Vitaminenporno

De grootgrutter van hoogopgeleide ‘liberals’ was altijd al een aartskapitalist. Maar plotseling geeft dat bonje tussen de sojabonen.

Vitamaninenporno

Deze week moest ik op zoek naar ‘multiculturele viltstiften’, die mijn zoon zijn eerste schooldag diende mee te nemen. Ligt het aan Obama dat ze dit jaar nieuw zijn op school? En opvallend populair in blank Noordwest-Washington? Overal zijn ze uitverkocht. Vijf dollar voor acht lichtroze tot diepbruin getinte stiften die je ook uit de tekendoos thuis had kunnen vissen. Maar bruine stiften zijn pas een statement als er ‘multiculturele viltstiften’ op staat.

Dit principe verklaart de geestdrift over Whole Foods in Amerika, vooral in mijn welvarende omgeving. Whole Foods wordt elders ‘Whole Paycheck’ genoemd en is inderdaad peperduur. Maar de psychiater kost meer en gemoedsrust verkoopt Whole Foods ook.

‘Natuurvoedingswinkel’ schiet hopeloos tekort. Ja, Whole Foods verkoopt vegetarisch grootgebracht scharrelvlees en glutenvrije muffins. Maar er is ook een sushivitrine waar de Japanse verkoper iets over gemberdressing fluistert. De man van de wijnafdeling spreekt desgewenst zwierig en extra luid Frans. De Filippino’s van de verse vis bezingen de meren waar de forel zwom. De afdeling groente en fruit is een installatiekunstwerk van vitaminenporno.

Althans, in mijn favoriete vestiging in het chique Georgetown. Even ver van huis liggen de twee al iets alledaagsere Whole Foods-vestigingen Tenleytown en P Street, maar ik wil me in Georgetown vergapen aan het fundament van links Amerika: steenrijke, gestresste, hoogopgeleide ‘liberals’ met topfuncties rond Capitol Hill, op lobbykantoren of in de journalistiek, een minimum aan tijd en een maximum aan opvattingen en voedselobsessies. Nergens is zo adembenemend waar te nemen hoe moeiteloos Amerikanen opportunisme kunnen verpakken in idealisme. In Whole Foods Georgetown verkopen ze fair trade koffie aan dames met rimpelloze gezichten, gladgepoetst voor een som waarmee Oegandese dorpen een jaar in leven kunnen worden gehouden.

De komkommers komen van de „slechts 99 mijl verderop gelegen Lady Moon Farm”. De aubergines zijn weer „slechts 99 mijl” de andere kant op gekweekt. Onbespoten is goed en lokaal moet. Wáár blanke hoogopgeleide liberals hun voedsel kopen, werd minstens zo belangrijk als wát ze kopen, schreef Christian Lander, auteur van ‘Stuff white people like’, al raak. Whole Foods vervangt volgens Lander kerken en kathedralen als voornaamste locatie in witte progressieve gemeenschappen.

Eten kopen is nu een religieuze ervaring. Boven de kassa’s in Georgetown zijn de tien geboden van Whole Foods te lezen, die het mogelijk maken zonder gewetensnood met geld te smijten. Daar hangt ‘Zorg voor gemeenschappen en onze omgeving’ probleemloos naast ‘overvloed creëren door winst en groei’.

Dat moest een keer fout gaan en nu is het zover. President-directeur John Mackey van Whole Foods veegde in een opiniestuk in The Wall Street Journal Obama’s plannen voor de hervorming van het ziektekostenstelsel van tafel. Volgens Mackey bestaat er in Amerika geen ‘recht’ op gezondheidszorg. Zinsneden als „iedere Amerikaan is verantwoordelijk voor zijn eigen gezondheid” maakten veel klanten van zijn ruim 275 vestigingen tellende winkelketen woedend. Dat Mackey een uitspraak van Margaret Thatcher als motto aanhaalde, hielp ook niet.

Whole Foods drijft op de klandizie van Obama-stemmers, terwijl John Mackey overtuigd, alle overheidsbemoeienis afwijzend libertair is. Een aartskapitalist dus. Dat was al jaren bekend. Maar de hogepriester van de progressieve eetkerk koos voor een symbolisch salaris van één dollar en zijn volgelingen lieten zich zo graag sussen.

Het gezondheiddebat was hier al griezelig fel geworden. Dagelijks krijg ik e-mail via de Obama-campagne: of ik zijn plannen als klapvee kom toejuichen als daar of daar televisiecamera’s staan. Discussiebijeenkomsten over de gezondheidshervormingen worden overschreeuwd door tegenstanders. Sommigen namen al wapens mee.

Mark Rosenthal, een toneelschrijver uit Massachusetts, begon een Facebook-groep met de naam ‘Boycott Whole Foods’. Twee weken later heeft de groep ruim 28.000 leden. Ik bel Rosenthal, die woedend zegt te zijn, omdat Mackey zijn geliefde winkelketen als „paard van Troje” gebruikt „om rechtse ideeën toe te dienen aan Obama-stemmers zoals ik.”

Waren zij dan echt zo naïef te gelóven dat Mackey met Whole Foods uit was op een betere wereld?

„We wílden het geloven”, zegt Rosenthal. „Mackey is onze paashaas en kerstman tegelijk.”

CNN bericht over de boycot: Mensen leveren hun kostbare Whole Foods-boodschappentassen bij de winkel in, strijdbaar meedelend dat ze er nooit meer zullen komen. Ook in DC is gedemonstreerd. Maar dat was bij Whole Foods op P Street. Echt een buurt waar Obama’s vrijwilligers wonen.

En Georgetown? In Whole Foods Georgetown weten ze allang beter en laat niemand zich zijn Parmigiano Reggiano of Vegabessenproteïnepoeder door de neus boren. Ik sta er als altijd lang in de rij met mijn zogenaamd 99 mijl verderop geteelde aardbeien. De kassajuffrouw vraagt bij voorbaat moedeloos of ik er een tas van ongebleekte katoen bij wil kopen. Voor 13 dollar. Zodat een schoolklas in Malawi een maand schoon water kan drinken.