Zenuwpees Willeboordse blijft koel tot de finale

Elisabeth Willeboordse (30) behaalde gisteren het eerste succes voor de Nederlandse judo-equipe bij de WK in Rotterdam. Ze won zilver in Ahoy. „Ik was bijna in tranen van de zenuwen.”

Judoka Elisabeth Willeboordse heeft al lang geaccepteerd dat ze de gierende spanning voor een titeltoernooi niet kwijtraakt. Een judopartij is nu eenmaal geen tentamen voor haar studie geneeskunde, waarbij een goede voorbereiding zeker loont. De 30-jarige Willeboordse begon gisteren bijna huilend aan de wereldkampioenschappen in Rotterdam, maar eindigde met de zilveren medaille in de gewichtsklasse tot 63 kilogram.

Bondscoach Marjolein van Unen hoopte vooraf dat Willeboordse had geleerd van de Olympische Spelen in augustus. In Peking veranderde ze midden in het toernooi voor even in de onzekere judoka die ze jaren was geweest. „Daar stond ik helemaal op instorten. Ik wilde gewoon echt niet meer.” Een woedeaanval van Van Unen moest er uiteindelijk aan te pas komen om Willeboordse weer op de rails te krijgen, met olympisch brons als resultaat.

„Tussentijds resetten was vandaag niet nodig”, glimlachte Van Unen gisteren. Maar de bondscoach had wel gemerkt dat de Europees kampioene van 2005 begin deze week opnieuw „heel prikkelbaar” was. Anders dan gewoonlijk kon ze niet tegen de jonge handtekeningenjagers en werd ze boos toen ze na een training geen eten meer kon krijgen in Ahoy.

Maar het voordeel van het WK in haar woonplaats Rotterdam was dat ze niet zoals in China twee weken in een cocon hoefde te leven. Ze ging gewoon naar pianoles, meed gisteren Ahoy en onderging een gezichtsbehandeling om zichzelf af te leiden. Toch werd ze op de wedstrijddag wakker met een gevoel dat ze als volgt beschreef: „Laat het alsjeblieft nu al vijf uur ’s middags zijn.” En over haar eerste partij: „Ik was bijna in tranen van de zenuwen. Als er een luik in de mat had gezeten, was ik er door gekropen.”

Maar Willeboordse besloot het weifelende optreden met een armklem waaruit de Mongoolse Munkhzaya Tsedevsuren zich niet meer kon bevrijden. In de volgende ronden rekende ze op dezelfde manier af met de Australische Kylie Koenig en de Israëlische Alice Schlesinger. Willeboordse, luitenant bij de marine, zei een boost te hebben gekregen van de steun van haar collega’s van de Rotterdamse Van Ghentkazerne, leden van haar eerste sportschool uit Middelburg, familie en vrienden.

Ook Van Unen zag dat het gejuich in Ahoy Willeboordse goed deed. „Kijk me aan”, sommeerde ze haar judoka tussen de partijen door, om daarna te constateren: „Ik zie dat je ogen goed staan.”

In de halve finale tegen de Sloveense Urska Zolnir judode Willeboordse haar beste partij. Ze viel voortdurend aan, slaagde er niet in een score te maken, maar werd na een onbesliste verlenging – golden score – door de scheidsrechters unaniem als winnares aangewezen.

De zege had een heroïsch karakter, omdat de ringvinger van haar rechterhand tot tien keer toe uit de kom schoot. Tot licht afgrijzen van haar tegenstandster zette ze de vinger elke keer eigenhandig recht. Willeboordse: „Ik zat zo onder de adrenaline, daar voelde ik niks van. Pas toen we even voor de finale ijs op mijn vinger legden, begon het echt pijn te doen.”

Mede doordat de partij zo was uitgelopen, liet de Japanse Yoshie Ueno haar in de finale geen kans. De WK-debutante besliste de tweestrijd voortijdig, waarna Willeboordse in tranen uitbarstte. „De tijd tot de finale was veel tekort. Ik had me echt leeg geknokt in de halve finale en kon zo snel niet herstellen. Er was maar net genoeg tijd om mijn vinger in te tapen. En ik moest ook zo nodig plassen, zoals altijd. Echt waardeloos. De Japanse heeft verdiend gewonnen, maar de manier waarop is te gemakkelijk. Ik denk dat ik het haar lastiger kan maken.”

Met het zilver bezorgde Willeboordse de Nederlandse ploeg een opsteker. Want voor de ploeg die in Peking voor bijna een derde van de Nederlandse medailleoogst zorgde, is één medaille na acht van de veertien deelnemers karig voor een WK in eigen land. Des te aardiger is het dat het enige succes tot nu toe kwam van de judoka die zichzelf eigenlijk te lief vindt voor de harde contactsport. Willeboordse was gisterochtend zelfs aangedaan door de snelle uitschakeling van de zelfverzekerde Guillaume Elmont (-81 kg) na een scheidsrechterlijke beslissing. Maar extra druk had ze daardoor niet gevoeld. „Ik had al genoeg spanning. Als ik dat niet heb, is het ook niet goed. Een beetje angst voorkomt domme fouten.”