Zwemmende groene bom

Het wordt wel gezegd over ministers: dat ze ‘proefballonnetjes’ oplaten. Dat betekent dat ze ideetjes in de groep gooien waar ze nog niet diep over nagedacht hebben. Gewoon, om eens te kijken wat andere mensen ervan vinden. Of om de aandacht af te leiden. Want terwijl al die mensen zich bezighouden met het proefballonnetje, kan zo’n minister zijn eigen gang gaan.

Mm, of dat een goede tactiek is? Zwemmende wormen in de diepzee vinden in elk geval van wel. Amerikaanse onderzoekers hebben ontdekt dat ze net zoiets doen: als er gevaar dreigt, laten ze kleine ballonnetjes in het water los. Die zijn niet gevuld met lucht, maar met een vloeistof.

Zodra de ballonnetjes loslaten van de kop van de worm, waar ze van tevoren klaarhangen, gaat die vloeistof licht geven. De vijand raakt daarvan zo in de war dat de wormpjes intussen kunnen maken dat ze wegkomen.

Je zou denken: dat valt op, wormen die lichtgevende bolletjes wegsturen. Zeker omdat deze wormen niet zo zeldzaam lijken. De onderzoekers telden er op één plek wel een stuk of honderd tegelijk. Maar toch had tot nu toe niemand deze diertjes opgemerkt.

Dat komt doordat ze in de diepzee zwemmen – op bijna twee kilometer tot bijna vier kilometer diepte. Daar zijn ze nu voor het eerst met een robotduikboot gefotografeerd en gevangen voor verder onderzoek.

De nieuw ontdekte wormpjes zijn maar klein. Ze zijn krap twee centimeter tot ruim negen centimeter lang, en op hun darmstelsel na helemaal doorzichtig. Aan weerszijden van hun lijf hebben ze borstelharen die ze als een soort roeispanen gebruiken. En aan hun kop hebben ze uiteenlopende uitsteeksels.

Bij vijf soorten waren dat dus die ballonnetjes. De onderzoekers noemen ze trouwens geen ballonnetjes, maar ‘bommetjes’, vanwege het oplichten. Ze hebben dat ook in de naam van de wormpjes verwerkt. Die luidt in een mengeling van Engels en Latijn: Swima bombiviridis, en dat betekent zoiets als ‘zwemmende groene bom’. Weer eens wat anders dan een zure bom.