Vuelta

De proloog van de Vuelta in Assen: het is als een grand prix in Madurodam.

En zeggen dat de Ronde van Spanje zich ook nog ophoudt in Emmen en Venlo. Waarom niet in Diever? Dat dorp hing vroeger toch ook aan elkaar van megafonische kakofonie.

Ik begrijp dat het allemaal begonnen is met Relus ter Beek. Geen kwaad over deze prominente aflijvige, maar Relus zag de dingen altijd groot.

Net iets te groot voor een man uit Coevorden, die overal waar hij verscheen op mysterieuze wijze zelf dorp en stad werd.

De commissaris van de koningin mocht graag het Nederlands elftal volgen. Nee, niet in de mollige menigte van provinciale blaaskapellen. Als eregast.

Na de wedstrijd besprong hij als eerste de spelersbus. En altijd in de hoop dat Jack van Gelder hem iets onder de neus zou duwen. Desnoods een blauwwitte zakdoek.

Met het geld dat is neergelegd voor de proloog van de Vuelta in Assen hadden alle dorpen van Drenthe nu een Weens praalgraf kunnen aanrichten voor Relus ter Beek. Inclusief subsidie voor busreizen uit de hele Benelux.

Relus zou het graag gezien hebben. Nu moet zijn naam hoog worden gehouden door een stelletje Rabosukkels. Dat lukt natuurlijk niet. De ouverture van de Vuelta zal van een pijnlijk provincialisme zijn. En niet eens een palmboom in de buurt.

De Giro en de Tour gaan volgend jaar eenzelfde ontluistering tegemoet. Drie grote rondes in een land dat in collectieve hysterie een vroeg volwassen zeezeilstertje verguist: hoezo sportnatie? Waar zou dan nog het avontuur schuilgaan, waar de flitsende demarrage? Waar is het rococo van traditie?

Zeker niet in Assen.

Ik begrijp de organisatie van de Vuelta wel: Nederland betaalt graag voor prestige. Er is ook geen andere keuze dan betalen. Wat vandaag aan Nederlanders in het peloton mee peddelt, is treuriger dan een drinkbus. Wervingskracht: nul.

Niet één Nederlandse wielrenner spreekt nog tot de verbeelding. Stel je toch voor: sinds enige tijd ligt de nationale trots bestorven in de pedaalslag van Kenny van Hummel. Zet dan Frans Bauer op de fiets, zeg.

Ik heb iets met de Ronde van Spanje. Bergritten zijn daar nog bergritten. Geen armzalige molshopen zoals dit jaar in de Tour de France. Als ik naar de Vuelta kijk, heb ik altijd het gevoel dat er nooit een einde aan komt, niet aan de etappes, niet aan de Ronde. Dat zit comfortabel.

Opwinding is er alleen aan de meet, in rare arabesken en vreemd gekakel. In de psalmen ven Perico Delgado, nu tv-commentator. Maar het is wel een Ronde zoals een Ronde hoort te zijn: slijtage, alleen maar slijtage.

Eigenlijk is de Vuelta nooit helemaal serieus genomen. Niet door renners, niet door sponsors.

Ook nu weer hoor ik Tom Boonen fluimen dat hij ‘Spanje’ rijdt als voorbereiding op het WK in Mendrisio. Idem dito met de Schleckjes, met Karsten Kroon, met de Cunego’s van deze wereld. De Vuelta als preparatie. Alsof we het over Parijs-Nice hebben.

Een schande.

Het mooiste aan de Ronde van Spanje is de totale vergevingsgezindheid. Iedereen is welkom. Een dopingverleden maakt niet uit.

Ivan Basso en Alexandr Vinokoerov zullen de komende weken als onbespoten maagden worden gevierd. Alejandro Valverde al helemaal. Hij, die door het CONI geweerd werd uit de Tour de France, zal als een engel worden doodgeknuffeld als hij in Madrid het klassement aanvoert. Hij zal er ongegeneerd in de armen kunnen vallen van koning en premier.

De Vuelta als Ronde van Ontferming: ik ben er wel door geroerd. Alleen Michael Rasmussen wordt strak buiten de koers gehouden. Dat ligt aan Rasmussen zelf: spelonk van duisternis.

Bij Rabobank rekenen ze op Robert Gesink en Lars Boom. Ik houd het op Koos Moerenhout. De nestor van het Nederlandse wielrennen is door de ploegleiding op de meest schandelijke wijze genegeerd voor de Tour de France.

Zoals Rabo met Koos is omgegaan, durfden Groningse herenboeren het, in de jaren vijftig, met hun dienstbodes en dienstmeisjes niet bedenken. Het is zowaar de treurige conclusie van een eindigend wielerjaar: Rabobank is een schijthuis.

Moeten we vandaag met zijn allen naar Assen? Ja dat moeten we. Alleen al om een glimp te zien van de fabelachtige chronobeul Fabian Cancellara.

Of om getoetst te worden door het vriendelijkste aller klankkussens, Tyler Ferrar.

Voor een hand van Alejandro Valverde steek ik ook graag de grens over.

De Vuelta: het blijft zelfbedachte romantiek.