Dienstbare polderjongen in overheidscommunicatie

Henk Brons is morgen een jaar hoofd van de Rijksvoorlichtingsdienst. Hij staat voor een zware communicatietaak: de troonsafstand van Beatrix.

Het is een van de weinige functies in Nederland waarbij een kopje thee bij de koningin onderdeel is van de sollicitatieprocedure. Maar het hoofd van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) is dan ook de woordvoerder van het staatshoofd en de andere leden van het Koninklijk Huis, én van de minister-president, én van de ministerraad.

Sinds 1 september vorig jaar vervult Henk Brons (52) deze functie. Hij volgde Gerard van der Wulp op, die tweede man werd op de Nederlandse ambassade in Washington. Grote veranderingen bracht Brons niet. „Hoofd RVD is een ambtelijk ondersteunende functie. Daar passen geen wilde plannen bij. Dienstbaarheid is het sleutelwoord”, zegt voormalig Tweede Kamerlid Marja Wagenaar (PvdA), die een dissertatie over de dienst schreef. „Topambtenaren in coalitieland Nederland zijn grijs, niet flamboyant.” Wel komt er een grote klus aan: de troonsafstand van koningin Beatrix.

Brons’ benoeming was volgens Wagenaar geen verrassing. „Hij stond, als plaatsvervanger, al in de startblokken.”

De Rijksvoorlichtingsdienst werd direct na de Tweede Wereldoorlog opgericht om beleid te verklaren en toe te lichten. Nu zijn de taken verbreed tot de verkoop van beleid. „Hoe zet je een nieuw kabinet in de markt – dat is een belangrijke taak geworden van de RVD”, zegt Wagenaar. „Vroeger gaf het hoofd van de RVD een toelichting op persberichten, nu bepaalt hij het communicatiebeleid van de rijksoverheid. Beeldvorming is daarbij erg belangrijk geworden.”

Veel te belangrijk, vindt Roel in ’t Veld, hoogleraar bestuurskunde aan de Open Universiteit. „De verzorging van de buitenkant is de corebusiness geworden van het RVD-beleid. Het is allemaal gelikter geworden en dat heeft te maken met het personaliseren van de politiek. Het is, helaas, een onvermijdelijke trend.”

Henk Brons is volgens (oud-)collega-woordvoerders en (oud-)politici geknipt voor de functie – hij is pragmatisch, loyaal, dienstbaar. „Een polderjongen op het terrein van de overheidscommunicatie”, zegt Marja Wagenaar. „Henk combineert inhoudelijke kennis met veel gevoel voor beeldvorming”, vindt oud-voorlichter Richard Matthijsse.

De Nederlandse Rijksvoorlichtingsdienst is uniek in de overheidsvoorlichting. In het buitenland is de regeringsvoorlichting politieker. Daar treedt vaak een wisseling van de wacht op wanneer een nieuwe regering aantreedt. Het hoofd van de RVD moet in coalitieland Nederland meer meesters kunnen dienen, waarbij de politieke kleur niet doorslaggevend is. Het is een functie waarin je je geen uitgesproken mening kunt permitteren.

Hendrik Mattheus Brons werd in 1956 geboren in Sleeuwijk. Zijn vader was Nederlands-hervormd predikant. Hij groeide op met drie jongere zussen. Een maatschappelijk geëngageerd gezin, niet streng orthodox. Op zondagen zeilde Henk in zijn zelf bijeengespaarde Flits op de Vecht. Toen een lid van de kerkeraad van Weesp zijn vader daarop aansprak, memoreerde Brons dat ook Calvijn op zondagmiddag regelmatig zeilde op het meer van Genève.

Na de middelbare school bezocht Brons de School voor de Journalistiek in Utrecht. In 1980 ging hij werken bij Het Vrije Volk, een krant die sterk verbonden was met de vakbeweging en de PvdA. Hij begon als politiek redacteur, werd chef van de sociaal-economische en parlementaire redactie, en eindigde als redactiechef. „Een linkse, progressieve jongen”, zegt oud-hoofdredacteur Leo Pronk. „En dat moest ook wel als je bij ons wilde werken.” In een vraaggesprek met Vizier, het personeelsblad van Algemene Zaken, zei Brons in 2002 dat hij nooit lid is geweest van een politieke partij. Dat is nog steeds zo.

Henk Brons was een gedreven journalist. Goede pen, scherp gevoel voor nieuwswaarde. „Een bijtertje”, typeert zijn oud-hoofdredacteur. Historisch is het vraaggesprek dat hij met zijn collega Yvonne Zonderop afnam van toenmalig minister Onno Ruding van Financiën (CDA). „Veel werklozen maken zich er met een jantje-van-leiden vanaf”, zei Ruding in 1984. „Als ze moeten verhuizen, haken de meeste mensen af. Men blijft liever dichtbij tante Truus wonen. Dat kan ook rustig, want het wachtgeld is prachtig.”

Het vraaggesprek leidde tot felle maatschappelijke discussie en een heftig debat in de Tweede Kamer. De oppositie, onder aanvoering van PvdA-leider Joop den Uyl, nodigde de minister uit om „zijn biezen te pakken”.

Ruding blikt, een kwart eeuw later, tevreden terug. „Het interview heeft zijn functie gehad”, zegt hij. „Het heeft bijgedragen aan een mentaliteitsverandering – ook bij de PvdA.”

In 1991 rolt de laatste editie van Het Vrije Volk van de persen. Henk Brons had op tijd het zinkende schip verlaten en was een jaar eerder overgestapt naar ministerie van Onderwijs en Wetenschappen om voorlichter te worden.

„Ik wilde hem hebben”, zegt de PvdA’er Jacques Wallage, scheidend burgemeester van Groningen en toen staatssecretaris van Onderwijs. „Er was een zeer gepolariseerde onderwijssituatie en ik wilde iemand die daar rustig en professioneel mee kon omgaan.”

Voorlichter Henk Schaaf, een oud-collega van Het Vrije Volk, werd vooruitgeschoven om Brons te polsen. „Hij opteerde direct voor de functie van plaatsvervangend directeur”, vertelt Schaaf. „Dat typeert Henk, direct gaan voor het hogere.”

Op het departement leerde Brons het voorlichtingsvak van Richard Matthijsse. „Met het afzweren van zijn spijkerbroek, bruin jasje en leren schoudertas had hij moeite, maar het vak pikte hij snel op”, zegt Matthijsse.

De plaatsvervangend directeur had meer oog voor de bewindslieden dan voor zijn medewerkers, weet Schaaf. „Mijn deur staat altijd open, zei Henk altijd. Maar achter de deur is het leeg, antwoordde een collega, Henk je bent er nooit.” De bewindslieden waren wel tevreden. „Hij is persoonlijk heel loyaal, wijkt niet van je zijde”, zegt Wallage, „terwijl hij goed het departementaal belang in de gaten houdt.”

In 2000 installeerde premier Wim Kok (PvdA) een staatscommissie die moest adviseren over de toekomst van de overheidscommunicatie. Kok wilde adviezen over de inzet van nieuwe communicatiemiddelen. De adviezen moesten leiden tot grotere effectiviteit en betere toegankelijkheid. De commissie stond onder voorzitterschap van Wallage. „Ik heb direct Gerard van der Wulp en Henk Brons erbij gehaald”, zegt Wallage. „Zij kennen de Haagse voorlichtingsmores.”

In augustus 2001 bracht Wallage zijn rapport In dienst van de democratie uit. Hij spreekt daarin van „de slag om het publiek vertrouwen”. De overheid moet opener worden. Met burgers moet meer worden gecommuniceerd, via alle mogelijke kanalen. Niet achteraf een toelichting geven op het beleid, maar vanaf de start communiceren over de beleidsontwikkeling, luiden de aanbevelingen.

Henk Brons heeft, volgens Wallage, „een stevige rol gespeeld in de discussie en zijn stempel op het rapport gedrukt”. Zo schrijft de commissie: „Communicatie in het hart van het beleidsproces staat ten dienste van de burger, en niet alleen van het bestuur.”

Daar herken ik de hand van Henk Brons in, zegt ook voormalig onderwijsvoorlichter Henk Schaaf. „Brons’ credo op het ministerie was altijd dat communicatie in het hart en de haarvaten van het beleid hoort te zitten.”

Een jaar na publicatie van het rapport, in 2002, wordt Brons naar de Rijksvoorlichtingsdienst gehaald door Eef Brouwers, het toenmalige hoofd. Twee jaar later neemt oud-journalist Gerard van der Wulp de functie van directeur-generaal over. Met het rapport van de commissie-Wallage als leidraad moderniseert Van der Wulp met zijn rechterhand Brons de overheidscommunicatie. Van der Wulp put daarbij uit zijn ervaring als NOS-correspondent in Washington. Net als de Amerikaanse president beantwoordt de Nederlandse premier nu staand achter een katheder de vragen van journalisten. Hij voert zelf de regie over de vragenstellers. Vroeger zat de premier achter een tafel en regisseerde de RVD-directeur de vragen.

De directeur-generaal van de RVD is ook de eerste woordvoerder van de premier, maar in de periode-Van der Wulp wordt deze taak steeds vaker vervuld door Henk Brons. De CDA-premier en zijn tweede woordvoerder delen hetzelfde gevoel voor humor: droog, en met woordgrapjes. Brons is souffleur, adviseur en klankbord van Balkenende. Brons blijft achter de coulissen – af en toe komt hij erachter vandaan om te ‘spinnen’. Wanneer PvdA-minister Wouter Bos van Financiën in de media wordt beschreven als de architect van het reddingsplan voor de Nederlandse financiële instellingen, schroomt Brons niet de telefoon te pakken om journalisten uit te leggen wat de belangrijke rol van zijn premier daarin is geweest. Maar Brons is geen ‘mannetjesmaker’ zoals bijvoorbeeld Alastair Campbell, de fameuze spindoctor en pr-adviseur van de Britse oud-premier Tony Blair. Deze taak wordt vervuld door de politiek adviseur van Jan Peter Balkenende, voorheen Jack de Vries, de huidige staatssecretaris van Defensie, tegenwoordig Jeroen de Graaf.

Tussen deze adviseurs en het hoofd van de RVD bestaat een gespannen verhouding. Beiden dienen dezelfde heer, maar het CDA-belang loopt niet altijd parallel met het landsbelang.

Twee keer in de maand is het hoofd van de RVD gastheer van zijn collega’s van de andere departementen: de voorlichtingsraad vergadert. Deze ambtelijke adviesraad voor overheidscommunicatie is al in 1947 opgericht. Tot voor kort aten de directeuren voorlichting van de verschillende departementen een kroket en gold het non-interventiebeginsel – ik bemoei mij niet met jouw zaken en jij je niet met de mijne. Tegenwoordig worden er bindende afspraken gemaakt over de eenheid van beleid. De noodzaak tot samenwerken wordt afgedwongen door een forse bezuiniging op het voorlichtingsbudget van het Rijk – in deze kabinetsperiode moet zo’n 200 miljoen worden ingeleverd, een kwart van het budget.

De samenwerking uit zich door afstemming van de acties via Postbus 51, het ‘postbusnummer van de Rijksoverheid’. Met één logo en één huisstijl moet de overheid herkenbaarder, toegankelijker en efficiënter worden. En de stroomlijning van het communicatiebeleid leverde één website op met informatie over het regeringsbeleid, www.regering.nl.

Wordt de troonsafstand van koningin Beatrix een van de belangrijkste klussen van Brons? Ach, dat valt wel mee, zegt Gerard van der Wulp vanuit Washington. „Dat is – met alle respect – business as usual.”

„Onzin”, reageert Marja Wagenaar. „Het is een cruciale opdracht. De hele wereld kijkt mee. Maar Van der Wulp kan geen ander antwoord geven. Als voormalig hoofd-RVD is hij getraind in het downplayen.”

In de jaren tachtig werd Hans van der Voet hoofddirecteur van de RVD, anticiperend op de abdicatie van koningin Juliana. Wagenaar: „Van der Voet genoot het vertrouwen van de koninklijke familie. Het feit dat Henk Brons nu op deze plek zit, impliceert dat koningin Beatrix ook dat vertrouwen in hem heeft.”

Voor de korte termijn mag Brons zich bezighouden met het sluimerende conflict over het vrijgeven van de begrotingsstukken en de Miljoenennota. Over ruim twee weken is het Prinsjesdag en nog steeds is onduidelijk wanneer die documenten worden vrijgegeven. Al jaren staat deze ‘embargoregeling’ ter discussie. Binnen het kabinet gaan stemmen op de informatie dit jaar al de vrijdag vóór Prinsjesdag openbaar te maken, dus zonder embargo. „Die verandering raakt aan de positie van het staatshoofd”, vindt senaatsvoorzitter Yvonne Timmerman-Buck. Volgens de Grondwet moet op de derde dinsdag van september het regeringsbeleid worden uiteengezet. De Tweede Kamer wil dat de Algemene Beschouwingen zo snel mogelijk na Prinsjesdag worden gehouden én verlangt voldoende tijd om zich voor te kunnen bereiden.

Marja Wagenaar: „Het is een discussie geworden tussen Tweede en Eerste Kamer en kabinet, waarbij de RVD zich handig in een onzichtbare positie heeft gemanoeuvreerd. Daar houden ze de kaarten voor de borst in afwachting van het politieke besluit dat ze – ongetwijfeld – loyaal zullen uitvoeren.”