Westerschelde: zolang verdrag onevenwichtig is, geen vrede

Het is bijna niet te verzinnen. Een uniek natuurgebied dat voortdurend dieper uitgegraven moet worden om als snelweg voor steeds grotere vrachtschepen te dienen. De haven van Antwerpen vraagt en vraagt, en Nederland zit op de politieke blaren. Het kabinet belooft wild om zich heen, zonder dat een reële oplossing in zicht is.

Vlaanderen is boos op Nederland. De Scheldeverdragen uit 2005 spreken duidelijke taal. In 2007 zou het werk beginnen. De vaargeul door de Westerschelde zou in 2009 zodanig zijn uitgebaggerd dat schepen met een diepgang tot 13 meter en 10 centimeter met ‘een kielspeling van 12,5 procent’ Antwerpen konden bereiken. Zonder op gunstig tij te hoeven wachten.

Nederland verplichtte zich tegelijkertijd om de Hertogin Hedwigepolder onder water te zetten. Daardoor zou de helft van 600 hectaren nieuwe getijdennatuur ontstaan. Moest van Europa. Om de schade goed te maken van eerdere verdiepingen en andere daden van landschappelijke industrialisatie. De Scheldemond is een estuarium zonder gelijke in Europa.

Als je die Scheldeverdragen leest slaat de onevenwichtigheid je tegemoet. Natuurlijk, Nederland verplichtte zich in 1839 bij de definitieve vorming van België om Antwerpen per schip bereikbaar te houden. Daar stond niet bij hoe diepe supertankers door de Westerschelde moesten kunnen. Gek genoeg, die retorische vraag hoor je dezer dagen niet uit Haagse regeringsmond.

Zoals het in 2005 werd vastgelegd deed Nederland een slechte deal. De haven van Antwerpen wacht al 170 jaar op werkelijk vrije doorvaart. Eerst hieven die gemene Nederlanders tol en daarna vergaten zij steeds op tijd te baggeren. En dan wordt in 2005 opeens klip en klaar beloofd: wij graven een geul voor jullie grootste gasten en we zorgen voor vervangend getijdengebied. Heel voorkomend.

Voor Nederland zat er niks in. Tenzij ooit is afgesproken dat de Belgen in ruil voor de vaargeul de voor hen zinloze hsl-verbinding tussen de Nederlandse grens en Antwerpen zouden aanleggen. Of tenzij toenmalig premier Leterme en minister-president Balkenende dat Belgische snelwegvignet wegstreepten tegen twintig kilometer vaargeul. Om het IJzeren Rijn-vrachtspoorlijntje van Antwerpen naar Mönchen-Gladbach er maar buiten te laten.

Tussen premiers die zich graag laten voorstaan op hun goede betrekkingen, en in dit geval gedeelde christen-democratische beginselen, worden wel vaker ongelijksoortige zaken tegen elkaar weggestreept, maar zelden hardop. Waarom Nederland in die Scheldeverdragen dus zo soepel was zonder zichtbaar iets terug te krijgen, blijft dus een vraag. Dat het problemen zou geven was van het begin duidelijk. De Tweede en daarna de Eerste Kamer hebben op alle mogelijke manieren getracht zich er onderuit te wurmen.

De scheidslijnen liepen dwars door de partijen heen. Eigenlijk vindt iedereen dat je verdragen moet honoreren. De verdeeldheid begint als het gaat om de compenserende maatregelen. Zeeland heeft niet voor niets een geschiedenis van worstelen tegen het water en weer (gedeeltelijk) bovenkomen. In het landschap en de literatuur zijn voldoende dramatische bakens te vinden. Zeeuwse wonden zijn Nederlandse littekens.

Zomaar de dijken doorsteken en een polder prijsgeven vanwege een Europese Kaderrichtlijn, een verdrag of een Natura zus-en-zo-plan stuit, denk ik, ook veel niet-Zeeuwen tegen de borst. Nieuwe natuur is een abstract begrip, een theorie. Een polder lekprikken is tastbaar. Dat besef was reden voor het kabinet in april die afspraak uit het verdrag van 2005 buiten haakjes te plaatsen. Toen legden Balkenende c.s. zich de strop om de nek die Leterme deze week kwam aantrekken.

Speelruimte heeft het kabinet eigenlijk niet. Eind vorig jaar adviseerde een deskundige commissie onder voorzitterschap van Ed Nijpels over de natuurcompensatie. Binnen- en buitendijkse oplossingen elders bleken tegen te vallen. Hedwige won op alle fronten: effectiviteit, draagvlak, snelle uitvoerbaarheid – Nederland is al eerder door de Europese Commissie op de vingers getikt wegens tekortschietend natuurbeheer in de Zeeuwse wateren.

De commissie-Nijpels liet ook uitvoerig de Europees-juridische kanten van de zaak bekijken. Het deskundig advies was vrij helder: het speelkwartier is ruim voorbij. Als je echt snel een alternatief voor die Hedwige-polder realiseert kom je er misschien mee weg. Zo niet, dan ligt een nieuwe Europese zeperd in het verschiet. Nu hebben Balkenende en zijn minister van Buitenlandse Zaken, tevens locoleider van het CDA, Maxime Verhagen, met trouwhartige ogen verklaard dat er gewoon gebaggerd gaat worden. Verdrag is verdrag. Nadeeltje van overlevingskunst: Balkenende komt de premier tegen die in 2005 die ongelukkige afspraken maakte.

Karla Peijs was destijds de verantwoordelijke minister van Verkeer en Waterstaat. Haar kostje is ook gekocht. Zij moet nu als commissaris van de koningin Zeeland verzoenen met het onvermijdelijke. Nederland is verplichtingen aangegaan. Bij gebrek aan een geniale list moeten die worden nagekomen. Dat zou Nederland ook verwachten van een Belgische belofte die achteraf niet zo handig was.

Sommigen verweten de premier dat hij zich met de kwestie was gaan bemoeien omdat in zijn borst Zeeuws bloed klopt. Iedereen komt ergens vandaan. Wat dan nog? Een betere vraag is: had Balkenende eerder de regie op zich moeten nemen? Moet hij van alle verdragen in aanbouw helemaal doorgronden of ze uitvoerbaar zullen zijn? Gaat wel ver.

Maar nu is er alle aanleiding voor coördinatie. Of België nu Zeeuwse mosselen eet en Nederlanders Belgische friet eten om in Frankrijk te kunnen komen, we wonen allemaal waar we wonen. De Westerschelde kan niet dertig meter diep worden uitgebaggerd als straks hele varende fabrieken voorbij willen. Zeebrugge-Rotterdam/Maasvlakte moet natuurlijk de beste haven van de wereld worden. Rondom een prachtig natuurgebied waar iedere zomer 30 miljoen Belgen, Duitsers en Nederlanders gaan zeilen en zonnen. Lekker zonder radio, om de brandganzen, de dodaars en ijsvogeltjes niet te storen.

Wilt u reageren? Email de auteur (opklaringen@nrc.nl) of schrijf online op www.nrc.nl/opklaringen