Privacy prins weegt niet op tegen publiek debat

Wie beroemd, bekend of prominent is, leert omgaan met journalistieke en andere media. Dat is altijd een proces van aantrekken en afstoten, waarbij de relatie wederkerig is en vaak dubbelzinnig. Informatievrijheid en privacybescherming krijgen afwisselend voorrang. Media en beroemdheden vinden daarin een modus, bijgestuurd door de rechter. Meestal is het geven en nemen, een kwestie van herenafspraken, beroepscodes en praktische wijsheid. Wanneer die falen, past de rechter de verdragsnorm toe. Als vuistregel geldt dat publieke functionarissen meer moeten incasseren dan particulieren vanwege het maatschappelijk debat.

Informatievrijheid en het recht op respect voor het privéleven, staan immers beide in het Europese Verdrag voor de rechten van de mens. De rechter weegt ze tegen elkaar af. Uitgangspunt is dat van het particuliere leven van publieke personen wel degelijk verslag mag worden gedaan. Het democratisch debat kan er immers mee gediend zijn. Sinds de uitspraak die Caroline von Hannover, prinses van Monaco, afdwong in Straatsburg zijn ambteloze celebrity’s ook beschermd tegen paparazzi. Bevrediging van alleen de nieuwsgierigheid naar het particuliere leven van een beroemdheid is geen legitieme grond (meer) om hen overal te volgen en te fotograferen. Publicatie dient ook bij hen altijd in verband te staan met een politiek of maatschappelijk debat.

Deze duidelijke maatstaf werd door de Amsterdamse rechter gisteren toegepast in het geding dat de prins van Oranje tegen persbureau Associated Press (AP) had aangespannen. Willem-Alexander tracht voor de journalistiek al langer strengere maatstaven aan te leggen dan die uit verdrag en rechtspraak. Zo probeerde hij via de gemeente Wassenaar een wettelijk fotografeerverbod in een ruime cirkel rondom zijn woning van kracht te laten worden. Dat werd door de rechter buiten werking gesteld als „onmiskenbaar onverbindend en onrechtmatig”.

Ook gisteren tikte de rechter de prins op de vingers. De mediacode waarmee hij fotojournalisten uit zijn leven tracht weg te houden in ruil voor geregisseerde fotomomenten, is „geen bindende overeenkomst”. Afspraken maken mag, maar de normen voor privéfoto’s die daarbuiten worden gemaakt, zijn voor iedereen gelijk. Zulke foto’s moeten een nieuwsfeit betreffen of bijdragen „aan een publiek debat over een onderwerp dat van maatschappelijk belang is”. De code als muilkorf is dus van tafel. Pogingen van de prins om met een eigen uitnodigingenbeleid álle andere beelden tegen te houden, zijn gestrand. De onafhankelijke journalistiek beslist dat zelf, gecontroleerd door de rechter.

Die vond overigens dat de vier AP-foto’s de toets van maatschappelijk belang niet konden doorstaan. Maar merkte met gevoel voor realiteit op dat dit kan veranderen. „Een gemaakte foto die aanvankelijk niet mag worden gepubliceerd, kan eventueel later nieuwswaarde krijgen of een bijdrage leveren aan een publiek debat over een onderwerp van maatschappelijk belang, waardoor publicatie wel is gerechtvaardigd.” En zo is het. Als privépersonen in het openbaar hoeven de prins en zijn gezin „er niet steeds op bedacht te zijn” dat daarvan foto’s worden gepubliceerd. Die privacy wordt in beginsel beschermd. Maar dat kan dus veranderen, zonodig. Fatsoenlijke media gunden hem al die ruimte, ook zonder code.