'Alleen dat lievige, dat hebben wij niet'

Dini Uitdehaag-Meesters (1952) komt uit een groot katholiek boerengezin. ‘Vader kreeg de grootste portie, dat sprak vanzelf.’

Dini Uitdehaag-Meesters

‘Het was op een zondag. Er bestond nog geen foto van ons voltallige gezin, dus kwam er een fotograaf naar de boerderij. We hadden twintig hectare grond aan de rand van Roosendaal, en 21 mooie melkkoeien. Mijn vader stond bekend als een goeie boer, een vakman. Als ik nu mensen uit boerenkringen ontmoet en ze ontdekken dat ik een kind van Toon Meesters ben, dan is het nog altijd van: zó ...

„De foto is ’s middags gemaakt, want op zondagochtend gingen we naar de kerk. Om zeven uur ging moeke met de jongste kinderen, om half acht ging vader, om half negen volgde de rest. Vader dronk na de mis nog een borreltje met wat collega’s, even met boeren onder elkaar. Hij bleef niet lang in het café, hoor. Om twaalf uur schoven we thuis aan voor het middageten: soep met custardpudding toe. Dat werd op zaterdag al klaargemaakt. Vader kreeg de grootste portie, dat sprak vanzelf. Voor ons was er toch ook genoeg? Of er gepraat werd tijdens het eten hing van de toestand van vader af. Juist op zondag kon hij nog weleens een enorme donderpreek afsteken, en dan hielden wij onze mond. Wat er dan toch opeens over hem kwam … Ik ben er nooit achtergekomen.

„Het verbaast me dat ik hier bij mijn vader op schoot zit. Ik kan me niet herinneren dat dat verder ooit is voorgekomen. Zo’n man was het gewoon niet. Het was iemand waar je rekening mee hield. Hij hield het schip strak op koers. Hij gaf geen complimentjes; het kon altijd beter. Toch waren we niet bang voor hem. Tussen mijn ouders heb ik ook nooit liefkozingen gezien, maar ze maakten geen ruzie. Ze waren een hecht team.

„Mijn moeder was een flink mens. Ze hield van het echte boerenwerk, buiten. Ze zat niet binnen te breien of zo. Babyverzorging vond ze wel belangrijk. De oudere dochters die haar daarbij hielpen kregen nauwgezette instructies.

„Voor een vrouw van 44 vind ik mijn moeder er hier al behoorlijk oud uitzien. Dat komt deels door haar zwarte kleding – ze was nog in de rouw, omdat haar moeder even daarvoor was overleden. Een van haar broers was ziek, daar maakte ze zich zorgen om. Maar ze was ook moe. Dat kan niet anders. Ze had in vijftien jaar tijd negen kinderen gekregen, met vast nog een aantal miskramen ertussen ook – daar werd toen geen drukte over gemaakt, het hoorde er gewoon bij. Ik denk zelfs dat mijn moeder dan weleens dacht: gelukkig. Twee jaar na Jan, het baby’tje dat ze hier op schoot heeft, kwam nog mijn zus Marlies. Zij heeft het syndroom van Down. Later heeft mijn moeder wel gezegd: ‘Als ik had geweten wat jullie nu allemaal weten, had ik nooit zoveel kinderen gekregen.’ Dan dacht ze even na, en zei: ‘Maar bij wie van jullie had ik nou moeten stoppen?’

„De warmte bij ons thuis kwam uit de dagelijkse zorg en betrokkenheid. Er werd niet in onze kinderzieltjes gekeken; er was maar één opvoedmethode en die was van ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’. Af en toe werd er een tik uitgedeeld.

„Mijn broers en zussen en ik hebben in het algemeen goeie herinneringen aan onze jeugd. Ons beeld ervan verschilt nogal: wij vinden dat Riet het favoriete kind was, bijvoorbeeld, maar zelf ziet zij dat niet zo. Op één na zijn we allemaal met kinderen uit boerengezinnen getrouwd. De hele club komt geregeld voor de gezelligheid bijeen, en op het moment dat zich iets ernstigs voordoet, sluiten de gelederen zich en zijn we er voor elkaar. Alleen dat lievige, dat hebben wij niet.”

Haar glas blijft onaangeroerd, zo vurig zit ze te vertellen. Ze vindt het tijd voor een derde feministische golf. Zelf heeft ze altijd gewerkt, ook met drie kleine kinderen thuis. Uit de keuken klinkt het radionieuws. Haar man kookt vanavond.

Heeft u een suggestie voor een familiefoto met verhaal?

Mail naar weekblad@nrc.nl