Banken hebben weer wat ruimte voor reserves

Nederlandse banken hebben voor bijna 4 miljard euro aan voorzieningen getroffen. De kosten van de recessie zullen nog lang de resultaten drukken.

Hoe groot wordt de impact van de crisis op het Nederlandse bankwezen? Volgens de gezamenlijk banken ongeveer 4 miljard euro. Dat althans is de omvang van de stroppenpot die aan het eind van het eerste half jaar van 2009 was opgebouwd.

Nu de kredietcrisis weg lijkt te ebben uit de beurskoersen, maken banken zich op voor de klap die de zogenoemde reële economie gaat krijgen. De een (Floris Deckers van Van Lanschot) zegt hardop dat „de bankencrisis voorbij is”. De ander (financieel directeur David Cole van ABN Amro) merkt nu pas „dat de recessie definitief heeft toegeslagen in Nederland”.

Oplopende werkloosheid, meer faillissementen en daardoor een verwachte stijging van het aantal wanbetalingen op uitstaande leningen. Dat betreft zowel de leningen aan het bedrijfsleven als hypotheken van particulieren.

Afgelopen weken presenteerden de Nederlandse banken hun halfjaarcijfers. Het beeld is, net als in het buitenland, zeer wisselend. Paul Beijsens, bankenanalist bij vermogensbeheerder Theodoor Gilissen, ziet drie trends in de cijfers. „Ten eerste beginnen de onderliggende resultaten weer aan te trekken. Ten tweede was de impact van de financiële markten zeer hoog in het eerste half jaar, maar dat begint nu weg te ebben. En tenslotte zijn de voorzieningen die banken genomen hebben erg hoog en dat zal de komende tijd ook wel zo blijven”, zegt hij.

Banken die steun kregen in Nederland (ING en SNS Reaal) hebben het relatief slecht hebben gedaan. ING boekte over het eerste half jaar nog een verlies van 722 miljoen euro, hoewel het tweede kwartaal wel weer winst een bescheiden winst (71 miljoen) liet zien. SNS Reaal noteerde 30 miljoen in de min. Maar ook het niet gesteunde Van Lanschot had het moeilijk, gezien het verlies van bijna 50 miljoen. Fortis was een positieve uitschieter met een winst van 338 miljoen, maar die werd grotendeels veroorzaakt door eenmalige meevallers.

De winst op zichzelf zegt niet zoveel over hoe een bank er voor staat. Sommige banken (NIBC, SNS Reaal en Friesland Bank) hebben hun winsten bijvoorbeeld opgestuwd door hun eigen schulden terug te kopen van de markt.

Dat werkt als volgt. Een bank heeft een obligatielening gegeven van bijvoorbeeld 100 miljoen. Die schuld is onder druk van de slechte economische situatie op de markt nog maar 70 miljoen waard. De bank koopt die schuld voor 70 miljoen op en kan direct de schuld van 100 miljoen schrappen. Zo maakt de bank 30 miljoen winst.

Op de Nederlandse spaarmarkt is het nog steeds oorlog en spaarders zijn nog steeds bereid voor een paar tienden van procenten meer rente hun kapitaal te verhuizen. Banken zonder staatssteun verwijten hun concurrenten mét steun de spaarmarkt te verzieken. Daardoor staan de rentemarges van banken zwaar onder druk. Waar normaal een marge van 1,8 tot 1,9 procentpunt op de rente haalbaar was, bedraagt die nu 1,4 en die marge wordt nog steeds lager. De Rabobank is inmiddels „in gesprek met Brussel” over vermeende oneerlijke concurrentie tussen Nederlandse banken door staatssteun, zo maakte de bank gisteren bekend.

Anders dan de winst geeft de zogeheten stroppenpot een betere inschatting van de gezondheid van een bank, de voorzieningen die zij treft voor slechte leningen. Een goede maatstaf daarbij is de verhouding tussen de stroppenpot en het totaal aan uitstaande bezittingen in ‘basispunten’ (waarbij een basispunt gelijk is aan een honderdste procent). Die activa, waaronder uitstaande kredieten worden gewogen naar risico, hetgeen betekent dat bijvoorbeeld een lening aan de staat minder zwaar meetelt dan een lening aan een bedrijf in een risicovolle sector als de bouw.

Als de resultaten van banken op die manier op een rij gezet worden valt op dat het gemiddelde iets boven de 80 basispunten zit, tweemaal zo hoog als het normale niveau in gezonde economische omstandigheden.

Het rijtje ‘basispunten’ (zie grafiek) laat zien dat SNS Reaal er relatief het slechtst voorstaat. De reservering van in totaal 196 miljoen euro die de bank in het eerste half jaar maakte, bedraagt 125 basispunten van de activa. Belangrijkste oorzaak hiervan: SNS’ vastgoedportefeuille staat zwaar onder druk, met name internationaal. Niet voor niets maakte SNS bekend de internationale vastgoedtak de komende jaren af te willen bouwen. Bij Rabobank werd de voorziening vooral veroorzaakt door problemen in Ierland. Daar bedraagt de voorziening op 5 miljard krediet nu al 1 miljard.

Zowel Deckers van Van Lanschot als Cole van ABN Amro kan gelijk hebben met zijn analyse van de crisis. De financiële crisis die de wereld in een recessie stortte mag dan voorbij zijn, de klap van de recessie komt er nog aan. Feit dat banken nu 4 miljard apart zetten, betekent echter ook dat de schade van de recessie voorspelbaarder is dan die van de financiële crisis. Bankiers zijn opgeleid om met tegenvallers in leningen om te gaan, zei Deckers. Voorspelbaar of niet, de schade van omgerekend 0,8 procent van het bruto binnenlands product zal pijn doen.