Water in Zeeuwse polder is weer optie

Het onder water zetten van de Hertogin Hedwigepolder blijft een reële optie voor natuurherstel in de Westerschelde. Dat heeft premier Balkenende gisteren gezegd. Het kabinet heeft een besluit over het uitdiepen van de Westerschelde opnieuw uitgesteld. In april dit jaar had het kabinet het verwijderen van de dijken rond deze Zeeuws-Vlaamse polder nog als onwenselijk van de hand gewezen. Het volgde met dat besluit een meerderheid in Eerste en Tweede Kamer.

De ontpoldering maakt deel uit van maatregelen rond de Westerschelde die afgesproken zijn met de Vlaamse regering. Op basis van die afspraken moet de vaargeul in de Westerschelde voor het einde van het jaar worden uitgediept. De Vlamingen willen dat de Antwerpse haven altijd bereikbaar is. Daarnaast moeten natuurherstellende maatregelen worden uitgevoerd, waaronder het ontpolderen van de Hedwigepolder.

Tot ergernis van de Vlamingen is Nederland nog steeds niet begonnen met het uitdiepen van de vaargeul. Dat had in 2007 al van start moeten gaan, maar werd vertraagd door besluitvorming in het parlement. In juli blokkeerde de Raad van State het baggeren, omdat het kabinet niet voldoende zekerheid had geboden over de natuurschade. Deze uitspraak zorgde voor spanningen in de Vlaamse-Nederlandse verhoudingen.

Eerder deze week zei minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) nog dat het baggeren „zonder vertraging” zou worden uitgevoerd. „Afspraak is afspraak.” Gisteren nuanceerde Balkenende deze belofte door te zeggen dat het om een „ambitie” ging. Hoe het kabinet die ambitie wil waarmaken is nog onduidelijk. Het kabinet had deze week met een voorstel willen komen, maar dat is niet gelukt. Minister Verburg (LNV, CDA) liet gisteren na de ministerraad weten dat zij en staatssecretaris Huizinga (Verkeer en Waterstaat, ChristenUnie) daar nog een week de tijd voor hebben gevraagd en gekregen.