52 tanden op de vuilnisbelt

Een Nijmeegse tandarts ging vorig jaar naar Mongolië om mensen te verlossen van hun kiespijn. Met mijnlamp.

In de wachtkamer van de Nijmeegse tandarts Joost van Vlijmen zoek je tevergeefs naar Viva’s en Libelles. Je kunt er wel bladeren in de albums met foto’s van zijn reizen. Je kunt er wel geld doneren voor zijn stichting Dhampus in een beplakte schoenendoos.

Is hij afwezig, dan denken zijn patiënten niet dat hij staat te golfen in Schotland of een cruise maakt in de Stille Zuidzee. Ze weten: de tandarts is weer kiezen trekken in Mongolië of Nepal. Dat vindt hij leuk.

Ontwikkelingsorganisaties hoor je nooit over tandheelkundige hulp aan de Derde Wereld. Als de Verenigde Naties een gezondheidscampagne beginnen, gaat het om polio of malaria, nooit om rotte tanden. De Nijmeegse tandarts maakt zich geen illusies. „Een gat in je kies is niet levensbedreigend. Je kunt honderd worden zonder tanden. Een pijnvrij gebit heeft bij ontwikkelingshulp geen enkele prioriteit.”

Dat betekent niet dat tandheelkundige zorg een luxe is, vindt Joost van Vlijmen (55). Arme mensen moeten hun voedsel ook kunnen kauwen. „Een gezond gebit is een sieraad voor ieders gezicht.”

„Waar armoede heerst, zie je tandheelkundige ellende”, zegt Van Vlijmen. Loop maar door de straten van de Mongoolse hoofdstad Ulaanbaatar. Overal slechte gebitten. Viezigheid tussen de tanden. Tanden die ontbreken. Op het platteland is het nog veel erger. Mongolië heeft nog geen 300 geschoolde tandartsen voor drie miljoen inwoners. Alle tandartsen wonen in de stad.

Eén keer per jaar reist de Nijmeegse tandarts op eigen kosten naar het Verre Oosten om tandheelkundige hulp te verstrekken. Dat doet hij al bijna vijftien jaar. Bij toeval kwam hij terecht in Nepal. Via via breidde hij zijn werkterrein uit naar Mongolië. Hij had ook in Peru kunnen belanden, of in Malawi. Miljoenen mensen kreperen van de kiespijn. Driekwart van de mensheid heeft nooit een tandarts gezien.

Tijdens zijn laatste reis naar Mongolië vorig jaar juni behandelde de tandarts ruim 300 mensen. De druppel op de gloeiende plaat. Wat haalt hij in zijn eentje nou helemaal uit in een land dat 38 keer zo groot is als Nederland? In zijn Nijmeegse praktijk kan hij ook het grootste gat uitboren en vullen met composieten of er desnoods een kroon op plaatsen. Voor het bleken van tanden en het plaatsen van een tiendelige brug draait hij zijn hand niet om.

In Mongolië heeft hij geen hydraulische stoel of elektrische boor. Geen tandtechnicus om de hoek. Röntgenfoto’s kan hij niet maken. Er is niet eens stroom.

In Mongolië moet hij het doen met zijn twee koffers vol glimmende instrumenten. Tientallen tangen. Een snelkookpan om te steriliseren. Spateltjes, handschoenen, naalden, verdovingsvloeistof. Mondkapjes die Van Vlijmen „snoetjes” noemt.

Bij de hoofdstad werkte de tandarts op een vuilnisbelt, samen met een tolk, en gelegenheidsassistenten Patty Voorsmit en Paul Ketelaar die een fotoboek over de reis heeft gemaakt. Zijn behandelkamer was een Russisch bestelbusje. De patiënt zat op een houten krukje, op de plaats van de bijrijder. De tandarts zat op de achterbank, tegenover de patiënt. Van Vlijmen krijgt weer rugpijn als hij eraan denkt. Op zijn hoofd had hij een mijnwerkerslamp. Een assistent lichtte hem met een zaklamp bij.

De vuilnisbelt was een gigantisch berg. Een weg cirkelde omhoog langs die berg. Daarover voerden vrachtwagens onophoudelijk afval aan. Honderden mensen krioelden op die berg. Als mestkevers. Azend op wat nog bruikbaar was van elke lading: ijzer, glas, karton.

Snikheet was het en toch waren de meeste mensen dik aangekleed, alleen het gezicht onbedekt. Om zich te beschermen tegen ongedierte. Het wemelde van de insecten. De stank bleef nog dagen hangen in de neus van de tandarts. Hij vermoedt: kadaverlucht.

Het enige wat hij onder die omstandigheden kon doen was: tanden en kiezen trekken en ontstoken wortelresten verwijderen. Studenten tandheelkunde willen nog wel eens geschokt reageren als hij dat vertelt. Dat is nu eenmaal in Mongolië meestal het enige wat hij kan doen voor zijn patiënten. Moet hij ze soms een wortelkanaalbehandeling geven? Hoe?

Natuurlijk doet hij ook aan voorlichting en preventie. In een weeshuis deelt hij tandenborstels uit. Hij vertelt hoe je tanden ook met takjes en twijgjes kunt poetsen, totdat je voelt dat ze glad zijn. Bij kinderen probeert hij nog wel eens een vulling in het melkgebit volgens de zogeheten ART-methode (atraumatic restorative treatment) die voor toepassing in arme landen is ontwikkeld. Dan schraapt hij het gaatje met een spatel net zolang uit, totdat hij hoort dat er alleen nog gezond tandbeen resteert. Dan vult hij het gaatje met een vulcement dat hij met een stukje plastic vier minuten aandrukt.

Bij de vuilnisbelt stonden de mensen in de rij om hun tanden te laten trekken, geduldig buiten wachtend op hun hurken. Ze hadden kiespijn, sommigen al maanden. En deze tandarts kwam ze pijnloos verlossen. Zonder risico dat de tand zou breken en een deel zou achterblijven met open zenuw, zoals wanneer ze het zelf zouden proberen te doen. Bij 32 mensen trok hij 52 kiezen en tanden.

Dat geeft Van Vlijmen de grootste bevrediging: „In de meest primitieve omstandigheden de meest basale tandheelkundige hulp verlenen. Mensen van de pijn af helpen.”

Boek: Teeth of Mongolia, witte tanden in het land van de blauwe hemel, foto’s Paul Ketelaar, tekst Paul Ketelaar en Addy Weijers.

Meer over de stichting Dhampus op stichtingdhampus.nl