Het probleem met het woord 'overwinnen'

Ik moet toegeven dat ik vorig jaar na de Olympische Spelen al redelijk snel uitgemaartenvanderweijdend was. Tuurlijk, Maarten van der Weijden was vast een goeiige jongen, en olympisch zwemkampioen, en hij had leukemie gehad, maar na zijn zege bij de Spelen werd hij het nationale zwemknuffelbeertje.

Alsmaar zat hij in De Wereld Draait Door passages uit zijn aankomende autobiografie voor te lezen, en ook bij andere praatprogramma’s wisten ze hem steeds weer op te vissen uit de kaartenbak met sympathieke, licht stotterende sporters met een Levensverhaal.

Toen hij ook nog aankondigde dat hij ging stoppen met zwemmen en lezingen ging geven, dacht ik: nou komen we nooit meer van de verhalen van die man af. Ik begon hem irritant te vinden.

Maar dit weekeinde las ik een interview met Maarten in Volkskrant Magazine, en herwon hij mijn sympathie.

Maarten wordt door de media gezien als de Lance Armstrong van Nederland: sportman krijgt kanker, sportman geneest van kanker, sportman wint allemaal medailles. Lance, en alle mensen die gele Lance-armbandjes dragen, spreken er dan van dat je de kanker hebt ‘overwonnen’.

Ik gun het Lance en alle andere kankerpatiënten van de wereld dat zij acuut genezen van hun afschuwelijke rotziekte. Ik gun het ze ook dat ze daarna zeven keer de Tour de France winnen, of gewoon een prettig leven leiden.

Maar het probleem met het woord ‘overwinnen’ is dat het impliceert dat mensen die wél sterven aan kanker, géén winnaars zijn. Losers, dus. Dat zij door hun eigen tekortkomen verliezen van hun ziekte.

En die gedachte klopt niet, vindt gelukkig ook Maarten van der Weijden. ‘De illusie dat je een grotere kans maakt kanker te overleven door positief te denken, door te vechten, vind ik zo afschuwelijk voor de patiënten die het níét halen. Alsof die dan te weinig hun best zouden hebben gedaan’, zei hij in het interview. ‘Bijna iedereen ziet mij als de jongen die kanker heeft overwonnen – dat krijg ik er heel moeilijk uit. Terwijl: ik ging liggen en gaf me over aan de artsen, het enige wat je kunt doen.’

Ik vind het prettig dat juist hij dat zegt, want juist hij had zich gerieflijk in het kamp-Armstrong kunnen scharen en in elk interview een succesverhaal kunnen vertellen over zijn genezing.

Maar Maarten van der Weijden weet: sterven aan kanker is echt, heus, nog vele malen moeilijker dan genezen en verder mogen leven.