, uit ergernis over diverse incidenten waarbij haar partijgenoten betrokken waren, en die de PvdA „in het hart” raakten. „Zelfverrijking en onverantwoorde omgang met publieke middelen stroken niet met de uitgangspunten van de sociaal-democratie”, zei Ploumen toen. De werkgroep-Dijksma, die de nederlaag van de PvdA bij de Europese verkiezingen had onderzocht, deed er in juli nog een schep bovenop: „Leden die in de publieke sector meer dan de premier willen verdienen, zoeken maar een andere partij.”

Intussen werkt de voorzitter samen met de jonge socialisten en andere partijleden al aan de erecode, omdat volgens haar, schreef ze op haar weblog, een PvdA-bestuurder „sober en dienstbaar door het leven gaat en ernaar handelt. En dat betekent ook dat als je dat niet doet, er geen plek voor je is bij de PvdA.” PvdA-leden die dat niet doen, komen niet meer in aanmerking voor politieke ambten als minister of burgemeester, zo lichtte ze zaterdag in deze krant opnieuw een tipje van de sluier op.

Uit electorale overwegingen is het begrijpelijk dat de PvdA paal en perk wil stellen aan beloningen die volgens haar en haar (potentiële) kiezers bovenmatig zijn. Zeker met sobere SP’ers in haar nabijheid, die op dezelfde kiezersmarkt mikken. Maar het is te hopen dat dit straffe beloningsbeleid geen navolging krijgt. De groep waaruit politieke ambtsdragers worden gerekruteerd, is al zo klein, omdat zij hoofdzakelijk bestaat uit leden van politieke partijen: 2,5 procent van de bevolking. Verdere beperking van dit potentieel is ongewenst, zeker nu partijen zo veel moeite hebben om voldoende (geschikte) kandidaten te vinden die op de lijsten bij de drie komende verkiezingen willen staan.

Bovendien: de PvdA regeert en ze kan die gelegenheid aangrijpen om de zogenoemde Balkenendenorm via regels of afspraken in de (semi)publieke sector tot uitgangspunt te maken. Daar zijn minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) en andere bewindslieden ook wel mee bezig, maar het tempo waarmee ze dat doen, imponeert nog niet.

Zeker, er zijn uitwassen geweest. In het onderwijs, de zorg, bij woningcorporaties, enzovoorts. Maar al te rigide inkomensregels kunnen de kwaliteit aantasten van het openbaar bestuur en van sectoren die met publieke middelen worden gefinancierd. Dienstbaarheid aan de publieke zaak hoeft weliswaar niet in te houden dat gelijke tred moet worden gehouden met de topinkomens in het particuliere bedrijfsleven. Maar het debat mag wel wat minder krampachtig worden. Een ruimere norm dan de Balkenendenorm, om te beginnen voor Balkenende zelf, kan daaraan bijdragen.