GM laat Opel bungelen

De Duitsers hebben meer haast met de verkoop van Opel dan de Amerikanen. General Motors lijkt sinds de doorstart anders tegen Opel aan te kijken.

Nog steeds is onduidelijk wat er met de Duitse automaker Opel zal gebeuren. Het personeel wacht in spanning af. De politiek in Berlijn, die miljardensteun voor het noodlijdende Opel achter de hand heeft, is in verkiezingstijd speelbal geworden van een trans-Atlantisch touwtrekken waarvan de afloop onzeker is. Er is veel in het geding: geld, industriële belangen en politieke reputaties.

Laatste verrassende mededeling in de strijd om Opel: misschien verkoopt de Amerikaanse moedermaatschappij General Motors haar Duitse dochter bij nader inzien toch maar niet. Dat nieuws kwam deze week naar buiten na afloop van beraad tussen GM-managers en de Duitse minister van Economische Zaken, de jonge Karl-Theodor Zu Guttenberg. De bewindsman, anders altijd welbespraakt en zelfverzekerd, moest naar woorden zoeken toen hij op de stoep voor zijn departement aan verslaggevers probeerde uit te leggen hoe het verder gaat met Opel.

Kort en goed: met Opel kan het alle kanten uit, hoewel de bewindsman „een afzien van de verkoop door GM nogal onwaarschijnlijk” vindt.

Een paar maanden geleden zag het er nog overzichtelijk uit. Fiat was afgevallen als potentiële koper van Opel, dat door het dreigende faillissement van moederconcern General Motors in acute geldnood was gekomen. Als overwinnaar in de biedingsstrijd was de Canadees-Oostenrijkse autotoeleverancier Magna overgebleven, de favoriet van het Opel-personeel en de Duitse politiek. Magna is een bekende naam in Duitsland, al deed het feit dat achter dit concern geld uit Moskou en Russische autobelangen staken, afbreuk aan het enthousiasme.

Maar de ondertekening van het contract liet op zich wachten. De zomer begon. General Motors ging bankroet. Uit de failliete boedel herrees een nieuw concern, met een nieuwe topman die een nieuw beleid uitstippelde. Waarom zouden we Opel met zijn mooie licenties verkopen aan Magna, waar de Russische concurrentie achter zit? Achter de schermen werd verder onderhandeld met onder andere de investeringsmaatschappij RHJ International, een van oorsprong Amerikaanse investeerder – Ripplewood – met hoofdvestiging in Brussel en enkele Duitsers in de top.

Het leek wel of het nieuwe GM opeens helemaal geen zin meer had om Opel van de hand te doen, en al helemaal niet aan Magna. Deze kennelijk nieuwe lijn was en is zeer tegen de wil van de Duitse regering. Die heeft zich als steunverlener voor 100 procent aan Magna gecommitteerd. Ondertussen is deze welhaast verbeten solidariteit met een bedrijf dat volgens veel experts niet de ideale Opel-partner is, onder vuur komen te liggen. „De Duitse politiek opereert met gebonden handen en kan niet inspelen op de nieuwe situatie in Amerika”, zegt een betrokken industrieel desgevraagd.

Hij krijgt bijval van de Fred Irwin, een Amerikaan met wortels in Duitsland. Irwin is voorzitter van de Amerikaans-Duitse handelskamer. Hij is tevens de onomstreden chef van de onlangs opgerichte speciale ‘Treuhand’ voor Opel, een trustmaatschappij die de verkoop van de Duitse automaker moet afwikkelen. Met de keuze voor Magna, zei Irwin eergisteren in de Berlijnse Tagesspiegel, „heeft de Duitse politiek zich al te zeer vastgelegd.”

Over ruim een maand zijn de Bondsdagverkiezingen in Duitsland. De toekomst van Opel is een topthema voor de stembusstrijd. Zowel bondskanselier Angela Merkel (CDU) als haar opponent Frank-Walter Steinmeier (SPD) hebben al weken geleden gezegd dat ze voor Magna zijn als partner van Opel. Sterker: mocht onverhoopt toch RHJ de favoriet van het nieuwe General Motors zijn, dan gaat de steunverlening niet door, klinkt het dreigend vanuit Berlijn richting Detroit.

De oppositie in het Duitse parlement verwijt Merkel dat ze haar relatie met de Amerikaanse president Barack Obama onvoldoende gebruikt om de druk te verhogen. Maar volgens Treuhand-chef Fred Irwin heeft de Amerikaanse regering „zeer duidelijk gemaakt” dat ze zich niet in deze kwestie zal mengen. „Veel van de Duitse bemoeienis loopt zodoende op niets uit”, luidt zijn beleefde maar dodelijke commentaar.

De enige Duitse politicus die zich tot nu toe niet tot een uitgesproken keuze over Opel heeft laten verleiden, is minister van Economische Zaken Zu Guttenberg. Wel sprak hij zich in een eerder stadium uit voor een gecontroleerd faillissement van Opel, waarbij de gezonde delen zouden worden gered. Gisteren liet hij in de Duitse pers weten „begrip” te hebben voor de onderhandelingstactiek van de Amerikanen.

Intussen luiden de meest gestelde vragen over Opel of General Motors de verkoop nog kan tegenhouden en zo ja, wat er vervolgens gebeurt. Het antwoord luidt dat GM inderdaad kan besluiten Opel niet te verkopen omdat het definitieve contract nog niet is ondertekend. In dat geval moeten de Amerikanen echter de 1,5 miljard euro aan overbruggingskrediet terugbetalen, die ze twee maanden geleden voor Opel hebben ontvangen. De overheidsgaranties ter waarde van 4,5 miljard euro – bedoeld voor een akkoord met Magna – zouden dan vervallen.

De Duitse regering lijkt met haar miljardensteun de sleutel tot de keuze voor een partner van Opel in handen te hebben. Maar de nieuwe top van General Motors laat zich niet zonder meer onder druk zetten. Alles heeft z’n prijs. De Duitse politiek dringt aan op een snelle oplossing, „teneinde het Opel-personeel niet langer te laten bungelen”, zoals het in de Duitse media heet. Lees: gaarne een besluit over Opel vóór 27 september, verkiezingsdag. De partner moet bij voorkeur Magna heten. In Berlijn wordt gefluisterd: koste wat het extra kost.