Net als de gemiddelde burger relativeert de kroonprins zijn plichten en claimt hij zijn rechten Maar Willem-Alexander is geen gewone burger en het wordt tijd dat hij zich daar eindelijk rekenschap van geeft

Natuurlijk heeft de kroonprins net als ieder andere publieke figuur recht op privacy. Maar eisen dat waar hij met zijn familie komt, het recht op vrije nieuwsgaring wordt opgeheven, getuigt van een zorgwekkend gebrek aan begrip voor de bindende en dienende rol die hij straks als koning in een moderne democratische samenleving moet gaan vervullen, schrijft Daniela Hooghiemstra.

Willem-Alexander in 1987 met de Beechcraft Bonanza waarmee hij zijn praktijklessen bij de Rijksluchtvaartschool in Eelde begon. In Eelde volgde de prins de opleiding voor gevorderden.Foto Anefo ANEFO

Historicus en journalist. Schreef samen met Dorine Hermans ‘Vertel dit toch aan niemand’ (2006) en ‘Voor de troon wordt men niet ongestraftgeboren’ (2007)

In een persoonlijke brief aan de rechtbank klaagde Willem-Alexander twee weken geleden zijn nood over de aanwezigheid van fotografen tijdens vroegere vakanties in Porto Ercole. „Het meevaren op de Jumbo, het motorjacht van mijn opa, was voor ons nooit een plezier. Nooit wist je of je door een telelens werd bespied.” Met de brief, die duidelijk uit het hart kwam, deed de aanstaande koning een klemmend beroep op medeleven: ieder mens heeft toch het recht om een gewoon leven te leiden?

Voor iemand die op zijn privacy gesteld is, getuigt het van moed om in een openbare brief herinneringen aan zijn jeugd op te halen. Maar als illustratie van zijn positie in de zaak tegen het internationale persbureau AP schiet de anekdote over de Jumbo tekort. De inbreuk op de privacy van de kroonprins begon namelijk al veel eerder: in 1965, toen zijn ouders aan de Nederlandse volksvertegenwoordiging vroegen of zij met elkaar mochten trouwen. Van de privacy van zijn grootouders, die in de jaren vijftig met elkaar verstrikt raakten in een paleisoorlog die bijna tot een constitutionele crisis leidde, was toen al niet veel meer over. Zijn grootvader Bernhard koos voor een leven in de internationale spotlights en onderhield warme banden met journalisten. Hij raakte verwikkeld in een omkoopschandaal dat hem tot middelpunt van een politiek debat maakte dat zich jarenlang heeft voortgesleept. Dat Willem-Alexander zich in het gezelschap van zijn flamboyante grootvader bespied voelde, is dus niet zo gek. Kinderen vinden het zelden leuk om object van aandacht te zijn. Ook onder officiële fotosessies hebben ze te lijden. Prinse(sse)n die argeloos naar lenzen staren, leveren al generaties lang een droevig beeld op. Hun erfelijke last is de prijs van de monarchie.

Al met al kijkt Willem-Alexander tevreden terug op de ruimte die hem als kind is gegund om een ‘normaal’ leven te leiden, schreef hij in zijn brief. Hij had het voorrecht om op te groeien „in een omgeving die zoveel mogelijk aansluit bij die van andere kinderen”. Van alle troonopvolgers in Nederland tot nu toe, had Willem-Alexander inderdaad de meeste vrijheid. Hij ging naar een ‘gewone’ school, had een ‘gewoon’ studentenleven en ‘gewone’ vrienden en mocht alle dingen die ‘gewone’ leeftijdgenoten ook mochten. Alles was zo ‘gewoon’, dat je bijna zou vergeten dat hij lid was van een bijzondere familie, met bijzondere privileges. Gewone kinderen woonden niet in een paleis, hadden geen lakeien, kregen geen persoonlijke studiebegeleiding van gerenommeerde professoren en vlogen niet in hun eigen vliegtuigje over Den Haag. De ‘normalisering’ betrof dus vooral de plichten, niet de rechten van de kroonprins.

Willem-Alexander had van kind af aan een hekel aan het keurslijf van het koninklijke bestaan. Hij had maar liever dat zijn broer koning werd. Die houding staat in schril contrast met die van zijn grootmoeder Juliana, die bij haar inhuldiging als koningin de vraag stelde: „Wie ben ik dat ik dit doen mag?” In haar jeugd een stuk beperkter in haar bewegingsruimte dan haar kleinzoon, zag zij haar positie als erfelijk staatshoofd kennelijk als een voorrecht. Generaties lang hebben opvoeders in de familie Van Oranje geworsteld met de vraag wat voor een troonopvolg(st)er de juiste pedagogische aanpak is. Een prins(es) moet vertrouwd raken met zijn/haar bijzondere publieke functie, maar moet zich als individu ook vrij kunnen ontwikkelen. In het verleden won – alle goede bedoelingen van ouders ten spijt – het eerste het altijd van het laatste. In het leven van zowel de drie negentiende-eeuwse koningen als die van Wilhelmina, Juliana en Beatrix, woog de publieke plicht aan het einde van het liedje toch zwaarder dan het privébelang. Hoewel zij allemaal grote privileges hadden, stonden de levens van Willem-Alexanders voorgangers steeds in het teken van een aanzienlijk persoonlijk offer dat op de ene of andere manier gebracht moest worden. Willem-Alexander is de eerste in de geschiedenis van het Koninkrijk bij wie de pendule naar de andere kant neigt. Tot dusver heeft hij laten zien dat zijn privébelang wat hem betreft voorgaat. Als hij zou moeten kiezen tussen een vrouw of de troon, zei Willem-Alexander ooit tegen Paul Witteman, dan werd het de vrouw. Deze taakopvatting is een logisch voortvloeisel uit zijn jeugd. In overeenstemming met de tijdgeest lag het accent daarin op zijn eigen ontplooiing. Zijn ouders wilden hun kind zo vrij mogelijk laten opgroeien. Vooral prins Claus, die zelf zwaar te lijden had onder de beperkingen en de publieke plichten die de positie van zijn echtgenote met zich meebracht, leerde zijn oudste zoon om toch vooral zichzelf te zijn. Bij Willem-Alexander, toch al eigenzinnig van aard, was dat niet aan dovemansoren gezegd. Tijdens een bezoek aan Delfzijl in 1976 wees hij op het moment dat er een camera klikte naar verluidt op zijn voorhoofd, zeggend: „Jullie zijn allemaal gek.” In datzelfde jaar sprak hij tijdens een foto-uurtje in Ierland de gevleugelde woorden: „alle Nederlandse pers opgerot.” De kroonprins was toen pas elf jaar oud, maar het verschil met eerdere generaties was evident.

Als puber zette hij zijn strijd tegen de formele eisen waaraan hij als troonopvolger werd geacht te voldoen, voort. Op zijn eerste schooldag op het Vrijzinnig Christelijk Lyceum in Den Haag hield hij voor de verzamelde fotografen lachend zijn tas omhoog met daarop het logo van een Baarnse platenzaak. „Kijk eens jongens, een mooie foto voor CRM”, zou hij daarbij hebben geroepen. Of de toenmalige minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk – destijds druk met de bestrijding van sluikreclame – dit grappig vond, is niet bekend. Maar op een foto van het moment is te zien dat, terwijl Willem-Alexander de tas omhoog houdt, zijn vader lachend naast hem staat.

Confrontaties met zijn ouders – vermoedelijk vooral met zijn moeder – waren uiteindelijk de reden dat de prins in 1983 verhuisde naar het Atlantic College, een internationale middelbare school in Wales. Hij werd daartoe niet gedwongen, vertelde hij in 1985 aan Renate Rubinstein, hij wilde het zelf. Hij vond zichzelf niet lastig en zijn ouders vonden zichzelf ook niet lastig, maar ‘elkaar’ vonden ze wel lastig, aldus de kroonprins. De school, een schitterend oud kasteel aan zee met op het dak een zwembad, streeft ernaar om leerlingen maatschappelijk bewustzijn en verantwoordelijkheidsbesef bij te brengen. Maar het pedagogische accent ligt er vooral op individuele ontplooiing. Grondlegger Kurt Hahn geloofde niet in het slaafs volgen van regels; kinderen moesten zelf leren inzien wat voor hen nodig of nuttig is.

Dat was precies hoe Willem-Alexander erover dacht.

De militaire diensttijd die hij daarna doorliep was in dat opzicht een koude douche. In een legerblad uitte hij later forse kritiek op het regime bij de marine, dat in zijn ogen ‘kunstmatig streng’ was. Regelmatig had hij zich afgevraagd of de leerstof wel nuttig was, maar „als je daar eens een opmerking over maakte, kreeg je te horen dat je maar door de zure appel heen moest bijten”. De kritiek op het niet-koninklijke gedrag van de prins zwol aan. Toen hij tijdens de Olympische Spelen van Atlanta in 1996 na een overwinning van Nederlandse hockeydames het veld opstormde om hossend hun overwinning mee te vieren, besloten zijn ouders dat het tijd werd dat hun zoon de ernst van zijn toekomstige taak ging inzien.

Persoonlijk secretaris Jaap Leeuwenburg stelde eind jaren negentig een opleidingsprogramma samen waarmee Willem-Alexander zich specialiseerde in ‘watermanagement’ en hij meer vertrouwd raakte met de staatsrechtelijke plichten die aan zijn positie kleven. Maar echt gewend lijkt hij er nog altijd niet aan. Met alle vrijheid die hem is gegund, lijkt hij zich meer geketend te voelen dan al zijn voorgangers bij elkaar. Zodra van zijn kant een offer gemaakt moet worden, zet hij de hakken in het zand. Toen zijn wens om lid te worden van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) omstreden bleek, liet hij zich door niets of niemand weerhouden. Toen bekend werd dat zijn aanstaande schoonvader lid was geweest van een dictatoriaal regime, gaf hij blijk van dedain voor het maatschappelijk debat dat over zijn voorgenomen huwelijk ontstond. ‘Wie ben ik dat ik dit doen moet?’, lijkt hij zich na al die jaren van voorbereiding nog altijd af te vragen.

De laatste jaren heeft Willem-Alexander in zijn privéleven wel volop leren genieten van de voordelen van zijn erfelijke functie. Samen met Máxima stort hij zich in de glamour, het avontuur, de exotische reizen en de internationale feesten en ontmoetingen die deze functie met zich meebrengt. Met haar creaties van Valentino dingt Máxima in het Spaanse boulevardblad ¡Hola! mee naar de titel van best geklede prinses van Europa. De ‘celebrity status’ die zij in Argentinië heeft opgebouwd, kan het inmiddels wel bijna stellen zonder de Nederlandse troon.

Toen een fotograaf de familie in Argentinië vastlegde op de ski’s en onder meer Trouw dit publiceerde, stapte Willem-Alexander naar de rechter. Argentijnse internetsites en bladen kunnen de foto’s ongestraft publiceren omdat de privacywetgeving daar ruimer is dan hier. Door het internationale persbureau AP voor de rechter te dagen, heeft Willem-Alexander daar iets aan veranderd. Nu AP buiten de officiële sessies geen foto’s meer mag aanleveren, kunnen Argentijnse media deze ook niet meer afdrukken. Het exporteren van onze mediacode is een vorm van imperial overstretch die een kleine constitutionele monarchie onwaardig is.

Tijdens de rechtszaak liet Willem-Alexander zich verdedigen door de landsadvocaat. Maar de brief die hij hem liet voorlezen, was een privérelaas waarin iedere reflectie op zijn publiekrechtelijke taken als prins ontbrak. Wilhelmina, Juliana, noch Beatrix hebben ooit zo volop en mondiaal van de voordelen van hun positie genoten. Terwijl als het om de nadelen gaat, de grens voor Willem-Alexander sneller is bereikt dan ooit bij hen het geval lijkt te zijn geweest. Natuurlijk heeft de kroonprins net als ieder andere publieke figuur recht op privacy. En rechters zullen hem dat recht, gezien de bestaande jurisprudentie, ook gunnen. Maar eisen dat waar hij met zijn familie komt, het recht op vrije nieuwsgaring wordt opgeheven, getuigt van een zorgwekkend gebrek aan begrip voor de bindende en dienende rol die hij straks als koning in een moderne democratische samenleving moet gaan vervullen. De privacywetgeving is een complex bouwsel waarin het gaat om een zorgvuldige afweging van factoren. De mediacode die Willem-Alexander wil afdwingen, slaat dat hele juridische gebouw met een doffe dreun tegen de grond. Een kroonprins bekleedt een staatsrechtelijke functie die gebaat is bij controle. Hij is zelf bovendien afhankelijk van (foto)- journalisten. Ook een erfelijk troonopvolger moet zijn volk overtuigen en de Oranjes doen dat sinds jaar en dag al met behulp van plaatjes. In al te geregisseerde vorm missen die echter doel.

Met huizen in Bariloche en binnenkort in Mozambique, verblijft het kroonprinselijke paar een groot deel van het jaar buiten Nederland. Toen aan het begin van de zomer een locatie moest worden gekozen voor het officiële fotomoment, viel niettemin de keuze op het Hollandse strand. ‘Steeds vaker vakantie in eigen land’ luidde de kop bij deze foto’s in het blad Royalty. Maar tegen de tijd dat de foto’s van het gezin met rieten strandmand en plastic schepjes de abonnees bereikte, roetsjte de familie van de skipiste in Argentinië. Ook in het licht van de recente berichten over de aankoop van een vakantiehuis in Mozambique, wekken de vakantiefoto’s bij het Wassenaarse strand een onwerkelijke indruk.

Lang niet alle snapshots zijn toelaatbare inbreuken. Maar ook voor Willem-Alexander geldt dat een rechter dat per geval zal moeten uitmaken. Als hij als koning straks wil overtuigen, moet hij (graag!) bereid zijn om zijn privébelang soms te laten wijken voor dat van de democratische rechtstaat. De genereuze wijze waarop Máxima dit tijdens haar bruiloft deed, compleet met muziek en traan, heeft haar een plek bezorgd in de harten van (bijna) alle Nederlanders. Van Willem-Alexander kennen we een dergelijk gebaar niet. Misschien is het een mannelijk trekje om publiekelijk niet te willen wijken.

Kennelijk heeft zelfs de Rijksvoorlichtingsdienst de kroonprins niet overtuigend kunnen wijzen op de consequenties van deze rechtszaak. Voor hem, maar ook voor de Nederlandse samenleving. Die raakt in het huidige ‘ik-tijdperk’ toch al steeds verder verdeeld over de vraag wat rechten en wat plichten zijn. Plichten worden gerelativeerd, terwijl rechten worden geclaimd. In dit spanningsveld moet de toekomstige koning binden in plaats van verdelen. Door in een rechtsgebied waar het draait om subtiele afwegingen de confrontatie te zoeken, doet hij het tegenovergestelde. In deze zaak kon hij alleen maar verliezen. Had de rechter hem in het ongelijk gesteld, dan had hij een onmajesteitelijke nederlaag geleden tegen de rechtsstaat waarvan hij straks het hoofd moet worden. Nu heeft hij een pyrrusoverwinning behaald. De onvrede over een aanstaande koning die zijn plichten liever kwijt dan rijk is, maar wel luidkeels zijn rechten opeist, zal toenemen, en de mediadruk wordt eerder groter dan kleiner.