Het meisje die het niet zag zitten

Het klassieke grammaticale geslachtsonderscheid begint uit het gesproken Nederlands te verdwijnen. De wereld wordt anders ingedeeld. Berthold van Maris

ie STOCK.XCHNG StockXchnge

H et Nederlands kent grammaticaal geslacht: mannelijk, vrouwelijk en onzijdig. Maar in de spreektaal wordt daar wat raar mee omgegaan. Als een koffiezetapparaat kapot is, zeg je eerder ‘Hij doet het niet’ dan ‘Het doet het niet’, terwijl (het) koffiezetapparaat toch echt een onzijdig woord is. Stadsbewoners zullen een koe eerder ‘hij’ noemen dan ‘ze’, ook al weten ze dat een koe een vrouwtjesdier is. En op een datingsite is het vrij gewoon om dingen te schrijven als: ‘Ik ben op zoek naar een meisje die meewil naar Pukkelpop.’ Volgens de grammatica’s moet dat ‘een meisje dat’ zijn. ‘Een meisje die’ oogt op papier misschien een beetje ongemakkelijk, maar in spreektaal valt het vaak nauwelijks op.

Volgens Jenny Audring, die binnenkort op dit onderwerp promoveert aan de VU, is er in spontaan gesproken Nederlands een verschuiving gaande van ‘meisje dat’ naar ‘meisje die’. Ook in informele geschreven teksten worden ‘meisje’, ‘broertje’, ‘vriendje’ en dergelijke steeds vaker gevolgd door ‘die’. Als je daar met Google naar zoekt, blijkt dat dat in 53 procent van de gevallen gebeurt.

Audring maakte voor haar onderzoek gebruik van het Corpus Gesproken Nederlands, een onvangrijk databestand van gesproken taal. Ze keek naar gewone huis-tuin-en-keukentaal: mensen die kletsen terwijl ze zitten te eten of een spelletje doen, die onbekommerd praten, maar zich niet bewust zijn van hun taal.

Wat blijkt? Het oude systeem van ‘grammaticaal geslacht’ wordt langzaam verdrongen door een nieuw systeem, waarin het gebruik van de voornaamwoorden (hij, zij, het, die, dat) puur gebaseerd is op betekenis.

Nederlanders hebben in toenemende mate moeite met ‘een meisje dat’, omdat ‘dat’ in het nieuwe systeem alleen nog naar ontelbare zaken (zoals stoffen) mag verwijzen. In het nieuwe systeem zijn mensen altijd ‘hij’ of ‘zij’, en nooit meer ‘het’, ook al is het ‘het kind’, ‘het meisje’, etc. Hetzelfde geldt voor dieren die dichtbij de mens staan, zoals huisdieren en vee. Alle andere dieren zijn simpelweg, of ze nu man of vrouw zijn: ‘hij’. Planten en telbare zaken (zoals voorwerpen) zijn ook allemaal ‘hij’ – een ‘hij’ dat dus niet echt mannelijk is, maar gewoon neutraal. En niet-telbare zaken, zoals ‘rijst’, ‘melk’ en ‘peper’, zijn ‘het’ - het voornaamwoord dat van oudsher al een neutrale betekenis heeft.

NEUTRAAL

Het nieuwe systeem verdeelt de wereld dus in: mensen, niet-menselijke telbare zaken en niet-telbare zaken. Het menselijke en wat daar heel dichtbij zit is ‘hij’ of ‘zij’. Wat het verst van de mens afstaat is ‘het’. Daartussenin zitten dieren, planten en dingen die het neutraal geworden ‘hij’ krijgen.

Deze indeling van de wereld – van menselijk via dichtbij de mens tot verder van de mens af – wordt in de taalwetenschap de animacy hierarchy genoemd en komt in veel talen voor. Blijkbaar gaat het om onderscheiden die er voor de mens toe doen: mens versus niet-menselijk, en dichtbij de mens versus ver van de mens af.

De verschuiving naar het nieuwe systeem gaat bij de persoonlijke voornaamwoorden harder dan bij de betrekkelijke voornaamwoorden. Na ‘boek’ wordt in 65 procent van de gevallen het persoonlijk voornaamwoord ‘hij’ of ‘ie’ of het aanwijzende voornaamwoord ‘die’ gebruikt, terwijl ‘een boek die’ goed is voor maar een kwart van de gevallen.

Ook blijkt de verschuiving naar het nieuwe systeem bij mensen en stoffen groter dan bij dieren en dingen. Audring: “Wij kunnen het minst goed leven met ‘het’ en ‘dat’ voor mensen. En ‘hij’ voor een stof is ook heel erg. Het conflict tussen het oude en het nieuwe systeem is het heftigst aan de uiteinden van de hiërarchie. In het midden heb je minder sterke associaties en ben je toleranter.”

Dat het op betekenis gebaseerde systeem echt in opkomst is, blijkt ook als de verschillende generaties met elkaar worden vergeleken. Het nieuwe systeem is bij mensen onder de twintig veel sterker – ongeveer twee keer zo sterk – dan bij mensen van boven de zestig.

Het Nederlands zit, wat betreft geslacht, tussen het Duitse en het Engelse systeem in. Het Duits heeft nog puur een systeem van grammaticaal geslacht (der, die, das). Een Duitser kan nog zonder te blozen dingen zeggen als ‘Das Mädchen hat seine Tasche vergessen’ - dat ‘seine’ klinkt de Nederlander heel vreemd in de oren. Het Engels daarentegen heeft nog maar één bepaald lidwoord: ‘the’. Het geslacht van de voornaamwoorden is daar dan ook helemaal op betekenis gebaseerd. Mensen en dieren die dicht bij mensen staan zijn: he, she. De rest is allemaal: it. Ook hier is sprake van een animacy hierarchy – maar wel een die korter en simpeler is dan het systeem dat nu in het Nederlands in opkomst is.

TWEE STAPPEN

Het oude systeem, van mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden, bestond al in het Proto-Indo-Europees, de taal die 4.000 jaar geleden de voorouder was van bijna alle Europese talen. Men denkt dat het geslachtensysteem in twee stappen is ontstaan: eerst ontstond er een onderscheid tussen levend en niet-levend, later splitsten de ‘levende’ woorden zich verder op in mannelijke en vrouwelijke. In sommige Nederlandse dialecten – in het Zuiden en het Oosten – worden die drie grammaticale geslachten nog steeds gevoeld. Al kalft het systeem ook daar langzaam af, onder invloed van het ABN.