De echte bruggenbouwers heten Ahmed

De staatsomroep en inlichtingendiensten vormen samen het kloppende hart van een totalitaire staat. Niet voor niets bepaalt de Iraanse constitutie dat de voorzitter van de staatsomroep door de Iraanse leider wordt benoemd. Zodra zich enige vorm van regimewisseling in Iran zou voordoen, breekt voor velen bij de staatsomroep de dag van de afrekening aan: dit geldt voor de meeste nieuwslezers tot en met de directeuren en sommige programmamakers.

Na het uitbreken van de demonstraties in Iran belde de zanger Mohammad Reza Shadjarian de BBC om te vertellen dat hij de staatsomroep verbiedt om zijn zeer populaire liedjes uit te zenden. Deze zanger is de grootste Perzische klassieke zanger. Hij wil niet dat het islamitische regime zijn muziek gebruikt terwijl de veiligheidsdiensten knuppelend en moordend door de straten trekken.

Gedurende de dagen van protest werden volgens het regime meer dan 4.000 betogers gearresteerd. Maar volgens de oppositie zijn het er meer dan 5.000. Oppositieleider Mir Hossein Mousavi telde vooralsnog 69 doden. In werkelijkheid gaat het om honderden doden over wie binnenkort meer informatie zou komen. De lichamen worden pas na weken aan de nabestaanden vrijgegeven. Ook nu zijn er berichten van het kerkhof in Teheran dat doden zonder verificatie van hun identiteit begraven zijn door de inlichtingendiensten.

Veel slachtoffers kwamen om het leven door martelingen. Dat blijkt uit de spaarzame foto’s die de nabestaanden van hun geliefden hebben gemaakt. Ook werden volgens diverse betrouwbare bronnen jongens en meisjes verkracht die tijdens de betogingen werden gearresteerd. Weet u wat de leden van de veiligheidsdiensten in het detentiecentrum Kahrizak tegen de aangehouden jongens opmerkten? „We breken jullie, we maken jullie zwanger.” Natuurlijk is dit alles al dertig jaar bekend bij asieladvocaten, bij Amnesty International, bij de mensenrechtencommissie van de VN en bij westerse diplomaten.

De taak van de staatsomroep is het verspreiden van propaganda, zoals dat de opdracht is van elke staatsomroep geleid door een totalitair regime, of het stichten van verwarring, wat een opdracht is van elke islamitische propagandist die de ongelovigen in de luren wil leggen. Iemand die gewetensvol is, hoeft geen drie maanden na te denken over de vraag of nu samenwerken met de staatsomroep van Iran moreel geoorloofd is. Sinds de onrust kan de Iraanse tv geen serieuze filosoof, kunstenaar, schrijver en zelfs jurist vinden die aan intellectuele of amusante apolitieke programma’s wil deelnemen. Want iedereen weet wat de bedoeling is wanneer je nu deelneemt aan het propaganda-apparaat van de staat: het afleiden van de aandacht van gepleegde misdaden en demonstraties die nog steeds soms overdag en vaak ook ’s avonds doorgaan – en daarmee legitimiteit verlenen aan het regime. Honderden internationale intellectuelen en filosofen, zoals Jürgen Habermas en Martha Nussbaum, uitten openlijk hun solidariteit met Iraanse demonstranten en zijn van mening dat de Iraanse regering internationaal niet moet worden gelegitimeerd.

Maar de prinzipienreiter die als bruggenbouwer door de gemeente Rotterdam werd aangetrokken, bleef unverfroren quasi-intellectuele programma’s maken voor de Iraanse staatsomroep Press TV. Dat was niet verenigbaar met zijn politieke functie in Rotterdam. Hij was niet bereid om bij de Iraanse staatsomroep te stoppen. Zelfs in zijn reactie vergoelijkte hij zijn daad. In deze krant schreef hij: „De afgelopen 25 jaar heb ik vastgesteld dat Iran, in vergelijking met de Arabische landen, aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt inzake vrouwenrechten en democratische normen.” Welke vooruitgang? De steniging sinds de invoering van de sharia? De ongelijke behandeling? Hij is een hardcore islamist die niet beperkt wordt door de grenzen van de waarheid – in zijn wereld is het geoorloofd om de kafirs te belazeren: „Het spreekt vanzelf dat ik het neerschieten van betogers en de onderdrukking na de verkiezingen van juni heb veroordeeld.” Ik ben nergens zo’n veroordeling tegengekomen, zelfs niet in zijn verweer. De Egyptische prins benadrukt de complexiteit van het conflict in Iran. Pardon, is het in naam van Allah plegen van moord op de eigen bevolking een complexe zaak die om intellectuele terughoudendheid vraagt?

En zijn hoogleraarschap bij de universiteit? Is hier de academische vrijheid in het geding? Ja, maar dan van meet af aan. Ramadans primaire opdracht had niets met wetenschap en alles met politiek van doen. Hij is een ideologische prediker die door de Rotterdamse politiek werd aangesteld als bruggenbouwer tussen moslims en niet-moslims. Vanuit deze opdracht creëerde de gemeente een hoogleraarfunctie bij de Erasmus Universiteit. De onderliggende politieke grondslag was dus al in strijd met de academische vrijheid. Immers, alles stond in dienst van het bouwen van bruggen. Maar wat de wetenschap spannend maakt, is juist haar onvoorspelbaarheid. Ofwel, mocht de bruggenbouwer tot de conclusie komen dat er geen bruggen, maar juist eilanden moeten worden gebouwd? Nee, integendeel, ook in dit geval zou de gemeente hem hebben willen ontslaan. Hier zien we de problemen die gepaard gaan met politieke en economische benoemingen van bijzonder hoogleraren aan universiteiten.

Elk mens met een normaal gevoel voor verhoudingen had direct zijn betrokkenheid bij de staatspropaganda van het Iraanse regime beëindigd. Maar niet de grote bruggenbouwer. Hij komt aan met het bekende halfzachte argument dat hij van binnenuit het nodige had willen veranderen. Wat een grootheidswaanzin: een niet-Nederlands sprekende prins wil in Nederland culturele bruggen bouwen en Perzië, (ook al is hij geen Pers en spreekt hij geen Perzisch) van binnenuit veranderen.

Maar uiteindelijk zijn het niet zijn opvattingen, noch zijn geschriften geweest die tot zijn ontslag bij de gemeente en de universiteit hebben geleid. Zijn kritiekloze samenwerking met het hart van een terroristisch staatsapparaat heeft zijn val ingeleid.

De echte bruggenbouwers heten Ahmed Aboutaleb (Rotterdam) en Ahmed Marcouch (Amsterdam). En het fijne van hen is dat ze Nederlands spreken. Dat ze weten wat het woord ‘gelul’ is en elke nuance van de term ‘kut-Marokkaan’ vatten; dat ze met beide benen in de Nederlandse samenleving staan en er trots op zijn wanneer het Wilhelmus klinkt. Eigen Ahmeds eerst.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/ellian