Kennis achter de tolmuur

Het artikel `Kennis achter de tolmuur` en het hoofdartikel in de krant van maandag 3 augustus stellen terecht dat enkele grotere uitgeverijen exorbitante bedragen vragen voor hun abonnementen. Maar het idee dat wetenschappelijke artikelen eigenlijk helemaal gratis moeten zijn, is weer het andere uiterste. Ook het model van Biomed Central en PLoS, waar de auteur voor publicatie moet betalen, laat zien dat het proces van selectie door peer review, correctie en verspreiding wel degelijk iets kost. Dat de gebruiker voor die kosten opdraait, is niet meer dan normaal. We kunnen dat vergelijken met andere openbaar betaalde diensten, zoals de Gemeentelijke Basisadministratie. Die bevat onze eigen gegevens en is met belastinggeld opgezet. Toch betalen we voor een geboorte-uittreksel of een paspoort nog een aardig bedrag. We vinden dat redelijk omdat dat in verhouding staat tot het gebruik dat we van deze diensten maken. Zo is het ook niet onredelijk dat hbo-instellingen, het mkb en ingenieursbureaus, al naar gelang ze gebruikmaken van de eindproducten van het wetenschappelijk onderzoek, daarvoor iets betalen. Kennis is niet gratis. Het bedrag dat uiteindelijk wordt neergeteld is echter zelfs bij Elsevier toch nog maar een fractie van de werkelijke kosten. Het onderzoek dat aan de basis van de publicaties ligt is namelijk inderdaad al betaald, vaak uit publieke middelen.Het model van Biomed Central en PloS is uiteindelijk een middel dat erger is dan de kwaal. Voor bepaalde categorieën auteurs maken zij het onmogelijk om nog te publiceren: denk alleen maar aan collega`s uit landen met minder geld en aan beginnende wetenschappers die nog geen eigen subsidiemiddelen hebben binnengehaald. Zouden we dit model op grote schaal willen toepassen, dan moeten er bovendien flinke budgetverschuivingen plaatsvinden. Een voorbeeld: mijn Pionier-project, dat de gemeenschap 1,2 miljoen euro heeft gekost, levert 47 artikelen en 6 monografieën op. Stel ik - heel voorzichtig - de waarde van een monografie op 6 artikelen en de fee op 1.000 euro (bij PLoS kan dat nog veel meer worden), dan had ik 83.000 euro meer subsidie nodig gehad om alles te kunnen publiceren. Dat is maar liefst de helft van de kosten van een promovendus. Een en ander zou betekenen dat er zeer substantiële bedragen uit de budgetten van de bibliotheken en de KB overgeheveld moeten worden naar de faculteiten en naar NWO. De vraag is: hebben KB-directeur Savenije en zijn collega`s dat voor hun ideaal van open access over? Het is waarschijnlijk verstandiger de uitgeverijen te bewegen hun prijzen te matigen. Ook is delayed open access een goede optie. Daarbij komen de publicaties vrij beschikbaar na afloop van een periode waarin de uitgeverij haar kosten heeft kunnen terugverdienen.

Wetenschapsbijlage 01-08-09