Joop kon het echt

Ik moest iets nakijken over de studentenolympiade die in 1960 in Leningrad werd gehouden en kwam toen enigszins tot mijn verrassing de naam van Joop van Oosterom tegen, die we tegenwoordig vooral kennen als correspondentieschaker en als schaakmecenas.

Die studentenolympiade werd in het hol van de sovjetleeuw gewonnen door de Verenigde Staten. De Sovjet-Unie, met Boris Spasski aan het eerste bord, werd tweede. Aan Spasski lag het niet, hoewel hij juist tegen de Verenigde Staten verloor, het lag aan William Lombardy, die aan het eerste bord voor de Amerikanen de fantastische score van 12 uit 13 haalde.

Nederland werd zesde. Aan het tweede bord, achter Kick Langeweg, scoorde de Indonesiër Tan Hoan Liong 10 uit 13. Een paar maanden later zou hij op de gewone Olympiade in Leipzig, waar hij niet voor Nederland maar voor Indonesië uitkwam, een gouden medaille winnen en in 1961 werd hij kampioen van Nederland. Twee jaar later ging hij opeens uit Nederland weg, terug naar Indonesië, en voor zover ik weet heeft hij daarna niet meer serieus geschaakt. Een groot verlies.

Het ging eigenlijk over Joop van Oosterom. Die had in Leningrad na Tan de beste score van het Nederlandse team, 7 uit 13. Twee jaar eerder had hij het op de studentenolympiade in Varna nog beter gedaan met 6,5 uit 10.

Ik had die resultaten wel eens gezien, maar ik was ze vergeten. Het komt waarschijnlijk doordat hij twee keer wereldkampioen correspondentieschaak werd, met meer dan een klein handje hulp van zijn stal van grootmeesters. Daardoor worden zijn onomstreden verdiensten als schaker vergeten.

Tot maandag wordt in het Krasnapolsky hotel in Amsterdam Van Oosteroms traditionele ‘Jeugd tegen Ervaring’ toernooi gespeeld. Er zijn altijd maar weinig toeschouwers, misschien doordat alles heel goed op het internet gevolgd kan worden, maar vast ook doordat de sfeer daar wel erg bedaard is. Een extra open toernooi, een paar boekenstalletjes en een groot schaakcafé zouden het wat volkser en levendiger maken. Maar goed, Van Oosterom heeft ons in de loop der jaren veel gegeven en dan moet je eigenlijk niet zeuren over wat er niet is.

Omdat het team van de ervaring in het verleden verschrikkelijk werd ingemaakt, is het dit jaar drastisch verjongd, wat erg geholpen heeft.

De sterkste speler van het jonge team is de Amerikaanse kampioen Hikaru Nakamura, maar hij was ziek en verloor in de eerste zes rondes twee keer. Er stond een schitterende overwinning op Alexander Beljavski tegenover. Nakamura zei dat hij tijdens de partij twee keer had moeten kotsen, maar het verhinderde hem niet een kunstwerk te scheppen waarop iedere gezonde schaker trots zou zijn.

Alexander Beljavski-Hikaru Nakamura, NH Chess Amsterdam.

1. d4 Pf6 2. c4 g6 3. Pc3 Lg7 4. e4 d6 5. Pf3 0-0 6. Le2 e5 7. 0-0 Pc6 8. d5 Pe7 9. Pd2 Pe8 10. b4 f5 11. c5 Pf6 12. f3 f4 13. Pc4 g5 14. a4 Het bekende patroon in deze variant. Wit valt aan op de damevleugel, zwart op de koningsvleugel. Waarschijnlijk staat wit beter, maar daar staat tegenover dat de winstpartijen van zwart vaak prachtig zijn. 14...Pg6 15. La3 Tf7 16. a5 h5 17. b5 dxc5 18. b6 Een nieuwe zet. Na 18. Lxc5 zijn er een paar schitterende winstpartijen van zwart geweest. 18...g4 Hij moet doorzetten, want 18...axb6 19. axb6 cxb6 20. Db3 zou duidelijk gunstig voor wit zijn. 19. bxc7 Txc7 20. Pb5 g3 Consequente agressie blijft zwarts enige kans, want 20...Tf7 21. Pbd6 is goed voor wit. 21. Pxc7 Pxe4

Erg mooi. Hij laat ook zijn tweede toren instaan en offert nog een paard. 22. Pe6 Over zijn vorige twee zetten dacht Beljavski lang na, maar dit deed hij snel. Het is waarschijnlijk niet de beste zet. Er waren tal van mogelijkheden. De tweede toren kon hij niet nemen, want na 22. Pxa8 Dh4 23. h3 Lxh3 zou wit mat gaan. Maar er waren andere zetten, 22. fxe4 of 22. Ld3 of 22. Dc2, die tot onoverzienbare verwikkelingen zouden leiden. 22...Lxe6 23. dxe6 gxh2+ 24. Kxh2 Dh4+ 25. Kg1 Pg3 26. Lxc5 e4 27. Ta4 Om na 27...e3 te winnen met 28. Pxe3, door de penning van de f-pion, maar wit ziet iets over het hoofd. Beter was 27. Ta2 e3 28. Pxe3 fxe3 29. Lxe3, hoewel zwart na 29...Pf4 genoeg spel zou hebben voor het materiaal dat hij achter staat. 27...Tc8 28. Lxa7

Hij trapt in de val. Na 28. e7 of 28. Pd6 zou het nog lang niet duidelijk zijn. 28...b5 Dit vorkje is mogelijk doordat wit na 29. axb6 mat zou gaan door 29...Ld4+ 30. Dxd4 Pxe2. 29. Tb4 bxc4 Nu staat zwart gewonnen. 30. Lxc4 Ook na 30. Txc4 Td8 heeft zwart een winnende aanval. 30...Dh1+ Goed genoeg, maar nog sterker was 30...e3, want na 31. e7+ Kh8 32. Dd8+ Kh7 is wit uitgepraat. 31. Kf2 e3+ 32. Lxe3 fxe3+ 33. Kxe3 Pxf1+ 34. Lxf1 Dg1+ Wit gaf op. Wat vroeg, met drie pionnen voor het stuk, maar zwart heeft inderdaad nog steeds een winnende aanval.

Schaakopgave

Carlo Matamoros Franco - Pedro Aderito, Olympiade Dresden 2008. Wit begint en wint

1. Pd5 Lxd5 (of 1...cxd5 2. gxf7) 2. exd5 fxg6 (na 2...f6 of 2...Te7 wint wit met 3. Df5) 3. Pxg6 en zwart gaf op. Er dreigt 4. Dh4 en na 3...Dd8 komt 4. Df7+ Kh7 5. Pxf8+ en mat op g7.