'De markt heeft gefaald, dat is de boodschap'

Met linkse thema’s haalt Oskar Lafontaine van Die Linke veel kiezers weg bij de sociaal-democraten. Bij de Duitse verkiezingen mikt hij op 10 procent.

Hij ziet er ontspannen uit. Een open hemd, een lichtgebruind hoofd en haar dat niet langer grijs is maar vrijwel wit. Pas als de Duitse politicus Oskar Lafontaine begint te praten, blijkt dat hij nog steeds op scherp staat. „De vraag is niet of we bij de komende verkiezingen winnen – maar hoeveel.”

Lafontaine, die volgende maand 66 wordt, wil nog zeker twee keer gloriëren. Allereerst met de verkiezingen in zijn ‘thuisstaat’, het Saarland, waar hij jarenlang premier was. Saarland gaat morgen naar de stembus voor het regionale parlement. In de deelstaten Saksen en Thüringen is dat ook het geval.

De resultaten zijn een belangrijk ijkpunt voor de Bondsverkiezingen van 27 september. De politieke veteraan Lafontaine hoopt op winst bij beide gebeurtenissen, hoewel de opiniepeilingen iets anders voorspellen. Maar die hebben er wel vaker naast gezeten.

Lafontaine is fractievoorzitter van Die Linke, de nieuwe linkse partij van Duitsland. Jarenlang was hij een van de gangmakers binnen de sociaal-democratische SPD. Maar na een ruzie met zijn rivaal Gerhard Schröder, bondskanselier van 1998 tot 2005, stapte hij over naar een uiterst linkse partijencoalitie. Die smeedde hij twee jaar geleden om tot Die Linke.

Lafontaine heeft altijd aan het front van de regionale en landelijke politiek gestaan. Hij was dertien jaar lang de sociaal-democratische minister-president van Saarland, was tegen het geruchtmakende NAVO-dubbelbesluit over kruisraketten, overleefde in 1990 een aanslag op zijn leven en trad met veel rumoer in 1999 af als minister in het kabinet van Gerhard Schröder.

‘Der Oskar’, zoals zijn aanhangers hem noemen, is altijd links gebleven. Das Herz schlägt links was de titel van de bestseller die hij tien jaar geleden schreef. Als onbetwiste politieke baas van Die Linke jaagt hij sinds twee jaar de grote politieke partijen in de Bondsdag voor zich uit – de SPD voorop.

In een gesprek met journalisten geselt hij met zijn sonore, opzwepende stem de politiek van de regerende grote coalitie van sociaal-democraten (SPD) en christen-democraten (CDU/CSU). Hij verwijt de regering laksheid inzake de kredietcrisis. „Net als voorheen sturen de financiële markten de politiek aan. En niet andersom”.

Zijn partij, die deels wortelt in de SED – de eenheidspartij van de communistische DDR – zet voor de verkiezingen in op thema’s die de SPD door jarenlange regeringsverantwoordelijkheid heeft moeten prijsgeven: pensioen met 65 jaar, langdurige en hogere werkloosheidsuitkeringen, onmiddellijke troepenterugtrekking uit Afghanistan en een minimumloon van tien euro per uur.

‘Iedereen rijk’ luidt een veel geciteerde slogan op de verkiezingsaffiches van Die Linke; een leus waarvoor Lafontaine medeverantwoordelijk is. Hij geldt als retorisch talent. Tegenstanders zeggen: Lafontaine is een demagoog.

Lafontaines grote werk, zijn „strategische project door de jaren heen”, is de afbraak van het neoliberalisme in Duitsland. Als het aan hem ligt wordt de deregulering van het laatste decennium ongedaan gemaakt en krijgt de staat het in veel opzichten voor het zeggen in de Bondsrepubliek. „De markt heeft gefaald, dat is de ondubbelzinnige boodschap van de kredietcrisis.”

Met haar klassieke linkse verkiezingsthema’s heeft Lafontaines Linke veel aanhang bij de SPD weggehaald. De partij is groot geworden door teleurgestelde sociaal-democraten. Lafontaine hoopt op een landelijk verkiezingsresultaat van „10 procent of meer van de stemmen”.

Dat geeft hem ruimte om met de sociaal-democraten te onderhandelen over samenwerking, allereerst op deelstatelijk niveau. Maar dan wel op zijn voorwaarden. „De SPD moet resocialiseren. Gaan ze door op de weg van het neoliberalisme, die tot zelfvernietiging leidt, dan kunnen ze samenwerking met ons vergeten.”

Maar uitgerekend in een tijd waarin veel Duitsers hunkeren naar een sterke staat die de recessie bestrijdt en de werkgelegenheid beschermt, lijkt de opmars van Die Linke tot staan te zijn gekomen. De peilingen laten ineens geen groei meer zien.

Het lijkt wel of de kiezers intuïtief aanvoelen dat het recept van Lafontaine en de zijnen in de huidige economische crisis niet kan werken. Het behoudende Duitse electoraat wil zekerheid – en geen experimenten. Het antwoord van Lafontaine hierop is minder trefzeker dan zijn andere uitlatingen. Steeds meer Duitse topeconomen, zegt hij, nemen de lijn van zijn partij over. „En zo dom kunnen die toch niet zijn.”

Heeft de leider van Die Linke geen heimwee naar zijn ‘oude’ partij, de kwakkelende SPD met haar onbeminde leider Frank-Walter Steinmeier?

Lafontaine: „Natuurlijk heb ik een persoonlijke band met velen in de SPD. Maar in de politiek gaat het om de inhoud. Hoofdvraag is hoe het programma eruit ziet. Welnu, het programma van de huidige SPD geeft mij als links politicus geen houvast – de relaties uit het verleden ten spijt.”

Oskar Lafontaine zou de komende jaren het liefst weer minister-president van Saarland zijn, het gebied waarin hij geboren is en waar zijn populariteit ondanks z’n partijwissel nog steeds groot is.

Het staat min of meer vast dat Die Linke morgen bij de verkiezingen voor het Saarlandse deelstaatparlement winst zal boeken. Maar het staat beslist niet vast dat Lafontaine premier wordt. Hij wil wel, maar ook in Saarland heerst crisis. En dat maakt de mensen voorzichtig. Een geringe winst in het thuisland zou een slecht omen voor de Bondsdagverkiezingen zijn. ‘Der Oskar’ wil „de dubbele winst”. Al het andere is verlies – en misschien het einde van een lange politieke loopbaan.