Op de schop

„De hele zaak gaat op de schop”, zei een woordvoerder van de gemeente. Hoe lang geleden al? Het was een persconferentie waarop werd uitgelegd dat het Damrak zou worden omgetoverd in de Rode Loper, met nieuw straatmeubilair, mooi plaveisel, winkels, alles wat bij zo’n loper hoort. Als er iets op de schop gaat weet je bijna zeker dat het wordt omgetoverd. Die uitdrukkingen horen bij het nieuw Amsterdams zoals dat in de laatste decennia van de vorige eeuw is gegroeid. Het Damrak zou dus worden omgetoverd.

Langzamerhand hebben we geleerd dat we op onze hoede moeten zijn als we dat horen. Door alle toverij veranderde de boulevard in een van de goedkoopste trajecten van Nederland, met hotelletjes, frietkramen, souvenirshopjes, een seksmuseum, geldwisselwinkeltjes. Het werd zo ontzettend leuk dat er opnieuw moest worden omgetoverd. De gemeente heeft om te beginnen een paar zakenlieden uitgekocht. Daar valt nog niet veel van te zien. Het Stationsplein is door de metrobouwers dusdanig op de schop genomen dat de toeristen verdwalen tussen de schuttingen en het web van tramlijnen.

Aan het Museumplein wordt ook al jaren getoverd. En nu zag ik dat het Rembrandtplein op de schop is genomen. De beeldengroep die de Nachtwacht voorstelt is al minstens een half jaar geleden weggehaald om te worden gerenoveerd, nadat begerige toeristen er hier en daar vingers hadden afgebroken. Er heeft nog een bordje bijgestaan, met het verzoek geld te storten voor nieuwe vingers. Toen werd ook het beeld van Rembrandt van zijn sokkel gehesen om te worden vernieuwd. En nu het hele plein. Wil je weten wat ‘op de schop’ precies betekent, ga daar kijken. Het doet een beetje denken aan een slagveld uit de Eerste Wereldoorlog. Binnenkort niet meer bereikbaar met lijn 4, want ook de Utrechtsestraat gaat op de schop.

En volgend jaar is de Wibautstraat aan de beurt. Ik geef toe, niet een van de mooiste straten van Amsterdam. Veel naamloze nieuwbouw met een perspectief dat je niet doet besluiten er op een zondagmorgen uit nieuwsgierigheid of voor de pure gezelligheid eens in te lopen. Aan het einde staan een paar bescheiden wolkenkrabbers. De hoogste is de Rembrandttoren. Het geheel van deze hoogbouw wordt in Amsterdam ‘Manhattan aan de Amstel’ genoemd.

Daar hebben we het. We spiegelen ons hier, met een amechtige bewondering, aan grote buitenlandse voorbeelden. Het is andersom. Manhattan is het Amsterdam aan de Hudson. Binnenkort gaat er een delegatie naar New York om te herdenken dat de Nederlanders daar Nieuw Amsterdam hebben gesticht. Ze gaan naar allerlei plaatsen waar onze voorouders hun sporen hebben achtergelaten. Als we toen niet zo kortzichtig waren geweest, ons die kolonie door de Engelsen te laten afpakken, had (volgens een theorie van Rudy Kousbroek) nu heel Amerika en een groot deel van de rest van de wereld Nederlands gesproken.

In Het Parool las ik een monter gestemd artikel over de toekomst van de Wibautstraat. Wat er allemaal overhoop zal worden gehaald, het is te veel om op te noemen. Het is de bedoeling „dat er een promenade à la Parijs en Berlijn wordt gemaakt”. Iemand van The New York Times is er al komen kijken en „heeft het gebied tot een culturele hotspot gebombardeerd”. Weer dat optrekken aan die geweldige buitenlandse voorbeelden, denk ik, maar zeg het niet hardop. Heeft Amsterdam niet al genoeg culturele hotspots, die nu in de tram bovendien ook nog in het Engels worden aangekondigd? Op de hoek van de Lairessestraat en de Van Baerlestraat zegt iemand: Konserthol. Een halte verderop: Museumdistrict, en dan stapt de begerige toerist uit bij drie kunsttempels waarvan er twee in halve staat van af- en aanbouw zijn.

Ik wil niets negatiefs over de geweldige Wibautplannen zeggen. Maar hoeveel op de schop nemen kan de stad aan? Benoem eens een omtovercommissie.