De strijd tegen de Rotterdamse betonhel

Braziliaanse kunstenaars citeren Gustav Klimt, Picasso en Keith Haring in hun graffiti.

Het resultaat is gevarieerder dan de vaak zo herkenbare Nederlandse muurkunst.

Woedend en verbijsterd – zo kijkt een bewoner naar de hoogwerker die voor zijn pand staat. Bovenin deze hoogwerker is de Braziliaanse kunstenaar Ramon Martins aan het werk. Met spuitbussen schildert hij een metershoge vrouwfiguur met wapperende haren op de gevel. In haar armen draagt ze een beertje. De bewoner van het gebouw houdt een gsm aan zijn oor en hapt naar adem. Het telefoontje zal hem niet helpen. Vaak is graffiti illegaal, dit keer zijn alle vergunningen geregeld. Met goedkeuring en steun van verschillende overheidsdiensten beschilderen negen Braziliaanse kunstenaars deze zomer tien muren in het centrum van Rotterdam.

De kunstenaars zijn overgevlogen op initiatief van Stichting Caramundo, die doorgaans culturele projecten in Braziliaanse krottenwijken organiseert. Nu de Rotterdamse musea deze zomer in het teken van Brazilië staan, wilde Caramundo laten zien dat veel Braziliaanse kunst zich juist buiten de museummuren afspeelt, op straat. Het leidt tot een kunstroute die officieel alleen vandaag nog te bezichtigen is, maar waarschijnlijk nog wat maanden daarna te zien is. Als de huiseigenaren geen roet in het eten gooien natuurlijk.

Op blinde muren, vaak de kopse kant van een kantoor of galerijflat, toveren de schilders grote figuren tevoorschijn en fantasiedieren vol snavels en poten. Soms in zwart-wit, dan weer in knalpaars en knalgroen, vaak ook in goud- en bronstinten. Het is gevarieerder dan de vaak zo herkenbare Nederlandse graffiti die artistiek gezien gestagneerd is – dezelfde felle kleuren, ronde stileringen, letters en zwarte contouren als in de jaren tachtig.

De variatie ontstaat doordat de Brazilianen meer stijlen combineren, die een kunsthistorisch feest van herkenning opleveren. Ze citeren Gustav Klimt, Picasso en graffitimeester Keith Haring in wervelende composities waar ook Japanse tamagotchi’s en fantasywezens opduiken. De decoratieve sierlijkheid die zo ontstaat, is in Nederland al zo lang in tweederangs kunst te zien, dat de fijne scheidslijn tussen kunst en kitsch met zevenmijlslaarzen overschreden wordt. Niet altijd. De abstracte computerstad die Gais schilderde, is wel dynamisch en oorspronkelijk en ook Speto’s Picasso-achtige meisje is een genot om naar te kijken.

Maar de oosterse draken van Yusk, Dalata en Ramon Martins in het Hilton Hotel doen denken aan de versieringen van het soort afhaalrestaurants die het niet van hun ambiance moeten hebben. Vooral de glanzend surrealistische bijdragen van Dalata doen soms pijn aan je ogen. Maar daarover kun je van mening verschillen. Smaak en schoonheidsbeleving zijn altijd subjectieve begrippen en al helemaal bij cultuurgebonden projecten als deze.

Kitsch of kunst, in elk geval hebben de kunstwerken een zekere monumentaliteit. De schilders hebben zich vakkundig uitgeleefd in formaat en detail. Groot, breed en spetterend verhouden de meeste schilderingen zich moeiteloos tot de enorme schaal van de gebouwen. In Nederland zullen weinig kunstenaars ze dat nadoen, in een betonhel als São Paulo is dit vermogen waarschijnlijk een noodzaak.

De organisatie van dit muurschilderfestival gaat er prat op dat al deze graffiti legaal is. Toch bestaat juist in Rotterdam legale en illegale graffiti al heel lang naast elkaar. Dertig jaar geleden kwamen Chileense schilderbrigades, politieke vluchtelingen, naar Rotterdam. Ze werden verwelkomd door lokale kunstenaars die vonden dat schilderkunst thuishoorde op straat, tussen de mensen. Een hausse aan kleurrijke buitenkunst – veelal legaal – was het gevolg. De Chilenen schilderden vurig politieke thema’s, wat een verschil is met de Brazilianen die met hun ongecompliceerde voorstellingen de stad willen opvrolijken. Al kun je ook zo’n motivatie politiek noemen, ontstaan vanuit een maatschappelijke betrokkenheid en de wil iets in de wereld te veranderen. In hun eigen land maken de Brazilianen in sloppenwijken kunst voor de armen, als sociaal bindmiddel, tegen de ‘Verelendung’ van het stadsleven.

Door deze motivatie zijn de Brazilianen wel te vergelijken met Nederlandse graffitispuiters die reageren tegen hun grijze woonomgeving of met Nederlandse buurtwerkers die doelgroepen samen buiten laten schilderen voor sociale cohesie. Ook zulke buurtkunst is esthetisch moeilijk te beoordelen: het gaat om de samenwerking, het proces, niet om het plaatje an sich. Eén zo’n kleurrijk paneel, met bloemen geschilderd door kinderen, prijkt tegen de gevel naast de eerste muurschildering van de Caramundo-route.

Al dit soort graffiti en buurtprojecten – legaal en illegaal – vind je vanzelf als je om je heen speurend de Caramundo-stadskaart volgt, al zijn ze geen onderdeel van dit project. Samen vormen ze een kleurrijke stad.

Alle nieuwe kunststromingen van de vorige eeuw ten spijt, is op straat de aloude schilderkunst nog altijd het beste middel om de grauwheid te bestrijden. Dat hebben de Brazilianen, wier vrolijke werk met zichtbaar plezier gemaakt is, goed gezien.

Festival Reflexo on Urban Art, duurt officieel nog tot vandaag, maar zal waarschijnlijk ook de komende maanden nog in Rotterdam te zien zijn. Meer informatie is te vinden op: www.ruafestival.org