Nog net niet opgeslokt: de reuzenplaneet die er eigenlijk niet kan zijn

Een internationale groep astronomen onder leiding van de Brit Coel Hellier heeft bij een ster een reuzenplaneet ontdekt die er eigenlijk niet zou mogen zijn (Nature, 27 augustus). De ster staat op een afstand van ruim 300 lichtjaar in het sterrenbeeld Phoenix en de planeet draait daar in nog geen 23 uur omheen. De afstand tussen ster en planeet is zo gering – nog geen twee maal de diameter van de ster – dat de planeet een sterke getijdenwerking ondervindt en naar de ster toe spiraliseert. Dat gebeurt relatief zo snel dat het bijna een wonder mag heten dat de planeet überhaupt nog bestaat.

De planeet, WASP-18b geheten, verraadt zijn aanwezigheid doordat hij periodiek vóór de ster langs beweegt en diens helderheid dan een pietsje vermindert. De planeet is het meest extreme exemplaar van een groep van meer dan 60 gasreuzen die op heel korte afstand rond hun ster draaien. Deze ‘hete Jupiters’ kunnen daar niet zijn ontstaan, omdat het zo dicht bij de ster veel te heet was. Ze moeten op een veel grotere afstand zijn geboren en in de loop der tijd naar een veel kleinere baan zijn gemigreerd.

WASP-18b is zo zwaar – ruim tien maal zo zwaar als Jupiter – en draait zo dicht rond zijn ster dat er nu tussen ster en planeet enorme getijdenkrachten heersen. Doordat de planeet sneller rond de ster draait dan de ster rond zijn as wentelt, loopt er in het sterlichaam een getijdenbult rond, die bewegingsenergie aan de planeet onttrekt. Die wordt hierdoor langzaam afgeremd en beweegt naar de ster toe. In het slotstadium van dit proces zal de planeet uit elkaar worden getrokken en door de ster worden opgeslokt.

De tijdschaal van dit invalproces zou volgens de berekeningen slechts 650.000 jaar bedragen: een tienduizendste van de levensduur van de ster. Het is dus wel uiterst toevallig dat de planeet net in die korte fase is verschalkt. De komende jaren zal blijken of dat ook werkelijk zo is. Als de levensduur van de planeet inderdaad zo kort is als nu berekend, moet zijn omlooptijd over tien jaar 28 seconden korter zijn geworden en dat is goed te meten. Mocht de afname veel kleiner of onmeetbaar zijn, dan verloopt het invalproces blijkbaar veel trager en schort er iets aan de modellen die het invalproces voorspellen.

George Beekman